Toch benieuwd naar de nieuwe De Winter

Waarschijnlijk is Solomonica de Winter (1997) de jongste literaire debutant sinds Liesje Schreuders (zestien bij de verschijning van Aan de wilde kant in 1995). Schreuders schreef na haar goed ontvangen debuut nog één roman, in 2001: extreem jong debuteren hoeft dus niet te betekenen dat schrijverschap daadwerkelijk je roeping is. Je moet het willen en je moet het kunnen.

Met de wil van De Winter lijkt alles in orde. Ze vertelde in interviews dat haar boek voortkwam uit kwaadheid omdat haar ouders (de schrijvers Jessica Durlacher en Leon de Winter) tegen haar zin vanuit de VS terugverhuisden naar Nederland. Haar inspiratie zei ze niet te halen uit het (ongelezen) werk van haar ouders, maar uit Kafka en Dostojevski.

Inderdaad zit er nogal wat duisternis in haar weinig meisjesachtige verhaal, een kenmerk dat je ook in de teksten van haar ouders aantreft – zo ver valt de appel ook weer niet van de boom. Achter de regenboog wordt voortgestuwd door de woede van de vertelster, het meisje Blue. Zij legt uit aan een dokter hoe zij zich na de dood van haar vader heeft vastgeklampt aan een boek (geen Kafka maar The wizard of Oz), met praten is gestopt en er toe is gekomen een moord te plegen. Het sterkste punt van het boek is het slot, met een dubbele verrassing. Ze is duidelijk gegrepen door het plezier van de fictie, de ontdekking dat je in een roman werkelijk alles kunt opschrijven en wáár kunt maken wat je verzint.

Natuurlijk valt er genoeg aan te merken op het verhaal – de voorbereiding op de moord wordt erg lang uitgesponnen – maar met de creativiteit en brutaliteit van De Winter is weinig mis.

Veel lastiger is het om te oordelen over haar stilistische vermogens, wat deels te maken heeft met een, mild gezegd, ongelukkige keuze van de uitgeverij. Die liet De Winters Engelstalige manuscript vertalen door het bureau Textcase, dat zich afficheert met zijn expertise in het vertalen van websites en apps, zijn ‘concurrerende tarieven’ en het gebruik van vertalerstool MemSource. (Dat we niet denken dat ze Google Translate gebruiken). Er staat één boek in de portfolio van Textcase: de vertaling van Fifty Shades of Grey. Voor wie het gemist heeft: die was monsterlijk. Ook Achter de regenboog is een parade van slechte keuzes, lelijke woordherhalingen en uitdrukkingen waar het Engels doorheen schemert.

Daardoor is het na tweehonderd pagina’s nog steeds niet duidelijk waar het stilistische vermogen van De Winter begint en eindigt, al is ze ontegenzeggelijk verder in het bouwen van een plot dan in het schrijven van scherpe zinnen – waarbij haar tweetaligheid ook geen voordeel hoeft te zijn. Ongetwijfeld is het (nog niet gepubliceerde) Engelstalige origineel beter dan de nu uitgegeven Nederlandse tekst, maar ook in de metaforiek schiet De Winter vaak door in het merkwaardige. Hier wordt een geslaagd beeld direct gevolgd door iets rommeligs: ‘Ik weet nog dat ik dacht: als ik haar met een vinger aanraak, vergaat ze tot een bergje stof. Ik probeerde de brok in mijn keel weg te slikken, maar hij bleef hangen, net voor een vloed van tranen.’ Dat laatste is te veel van het goede – en het is geen uitzondering.

Maar een zeventienjarige verdient het voordeel van de twijfel. Achter de regenboog is voldoende om nieuwsgierig te zijn naar de nieuwe De Winter. Zolang ze haar maar nooit meer aan de ‘vertalers’ van Textcase uitleveren.