Ook sportwereld laat zich horen

Spelers spreken zich bij basketbal en football in woord en gebaar uit tegen politieoptreden in VS.

Het waren de laatste woorden van Eric Garner, een ongewapende man die overleed nadat een politieagent op Staten Island hem hardhandig tegen de grond had gedrukt: I can’t breathe. Dat stond er op het shirt dat basketballer LeBron James maandag droeg toen hij warmdraaide voor de wedstrijd tussen de Cleveland Cavaliers en de Brooklyn Nets in New York. Hetzelfde deden Kobe Bryant en Carlos Boozer van de LA Lakers een dag later. Allemaal volgden zij het voorbeeld van Derrick Rose van de Chicago Bulls, degene die het shirt zaterdag als eerste droeg.

De boodschap van de (zwarte) NBA-sterren is helder: ook hen is niet ontgaan dat meerdere donkere Amerikanen slachtoffer zijn geworden van politiegeweld. Hoewel de dood van Eric Garner dateert van juli, is de zaak weer gaan leven nadat de verantwoordelijke agent onlangs werd vrijgesproken. Sindsdien is het op veel plekken in Amerika onrustig. Zwarte Amerikanen hebben het gevoel dat er meer geweldig tegen hen wordt gebruikt dan tegen blanke Amerikanen. Onderzoek wijst ook uit dat ze vaker worden aangehouden en hogere straffen krijgen.

Hoe diepgeworteld zulke gevoelens soms ook zitten, zelden dringen ze door tot de sportwereld. Sporters spreken zich liever niet uit als hen wordt gevraagd naar problemen in de wereld. Mede daarom komen boycots zelden van de grond.

Er zijn uitzonderingen. Zoals de drie Afro-Amerikaanse sporters die in 1968 met gebogen hoofd hun arm omhoog staken op het erepodium, als protest tegen de positie van zwarten in de Amerikaanse maatschappij. Door dit gebaar, bekend de politieke beweging Black Power, werden ze direct uit de Amerikaanse olympische selectie gezet.

Met de wetenschap dat niks zeggen nog altijd de minste weerstand oproept, is het daarom ook opvallend, de acties van de basketballers en hun shirts met de tekst ‘I can’t breathe’. Vooral omdat ze niet de enigen zijn. Ook enkele American Footballers schreven de boodschap op hun shirt.

Er zijn ook sporters die kozen voor het gebaar. Bijvoorbeeld de vijf spelers van St. Louis Rams, die onlangs het veld betraden met hun handen omhoog. Hun boodschap: Don’t shoot, naar voorbeeld van demonstranten in Ferguson, waar een 18-jarige zwarte Amerikaan werd doodgeschoten door een blanke politieagent die daarvoor niet is vervolgd. Dat steekt.

De lokale politiebond noemde de actie van de footballers „smakeloos, beledigend en opruiend”. Hun club wist niets van het gebaar, maar zag geen aanleiding de spelers te straffen.

In de basketbalwereld rees ondertussen de vraag of het gepast is dat spelers eigen shirts dragen over officiële tenues van de sponsors. „Dit zijn uiteraard kantooruren”, erkende Jarret Jack van de Brooklyn Nets tegenover The New York Times. „Maar dit was heel, heel belangrijk voor ons.”

Voor Lebron James van de Cavaliers was het niet anders. Sinds de vedette de 30 is gepasseerd, neemt hij steeds vaker een standpunt in. „Als iets voor mij belangrijk voelt, dan reageer ik. Zo niet, dan reageer ik niet”, zei hij.

James, wiens actie werd aangemoedigd door zijn coach, had ook een boodschap voor zijn landgenoten: „Geweld is niet het antwoord, en vergelding niet de oplossing. Als samenleving moeten we beter worden. Het zal niet worden gedaan in een dag. Maar we hebben allemaal beter te doen.”