Vermoord in strijd voor een beter milieu

Het aantal vermoorde milieuactivisten is gestegen. Tot veroordeling van de daders komt het zelden.

Wat hem opvalt? Dat er steeds meer doden vallen onder milieuactivisten, zegt Dirk-Jan Koch in de pauze van een conferentie op het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag. En eigenlijk zijn milieubeschermers vaak ook een soort mensenrechtenactivisten, concludeert hij. Koch is speciaal gezant voor natuurlijke hulpbronnen van de Nederlandse regering. Op de besloten bijeenkomst, georganiseerd door de Nederlandse tak van de IUCN, een internationaal samenwerkingsverband van milieugroepen, spreekt hij met milieuactivisten uit landen als Brazilië, Bolivia, de Filippijnen, Thailand, en Congo. Allemaal vertellen ze over bedreigingen en toenemend geweld.

Uit een recent rapport Deadly Environment van milieuorganisatie Global Witness blijkt dat er steeds vaker slachtoffers vallen in de strijd voor een beter milieu, van 40 in 2008 tot 147 in 2012. En dat zijn alleen de gevallen waar het verband met hun milieuactiviteiten duidelijk is. Het aantal doden is waarschijnlijk hoger. Veel slachtoffers vallen in afgelegen gebieden, waar het lastig is om informatie te vergaren en waar de plaatselijke autoriteiten meestal geen pottenkijkers dulden.

De Filippijnse advocaat Gerthie Mayo-Anda trekt zich daar weinig van aan. Ze vertelt hoe in 2011 haar goede vriend, de activist Gerry Ortega, door het hoofd werd geschoten in een kledingzaak. Het gebeurde terwijl hij een actie voorbereidde tegen de mijnbouw in de provincie Palawan, een gebied dat op de Werelderfgoedlijst van Unesco staat. De dader werd gevonden en beweerde dat het om een beroving ging. Niemand geloofde het en na lang procederen heeft Ortega’s weduwe bereikt dat nu ook de oud-gouverneur van Palawan wordt vervolgd.

Dat is uitzonderlijk. Meestal gaan de moordenaars van milieuactivisten vrijuit. In de ruim 900 zaken die Global Witness in het rapport heeft gedocumenteerd, werd in slechts 69 gevallen een verdachte gevonden. Van hen zijn er maar tien uiteindelijk veroordeeld. Vaak blijken agenten of militairen bij de misdaden betrokken, soms in opdracht van regeringsfunctionarissen die nauwe banden hebben met de machtige bedrijven die het land willen ontginnen.

Dat veel misdaden onbestraft blijven, werkt nieuwe misdaden in de hand. „Veel mensen durven niet eens te getuigen”, zegt Mayo-Ando. „De lokale bevolking wordt onder druk gezet met rechtszaken, hun organisaties worden gecriminaliseerd.” Veel boeren kunnen die druk uiteindelijk niet aan. „Sommigen gaan zelfs werken voor de mijnbouwers, gewoon om met rust gelaten te worden”, verzucht Mayo-Ando. „Het probleem is niet een gebrek aan milieuwetgeving, maar aan handhaving van die wetten.”