Steun aan Kiev heeft zijn prijs

Moet het Westen Oekraïne opnieuw te hulp schieten? Het Internationaal Monetair Fonds schroefde begin dit jaar een financieel hulppakket van 17 miljard dollar in elkaar om het land te behoeden voor een financiële en economische ineenstorting. Nu blijkt dat er wellicht nog eens 15 miljard dollar nodig kan zijn.

Deels is dat begrijpelijk. Begin dit jaar was niet te voorzien hoezeer de gewelddadigheden in het oosten van het land uit de hand zouden lopen en zouden leiden tot een de facto afscheiding van een fors deel van het grondgebied. Oekraïne is in de praktijk een stuk kleiner geworden. Schattingen wijzen op een verlies van tegen de 10 procent van het bruto binnenlands product dat in wezen niet meer bij het land hoort. Daar bovenop heeft het land te maken met een forse economische crisis en krimp. De kosten van de oorlog zijn groot, niet alleen in mensenlevens maar ook in financiële en economische zin.

Het Westen heeft begin dit jaar getoond zich medeverantwoordelijk te voelen voor de omstandigheden waarin Oekraïne zich bevond. Terecht. Als die omstandigheden verder verslechteren dan lijkt verdere hulp een vanzelfsprekendheid. Maar voetstoots moet dat niet. Er zijn problemen in Oekraïne die structureel zijn. Een weigerachtigheid om staat en economie te hervormen waar cliëntelisme de normale gang van zaken lijkt. De daarmee samenhangende corruptie, die tot de ergste van Europa behoort.

Dat leidt tot een dilemma: is nieuwe financiële steun voor de huidige regering een manier om Kiev te helpen om schoon schip te maken? Of bestendigt die hulp slechts de huidige situatie? Waar blijven straks, kortom, de nieuwe miljarden die in Oekraïne worden gepompt?

Dit betekent dat eerst moet worden vastgesteld hoe groot het bedrag is dat daadwerkelijk nodig is. En dus moet er een uitgewerkt hervormingsplan komen, als een uitbreiding van de plannen die het IMF dit voorjaar al opstelde. En dat dit plan ook daadwerkelijk afdwingbaar is. Het IMF heeft daar ervaring mee, en zou dan ook het voortouw moeten houden in deze operatie – hoe ongelukkig het Fonds vaak ook met die taak moge zijn. Maar het heeft daar actieve steun en betrokkenheid bij nodig van al die landen – ook Nederland – waarvan bewindslieden nog geen jaar geleden ter plekke de revolutie kwamen aanmoedigen.

Oekraïne verdient steun, dat is zeker. Maar het zal zelf moeten kunnen garanderen dat het geen bodemloze put is. Hervormen dus. De wens om bij het Westen te horen heeft een prijs. Niet alleen voor de donoren, maar ook voor de gevestigde belangen in het land zelf.