Pastors: ‘Zuid profiteert niet van de positieve lijstjes’

Werkloosheid is op Zuid een hardnekkig probleem. Volgende week blijkt uit cijfers van Marco Pastors: het blíjft een probleem.

Foto Joris den Blaauwen

Het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid, dat tot doel heeft de achterstanden er weg te werken, presenteert komende week nieuwe cijfers. Voormalig wethouder Marco Pastors is directeur van het programma. Hij wil, vóór de presentatie van de cijfers, alvast vertellen hoe het ervoor staat op Zuid. Niet erg goed.

Rotterdam staat tegenwoordig hoog op allerlei positieve lijstjes. In hoeverre profiteert Zuid hiervan?

„Er zit geen connectie tussen. Mensen zeggen niet: ‘hé, Rotterdam staat in de Rough Guide, laat ik eens een avondopleiding tot lasser gaan doen.’ Maar, begrijp me niet verkeerd, ik heb toch liever wel iconen als de Kop van Zuid, Wilhelminapier, Katendrecht en de Erasmusbrug, dan dat je dat allemaal niet zou hebben. Dan zou je pas echt zeggen: ‘wat moet je met dit gebied?’ Waar het hier vooral om draait, is hoe je zorgt dat de mensen op Zuid hun school afmaken en gewoon aan het werk gaan. Rotterdam-Zuid heeft de helft meer schoolverlaters en uitkeringsafhankelijken dan gemiddeld in een grote stad.”

Daarover gesproken: het aantal uitkeringsafhankelijken steeg in 2014.

„In 2013 liepen we een beetje in, in 2014 zijn we weer wat weggezakt. Het is taaie materie. Wij kunnen hiervandaan niet de wereldeconomie de andere kant op draaien. Maar we kunnen er wel voor zorgen dat als er in Rotterdam honderd mensen aan het werk gaan, daar meer mensen van Zuid bij zitten. Als je dat doet, dan fiets je het gat een beetje dicht met de rechter Maasoever.”

Werkloosheid is in dit stadsdeel al jaren een hardnekkig probleem. Kun je stellen dat een aanzienlijk deel van de uitkeringsgerechtigden niet gemotiveerd is?

„Nou, dat klinkt heel erg groeperig. Voor heel veel mensen is meedoen, goed betaald werk hebben, niet van de ene op de andere dag bereikbaar. Maar als je met die mensen stevige afspraken maakt, en je helpt ze ook die na te komen, dan komt er verbetering in. Mijn ervaring is dat als mensen eenmaal aan de gang zijn, bijvoorbeeld met vrijwilligerswerk, ze merken dat het leuk is om afspraken na te komen, collega’s te hebben en gemist te worden als ze er een keer niet zijn. Van daaruit kun je verder met ze.”

U wilt dat het merendeel van de jongeren op Zuid in de toekomst in de zorg, haven en techniek gaat werken.

„Dit zijn de opleidingen waarin perspectief op werk is. De zorg is een groeimarkt, op lange termijn gaan we daar steeds meer geld aan uitgeven. Dat geldt ook voor haven en techniek. In de haven is de vergrijzing enorm.”

Uw doelstelling was dat dit jaar 34 procent van de jongeren voor deze studierichtingen moest kiezen. Is dat gelukt?

„We zitten op dit moment op 26 procent. We kwamen van 23 procent. Het is stijgend, maar niet hard genoeg. Daar moeten we dus extra aan trekken.”

Werkgeversorganisatie in de haven, Deltalinqs, heeft de afgelopen twee jaar jaarlijks 280 opleidingsplekken met baangarantie afgegeven. Daar hebben zich het eerste jaar maar drie jongeren van Zuid voor gemeld.

„Dat klopt. Dat is veel te weinig. Voor dit jaar waren dat er dertig van de beschikbare honderd voor Zuid. Het is eigenlijk te gek voor woorden. Deltalinqs heeft twee opleidingen waarbij je bij goed vervolg een baan krijgt. Dat is nogal wat! Dan is dertig nog te weinig. Ze hebben toch nog altijd het idee dat het vuil werk is.”