Is er verband tussen de VOC en de Rode Khmer?

Hoe zou het tegenwoordig toch in Cambodja zijn? Soms krijgt men antwoord op een vraag die nog niet opkwam. Dat gebeurde mij met Muskietengat van John ter Horst. Antropoloog Ter Horst reist al jaren door Cambodja, promoveerde op de dissertatie Ikat Weaving and Ethnic Chinese Influences in Cambodia, en blijkt nu ook een niet-wetenschappelijke pen te kunnen hanteren.

De schrijver is op het spoor geraakt van een zeventiende-eeuwse poging van de VOC om de Cambodjaans/Laotiaanse negotie in hertenhuiden te monopoliseren, met het oog op de ruilhandel met Japan. Aanvankelijk met succes. In 1640 is de stad Lovek een belangrijk knooppunt in het VOC-netwerk, al is er voortdurend strijd met de grote handelsconcurrent Portugal. De ondergang zet in als de Portugal gezinde sultan Ibrahim de macht grijpt, en met hulp van Portugese troepen de aanval op de Hollanders opent, onder meer in het Muskietengat, een smalle monding van de Mekong-rivier.

Muskietengat is een persoonlijk relaas, vanaf de eerste zin: ‘Die middag word ik badend in het zweet wakker, als een drenkeling die lange tijd is mee gesleurd door een onderstroom en niet weet waar hij precies boven water is gekomen.’ In Phnom Penh dus, uitgangspunt van Ter Horsts queeste naar de waarheid in Cambodja vroeger en nu.

We krijgen een ongelofelijk helder beeld van de moeizame positie waarin het niettemin optimistische land tegenwoordig verkeert na een reeks rampen (Amerikaanse bombardementen, Pol ‘Killing Fields’ Pot, Vietnamese inval). Het wordt ons verteld via reisbelevenissen en gesprekken onderweg. Tussendoor zijn behendig de VOC-passages verstrooid, geschreven in romanstijl, in de tegenwoordige tijd. Iets dat VOC-schippers als Abel Tasman en Jacob van Neck of een koopman als Gerrit van Wuysthoff, beslist geen lieverdjes, nabij brengt.

Hier en daar lijkt Ter Horst wel erg ingenomen met de beroepsgroep waartoe hij behoort: ‘We lijken maar weinig oog te hebben voor de wrede werkelijkheid die achter alle optimistische vooruitgangsideologieën schuilgaat. Op één uitzondering na: antropologen. Die zijn juist op zoek naar verzwegen verhalen en delen van de geschiedenis die niet belicht worden.’ Onsje minder mag misschien.

Jammer ook dat Ter Horst in de laatste regels van Muskietengat de moraal van zijn boek overdreven dik formuleert: ‘Nee, de VOC was, net als de Rode Khmer-beweging, een gewelddadige organisatie.’ Hier is de non-fictie niet erg literair meer, en bovendien: van systematische massamoord kunnen we onze VOC nu ook weer niet betichten. Maar daar staat veel tegenover. Muskietengat mag dan een debuut zijn, het is meteen een van de betere specimina van wat we tegenwoordig ‘literaire non-fictie’ noemen.