Kabinetsformatie zonder rol voor de Koning blijft het beste

Het kabinet kan elk ogenblik vallen. Deze mededeling is hoopgevend noch alarmerend bedoeld: het is slechts het benoemen van een scenario dat zich al kan voordoen vanaf het moment dat een nieuwe regering aantreedt. Spoedig na zo’n politieke crisis is, meestal maar niet altijd na vervroegde Tweede Kamerverkiezingen, de formatie van een nieuw kabinet aan de orde.

Daarom is het rapport dat drie Nijmeegse wetenschappers over de gang van zaken bij formaties deze week presenteerden, van belang: het kan zo aan actualiteit winnen, misschien wel in het verkiezingsjaar 2015 (Provinciale Staten, Eerste Kamer). Bij de formatie van het huidige kabinet in 2012 ging het het wezenlijk anders dan vroeger. Het meest in het oog springend was dat de Koning (toen koningin Beatrix) erbuiten werd gehouden. De rol van de Tweede Kamer werd zichtbaarder onder meer doordat zij in het openbaar de (in)formateur(s) aanwees. Al gebeurde dit pas nadat daarover door de grootste fracties al informeel een akkoord was bereikt.

Die beperkte rol van het staatshoofd – koningin Beatrix werd uit wellevendheid op de hoogte gehouden – en die luider hoorbare stem van de volksvertegenwoordiging vloeiden voort uit een wijziging van het reglement van orde van de Tweede Kamer zelf. Het besluit hierover was omstreden: onder andere VVD en CDA stemden tegen.

De Nijmeegse commissie, die op verzoek van de Tweede Kamer de formatie van 2012 evalueerde, komt tot de conclusie dat de nieuwe rolverdeling goed heeft uitgepakt. Haar advies komt grotendeels neer op: doe het de volgende keer weer zo. Formaliseer wel de informatiepositie van de Koning.

Het reglement laat nog de mogelijkheid open dat de Koning in latere instantie toch een initiërende rol krijgt bij de formatie. Hoewel de commissie die situatie onwenselijk vindt, laat zij helaas in haar advies na om die optie te schrappen. Dat zou nog duidelijker benadrukken hoezeer de gekozen Tweede Kamer leidend hoort te zijn en verantwoordelijk is voor de formatie van een kabinet.

Dat de formatie in 2012 soepel verliep, had, meer dan met de procedure, te maken met het gegeven dat VVD en PvdA het er snel over eens waren dat zij het tweede kabinet-Rutte moesten vormen. Om daarna vast te stellen dat het dit kabinet in de Eerste Kamer aan een meerderheid ontbrak. Toch moet de senaat buiten de formatie blijven, vindt de commissie. Zij beveelt slechts aan dat er rekening mee moet worden gehouden dat het kabinet ook in de Eerste Kamer steun van een meerderheid nodig heeft. De commissie biedt geen remedie voor dat dilemma. Een illustratie van het feit dat het Nederlandse staatsbestel op dit punt onvolkomen is.