Verschil in Nederland gaat over meer dan arm en rijk

Wat scheidt Nederlanders? Of je kansen hebt. En vrienden.

In de onderste laag van de samenleving zegt 44 procent met niemand persoonlijke zaken te kunnen bespreken. Foto Anp

Je zal maar horen bij de onderste boterham van de ‘clubsandwich’ van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP): laagopgeleid, weinig inkomen, huurhuis, ontevreden. In een onderzoek naar de verschillen in Nederland, dat het SCP de afgelopen week in afleveringen presenteerde, is vandaag de slotconclusie: je kunt Nederland sociaal, economisch en cultureel zien als een gestapeld broodje. Er is een duidelijke bovenlaag, een net zo duidelijke onderlaag en vier groepen ertussen.

Achterblijvers

Als je bij de ‘achterblijvers’ hoort, zo’n 15 procent van de bevolking, heb je weinig boodschap aan een ándere conclusie van het SCP: met de polarisatie in Nederland valt het wel mee. De meeste deelnemers aan het onderzoek zien serieuze spanningen en conflicten tussen autochtonen en allochtonen. Er is ook een gedeeld gevoel van afkeer van de elite. Maar tussen hoog- en laagopgeleiden? Of rijk en arm? Dan zit de onvrede, blijkt uit de SCP-studie, vooral bij jóú – als lid van de laagste klasse.

En als de rest van Nederland jouw probleem zelf geen probleem vindt, is er vooralsnog geen polarisatie. Die moet van twee kanten komen.

Als je aan Nederlanders zelf vraagt waar ze staan op de maatschappelijke ladder, van 1 tot 10, geven ze zichzelf vaak een 7: bovengemiddeld, maar niet te gek. Het SCP schreef het op, maar maakte een eigen indeling – op basis van eigen onderzoek onder 3. 000 mensen. De bovenste en onderste lagen noemen de onderzoekers ‘sociale klassen’, de andere groepen zitten met hun bijzonderheden ‘rommeliger’ in elkaar.

In de onderste laag moet je het van echte vrienden niet hebben. Uit het onderzoek blijkt dat 44 procent niemand heeft om ‘persoonlijke zaken’ mee te bespreken.

Van alle Nederlanders heb je in deze groep de meeste kans dat je te dik bent, je niet gelukkig voelt en niet stemt – en anders op de PVV of SP. Maar ook: dat je trouwer dan andere groepen naar de kerk of de moskee gaat.

De ‘achterblijvers’ voelen zich minder aantrekkelijk en minder invloedrijk dan de anderen en ze hebben minder de neiging om zichzelf ‘Nederlander’ te vinden. Er is nog iets dat opvalt: 60 procent is vrouw, 40 procent man.

Bovenlaag

De andere wereld heet bij het SCP ‘de gevestigde bovenlaag’. De kans dat je eruit valt, lijkt niet erg groot. Daar hoort ook zo’n 15 procent van de bevolking bij en van die groep is 60 procent man en 40 procent vrouw. In die hoogste klasse heb je een koophuis en er is 50 procent kans dat jouw partij VVD of D66 is. Niet-stemmen is nauwelijks een optie. Je bent hoogopgeleid en in driekwart van de gevallen is je partner dat ook. En je voelt je volop een Nederlander.

Je vindt jezelf behoorlijk aantrekkelijk, zelfs als je Body Mass Index zegt dat je overgewicht hebt, en je verwent jezelf graag. Uit het SCP-onderzoek blijkt dat je daar blij van wordt: hoe luxueuzer je levensstijl, hoe tevredener. Je geluksgevoel beoordeel je gemiddeld met een 8,1.

De bovenlaag is bijna helemaal autochtoon, op een paar westerse migranten na. Gemiddelde leeftijd: middelbaar. Er zijn veel samenwonenden bij. En ze vallen op door hun grote vertrouwen in andere mensen: 57 procent heeft dat. Maar ook in zichzelf. Als ze iets voor elkaar willen krijgen, gaan ze ervan uit dat het lukt omdat ze de juiste mensen kennen: een advocaat, een burgemeester, de directeur van een bedrijf.

Kansrijken

Die ‘gevestigden’ zijn niet heel goed met computers en ook in hun Engels worden ze ingehaald door de groep die aan hen grenst: de ‘jongere kansrijken’, zo’n 13 procent van de bevolking. Studenten, maar ook de wat minder hoogopgeleiden. Een op de drie is alleenstaand. Ze wonen meestal in huurwoningen in een stad. Als ze een koopwoning hebben, hebben ze er vaak te veel voor betaald. Hun favoriete partij: D66.

Van alle groepen die het SCP onderscheidt, gaan deze kansrijken het minst vaak naar de kerk. In overgrote meerderheid vinden ze het belangrijk om te luisteren naar mensen die anders denken dan zij. En bijna allemaal hebben ze vrienden met wie ze over zichzelf praten.

Deze groep kan bij de bovenste laag gaan horen, maar ook bij de groep eronder.

Middengroep

Dat is de ‘werkende middengroep’ – met 27 procent van de bevolking de grootste die het SCP onderscheidt. En misschien wel de saaiste. De meesten werken in loondienst, ze hebben een gezin, een koophuis buiten de stad. Er zitten weinig niet-stemmers bij, maar een op de vijf heeft nog geen idee welke partij het bij de volgende verkiezingen wordt.

Van de ondervraagde ouderen hoort een derde tot de laagste, arme groep. Zo’n 13 procent valt in de bovenste laag. Voor de anderen heeft het SCP een eigen groepsnaam bedacht: de ‘comfortabel gepensioneerden. Ze zijn niet hoog opgeleid, spreken nauwelijks Engels. Ze hebben een koophuis, een pensioen waarvan ze luxe kunnen leven – misschien wel de helft van het jaar in Spanje. Ze gaan naar de kerk, ze stemmen op het CDA, de VVD of 50Plus.

Over de één-na-laagste groep wordt door de SCP-onderzoekers bijna met mededogen geschreven: de ‘onzekere werkenden’ (14 procent). In hun wantrouwen over de wereld staan ze dicht bij de onderste laag. Ze zijn iets beter opgeleid, maar ze hebben vaak losse contracten of ze zijn werkloos. Geen andere groep heeft zo’n negatief zelfbeeld als deze.

Als de onderzoekers ergens een tweedeling zien, dan hier: de twee onderste lagen staan ‘in levenskansen’ op flinke afstand van de andere.

Politici en beleidsmakers, vindt het SCP, hebben het te vaak over verschil in inkomen en vermogen. Maar de ‘problematische verschillen’ gaan over onderwijs en arbeidsmarkt, zelfvertrouwen en wantrouwen – en „groepen die tegenover elkaar komen te staan of zich afsluiten”. De onderzoekers komen niet met een oplossing. Ze zeggen wel wat zinloos is: inkomens of vermogens meer of minder belasten, media beschuldigen van populisme, kwaad worden op de politieke elite. Maar die moet zelf gaan inzien hoe groot het wantrouwen is – en dat het dan niet slim is om steeds uit te leggen waarom de EU of integratie zo belangrijk zijn. „Politici, beleidsmakers en andere hoogopgeleiden hebben de neiging om het eigen wereldbeeld als redelijk te beschouwen. Maar dat kan een vorm van subculturele bijziendheid zijn.”