‘In Liverpool kun je een straat kopen voor 50 pond’

Dat schreef de Volkskrant

illustratie Emmelien Stavast

De aanleiding

Londen is geliefd. De metropool herbergt nu ruim 9,7 miljoen mensen – and counting. De stad loopt voor op cultureel gebied, en is bovendien wereldwijd de beste stad om zaken te doen volgens de Global Power Index. Dat succes trekt de rijken der aarde aan en dat leidt weer, schreef de Volkskrant afgelopen zaterdag, tot een hysterische huizenmarkt. In de Britse hoofdstad betaal je voor een ieniemienie-huisje van 13 vierkante meter zomaar 275.000 pond, 350.000 euro.

Hoe anders is dat onder meer in het regenachtige, grijze noorden: Liverpool. In die havenstad, 860.000 inwoners, koop je volgens de Volkskrant gewoon een hele straat voor slechts 50 pond.

Kan dat, een hele straat vol huizen?

Waar is het op gebaseerd?

De correspondent die het stuk schreef, Patrick van IJzendoorn, zegt dat hij heeft willen illustreren hoe groot het verschil is tussen de huizenmarkten in Londen en Liverpool: het noorden loopt leeg, het zuiden loopt vol. „Het is een fraai contrast”, zegt Van IJzendoorn. „In sommige wijken van Liverpool staan hele straten leeg, iets dat in Londen ondenkbaar is. Dat is het beeld dat ik heb willen schetsen.”

Zo zijn er twee Kensingtons, vertelt hij. In de wijk in Londen met die naam vind je het Victoria and Albert Museum, de Royal Albert Hall, het Natural History Museum. Een vreselijk gewilde wijk, met bijbehorende huizenprijzen. Het Liverpoolse Kensington werd in 2009 door een plaatselijke krant als moord-hotspot van de stad aangemerkt, mede dankzij de 29 keer dat er iemand werd vermoord in het jaar ervoor. Geen goede wijk, kortom.

En, klopt het?

Zijn de huizen in Liverpool echt per straat te koop voor 50 pond? Van IJzendoorn bedoelde een gemeentelijk klushuizenproject in die stad, ‘Homes for a Pound’. Toevallig werd afgelopen woensdag het eerste huis van het project opgeleverd. Het is het eerste dat opgeknapt is van een twintigtal dichtgespijkerde huizen die al enkele jaren leegstaan in de buurten Granby en Kensington. De gemeente Liverpool verkoopt ze voor één pond per stuk. Tot zover klopt het dus: er zijn daar spotgoedkope woningen.

Maar er zijn wel wat voorwaarden: de koper moet een nieuwkomer op de huizenmarkt zijn, dus voor het eerst een huis kopen, moet in Liverpool wonen of werken, moet werk hebben, de koper moet het huis opknappen tot het een acceptabele standaard heeft, en de koper moet daarna minstens vijf jaar in het huis blijven wonen. Onderhuren is verboden.

Wat is een acceptabele standaard? Woordvoerder Paul Johnston van de gemeente legt uit: „Deze huizen staan al lang leeg, dus er moet meestal een nieuwe keuken in, een nieuwe badkamer, het pleisterwerk moet gedaan worden, de vloeren, en er moet vaak wat werk worden gestoken in de daken en de ramen. Wij schatten in dat de klussers gemiddeld 35.000 pond moeten uitgeven om de huizen tot een acceptabele standaard op te trekken.”

Ze hopen in Liverpool ook op verbetering van de nu nog slechte wijk. In The Telegraph zei loco-burgemeester Paul Brant vorig jaar: „Dit geeft mensen die normaal geen hypotheek krijgen, maar wel bouwvaardigheden hebben, een kans om mee te werken aan het herstel van hun gemeenschap.” Meer dan duizend mensen schreven zich in.

De pilot van twintig huizen moet worden uitgebreid naar 179 huizen.

Conclusie

Het punt van Van IJzendoorn is duidelijk: er zijn wijken in Liverpool die verpauperd zijn, waar ze de huizen praktisch weggeven. Maar wel onder voorwaarden waar lang niet iedereen aan kan voldoen – je moet bijvoorbeeld al wonen en werken in Liverpool en de boel voor duizenden euro’s kunnen opknappen. Bovendien moet je minstens vijf jaar in het huis wonen, en dat kun je in slechts één huis tegelijk. Een hele straat kopen voor vijftig pond is dus nagenoeg onmogelijk. We beoordelingen de stelling daarom als grotendeels onwaar.

Ook een bewering zien langs komen die je gecheckt wilt zien? Mail nextcheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nextcheckt