Schaatsbond, laat de sporters niet naar Rusland gaan

De discussie is terug: zijn sport en politiek uit elkaar te houden? Nee, zegt Elisa Rodenburg. Schaatsers mogen hun eigen besluit nemen over het boycotten van een toernooi in Rusland, sportbonden moeten hen niet in verlegenheid brengen.

Illustratie Hajo

Schaatscoach Jan van Veen maakte vorige week bekend dat hij door de politieke situatie in Rusland niet naar Tsjeljabinsk gaat voor het EK Allround. Schaatssters Marrit Leenstra en Ireen Wüst spraken vervolgens ook hun twijfels uit over hun deelname. Ze hebben gelijk.

Sven Kramer reageerde in De Telegraaf dat hij niet bepaalt waar de toernooien worden gehouden, dat dit een zaak is van de internationale schaatsbond ISU, en dat hij niets meer en niets minder is dan schaatser, die zo hard mogelijk moet schaatsen. Ook hij heeft gelijk.

De ISU, tot slot, reageerde dat het geen reden zag het toernooi te verplaatsen, omdat andere instanties dit beslissen en omdat men sport en politiek gescheiden moet houden. De ISU heeft ongelijk.

Een grens trekken

Ik mag hopen dat de ISU ergens een grens trekt. Wordt het EK nog steeds in Tsjeljabinsk gehouden als Rusland Oekraïne volledig inlijft? Of Moldavië, Georgië, Armenië, of Azerbajdzjan? Of als Rusland de Baltische Staten binnenvalt om zogenaamd de Russische minderheden te beschermen? Ik dacht het niet.

Volgens de ISU moeten sport en politiek niet met elkaar vermengd worden, maar zelfs de ISU zal bij een dergelijk scenario besluiten het EK, of een ander toernooi, te verplaatsen.

Evenzo zal de ISU, of een andere sportbond, niet zo snel besluiten een toernooi in Noord-Korea te organiseren om de politieke en mensenrechtensituatie in dit land, zelfs al toont het land overtuigend aan dat het de kosten en de organisatie aankan. Men moet sport en politiek tot op zekere hoogte gescheiden houden, maar tot op welke hoogte? Het standpunt van de ISU is allerminst zo absoluut als het zelf doet voorkomen.

Dictatoriale trekjes

Er is, als je de Russische politiek beziet, genoeg aan de hand om het EK te verplaatsen: het regime van Poetin begint steeds meer dictatoriale trekjes te vertonen; er zijn redelijk overtuigende bewijzen dat hij gefraudeerd heeft bij de laatste verkiezingen; door een wisseltruc met Medvedev heeft hij zichzelf nog meer termijnen gegeven dan grondwettelijk was toegestaan; politieke oppositie wordt de mond gesnoerd; vrijheid van meningsuiting wordt met de voeten getreden; homorechten worden ingeperkt en homo’s worden openlijk gemolesteerd; Rusland snoept al jaren stukjes land van Georgië af; het lijfde in maart van dit jaar de Krim in en heeft een hand in de chaos in Oost-Oekraïne; een paar weken geleden werd bekend dat Rusland zonder toestemming vliegoefeningen boven Europa uitvoert; en dan was er nog een ongeïdentificeerde onderzeeër bij Zweden.

Het is onmogelijk sport en politiek gescheiden te houden, hoe goed je bedoelingen ook zijn. Sport is namelijk altijd politiek, al is het maar omdat een groot toernooi een land altijd prestige en politieke erkenning oplevert. De beslissing van de ISU om het EK niet te verplaatsen, is dus ook een politiek statement, namelijk dat de ISU de politieke situatie in Rusland niet ernstig genoeg vindt om haar af te keuren.

Voor mijn masterscriptie deed ik onderzoek naar Britse krantenverslagen over de Olympische Spelen in Berlijn in 1936, en de meest gehoorde verklaring was dat politiek en sport gescheiden moesten blijven. Rechtse kranten zagen dit als een reden om een boycot af te keuren, linkse kranten draaiden het argument om: nazi-Duitsland zou politiek prestige uit de Spelen halen, had sport dus politiek gemaakt, en dat was een reden om de Spelen wél te boycotten. Een dergelijk argument zou ook voor de ISU kunnen opgaan.

Er zijn, behalve politieke, ook sportieve redenen om het EK te verplaatsen: vorige week werd via een spraakmakende ARD-documentaire bekend dat er in Rusland al jarenlang een grootschalig dopingprogramma loopt. Hoewel hierin geen schaatsers werden genoemd, is dé schaatssensatie van het moment, de Rus Pavel Koelizjnikov, net terug van een schorsing wegens doping.

Dopingprogramma

Dit zou de ISU toch op zijn minst ongemakkelijke gedachten moeten bezorgen. Bovendien was dit dopingprogramma van bovenaf, door Moskou, opgelegd. Wil de ISU nu nog volhouden dat sport en politiek niets met elkaar te maken (zouden moeten) hebben?

Sven Kramer heeft intussen wel gelijk: hij bepaalt niet waar het EK gehouden wordt, en hij is er als topsporter de dupe van als hij besluit niet te gaan. De ISU, en internationale sportbonden in het algemeen, moeten hun sporters daartegen beschermen. Dat kan niet door vol te houden dat sport en politiek gescheiden moeten blijven; dan moet het maar door toernooien in landen te organiseren waarin de politiek niet zo onder spanning staat als in Rusland.