Subsidie beperkt Turkse macht niet

Lange arm van Ankara? Zeker, maar ’t gaat ook om samenleven, vindt Mehmet Cerit.

De wens van bepaalde politici uit Turkije om meer macht te verkrijgen op de Turkse diaspora kan negatief uitpakken voor Nederland én Turkse Nederlanders. En vooral voor jongeren die hier geboren en getogen zijn. Die zullen altijd het stempel van het Paard van Troje krijgen.

Er hebben zich de afgelopen tijd incidenten op Nederlandse bodem voorgedaan waarbij ‘de lange arm van Ankara’ zich liet gelden in Nederlandse aangelegenheden. Ook laatst, toen Turkije Nederland van racisme en discriminatie beschuldigde. Los van de vraag of dit terecht is – de beschuldiging komt uit verdachte hoek.

De Turkse regering discrimineert massaal haar eigen burgers wanneer deze anders denken dan de regering. Ambtenaren, politieofficieren, officieren van justitie, academici en docenten worden onder druk gezet of ontslagen. Minderheden als Armeniërs, Joden en christenen kunnen het sowieso vergeten ambtenaar te worden. De belastingdienst wordt ingezet om andersdenkende ondernemers het leven zuur te maken. Is dat geen racisme en discriminatie?

Politici in Turkije hebben laten zien dat ze niet vies zijn van dubieuze praktijken. Sommigen van hen proberen issues in Turkije te exporteren naar Nederland. Dat veel Turkse Nederlanders Turkse politici uit Turkije verkiezen boven onze volksvertegenwoordigers in Den Haag, is een probleem. Dat die mensen zichzelf niet beschouwen als Nederlanders en ook niet zo gezien worden, zet de deuren wijd open voor de lange arm om in te grijpen. Daarom is het belangrijk dat de overheid waakt voor inmenging van Turkse politici die in Nederland macht proberen te krijgen via Turkse Nederlanders.

Santing en Sprangers zien in Ankara regeert mee, NRC 18 nov., als mogelijke oplossing het subsidiëren van Turks-Nederlandse organisaties door de Nederlandse overheid. Volgens mij is dat een cynische schijnoplossing die de Turkse Nederlander reduceert tot iemand die zijn hoofd buigt naar wie maar geld schuift en zich dan rustig houdt. Ik geloof meer in eigen kracht en vanuit die hoedanigheid bijdragen aan de samenleving.

Al geruime tijd voelen wij, Turkse Nederlanders, een sterke behoefte aan een samenleving die doet waar het woord voor staat: samenleven. Dat is geen eenzijdig project. Wel 80 procent van de Nederlanders heeft geen contact met moslims en staat daar ook niet voor open, zo blijkt uit recent onderzoek. Als het overgrote deel van de Nederlanders geen contact met nieuwe Nederlanders wil, is er dan geen sprake van een groot integratieprobleem? De koude wind die in Nederland waait, maakt het voor Turkse Nederlanders niet makkelijker om warme gevoelens voor Nederland te krijgen. Het warme weer van Turkije is dan aantrekkelijker.

Wat te zeggen van de arbeidsmarkt waar jongeren ondanks hun vaak knappe koppies niet dezelfde functies kunnen bekleden als autochtone landgenoten? Het glazen plafond moet ook in dit opzicht aan diggelen. De aanpak van antisemitisme dient net zo sterk te worden toegepast op islamofobie, wil men het gevoel geven dat alle Nederlanders ook echt Nederlanders zijn. Velen lijken het niet door te hebben, maar de wereld verandert. Culturen, geloven en mensen zijn door elkaar heen gaan leven – en het ziet er niet naar uit dat dit ooit weer teruggedraaid wordt. Als wij niet de kunst van het samenleven aanleren, zal ons land achterblijven. Nederland staat op een kruispunt. Gaat een aanzienlijk deel van Nederland verder in het leven of verder als tweederangsburger?