Kamer niet eens over controle op ICT-projecten

Speciaal toezicht op grote ICT-projecten bij het Rijk, krijgt steun. Maar wie gaat dat doen?

Dat automatiseringsprojecten bij het Rijk veel te vaak leiden tot slechte computerprogramma’s en miljardenverspillingen, daarover is iedereen het wel eens, na de vernietigende conclusies van de parlementaire onderzoekscommissie van ICT-falen bij de overheid.

Maar of er iets gaat veranderen bleef onzeker, zo kon worden geconcludeerd na afloop van het Kamerdebat gisteren over het rapport van de commissie, geleid door VVD-Kamerlid Ton Elias. Kamerleden – van de zeven partijen die meededen aan het debat – toonden zich geschokt, beschaamd, onthutst.

Ze beloofden ook allemaal beterschap. Het is immers ook de Kamer die als ‘controleur’ van de regering ongeïnteresseerd wegkeek toen het ene na het andere grote ICT-project de afgelopen jaren uit de hand liep. Of erger, bijdroeg aan het ontsporen van projecten door het stellen van onmogelijke eisen.

Enthousiasme en aarzeling

Minder eensgezind waren de Kamerleden over de belangrijkste aanbevelingen van de commissie-Elias. Natuurlijk, ze prezen haar werk en ze zullen een motie aannemen dat zij „de geest” van haar aanbevelingen onderschrijven. In diezelfde motie zullen ze het kabinet vragen uit te leggen hoe het de aanbevelingen gaat overnemen.

Dat klinkt allemaal goed. Maar voor de aanbevelingen van de commissie zit er gevaar in de keus van de formulering ‘de geest’. Zeggen dat je ‘de geest’ van een aanbeveling onderschrijft, betekent dat je de aanbeveling zelf niet helemaal ziet zitten, althans niet de details of uitwerking.

En juist die details zijn cruciaal voor de belangrijkste aanbeveling van de commissie: het oprichten van een zogenoemd Bureau ICT Toetsing (of BIT). Dit bureau zou alle ICT-plannen boven de 5 miljoen euro van ministeries moeten beoordelen. Als blijkt dat zo’n plan rammelt, zou het BIT het voorgenomen project moeten kunnen verbieden.

Deze vrij eenvoudige ingreep is gebaseerd op het feit dat bij onderzoek van de commissie bleek dat bij veel mislukte projecten nooit goed was nagedacht over wat het nieuwe computersysteem eigenlijk moest kunnen.

Cruciaal voor het slagen van dat BIT is volgens de commissie dat het onder de verantwoordelijkheid van de premier valt. Daar worstelde de Tweede Kamer mee. Want een Kamermeerderheid (behalve de coalitiepartijen VVD en PvdA ook D66) vroeg zich af waarom dat bureau niet onder Financiën kon vallen – dat immers al financiële controle uitoefent op andere ministeries. Of onder Binnenlandse Zaken, dat al verantwoordelijk is voor zaken als het personeelsbeleid en de inkoop van de Rijksoverheid.

Onvergeeflijke passiviteit

Dat zijn allemaal slechte ideeën, legde commissievoorzitter Elias uit. Beide ministeries hebben een geschiedenis van mislukte ICT-projecten. Bij Financiën zijn de problemen met toeslagen bekend. En onlangs onthulde deze krant dat er voor 200 miljoen een niet-werkend systeem was gebouwd.

Binnenlandse Zaken is berucht wegens het communicatiesysteem C2000, maar ook wegens de nog steeds niet opgeloste problemen met de gemeentelijke basisadministratie. Elias: „We moeten geen slagers hebben die hun eigen vlees keuren.”

Daar komt nog bij de Binnenlandse Zaken al 25 jaar de formele mogelijkheid heeft om automatiseringsprojecten bij andere ministeries bij te sturen, maar daarbij een „onvergeeflijke passiviteit” toonde, aldus Elias.

De premier moet het doen, vindt de commissie, omdat bij zijn ministerie van Algemene Zaken toch nooit grote ICT-projecten zullen draaien, en omdat het Bureau ICT Toetsing daarmee de meeste doorzettingsmacht krijgt.

Wie is controleur?

Ondanks de bedenkingen is de verwachting nu dat een Kamermeerderheid een of andere vorm van het BIT wel zal steunen. Dat is indirect een belangrijk signaal dat de Kamer weinig vertrouwen heeft in haar eigen rol als controleur van de regering.

Zou de Kamer immers scherp toezien op het verloop en het resultaat van grote ICT-projecten, dan zouden ministeries en bewindspersonen zich wel beter gedragen. De realiteit is dat de Kamer de afgelopen decennia niet, te laat en dan halfslachtig of contraproductief ingreep bij slepende automatiseringsproblemen.

De vraag van PVV-Kamerlid Sietse Fritsma aan de commissie was in dat opzicht verhelderend. Hij wilde, als enig Kamerlid, van de commissie weten wie er politiek verantwoordelijk was voor de geschatte 1 tot 5 miljard belastinggeld die jaarlijks werd verspild. Want je moest toch iemand daarop kunnen aanspreken?

Antwoord gaf Elias niet.