In het echt

Heeft u de site tracker.geops.ch al bekeken? De site waarop openbaar vervoer live te volgen is op een mooie plattegrond? Ik stel me zo voor dat als er een opperwezen bestaat, dat hij dan ook op deze manier zijn creaties in de gaten houdt: overal verschillende gekleurde bolletjes, allemaal bewegend volgens een eigen ritme; mensen, dieren, orkanen en tram 9. Hij kijkt er geconcentreerd naar, drukt hier en daar op wat knopjes en slaat soms vermoeid zijn laptop maar weer dicht.

Dat ik me zo gemakkelijk identificeer met de schepper komt omdat je op deze site bijvoorbeeld ook de route van bus 40 die het eiland Oahu (Hawaii) op zijn dooie akkertje doorkruist, (semi-)live kunt volgen vanuit je muffe werkkamer in Amsterdam-Zuid. Het heeft iets rustgevends, zoveel overzicht, juist omdat je niets anders kunt dan kijken en – vrij verslavend – checken of dat bolletje dat langs mijn huis rijdt gelijk opgaat met de tram in het echt.

Jammer dat dit geen app is, dan zou je veel minder tijd op tochtige haltes door hoeven brengen. Als je dan toch zoiets vernuftigs ontwikkelt, doe het dan goed, zou je zeggen.

Hoewel, dat soort applicaties op je telefoon zijn ook gevaarlijk. Ik heb zeven weerapps en ben op de een of andere manier toch – of juist daardoor – altijd de nerd die eindeloos met een paraplu of extra trui sleept die nooit nodig zijn. En ik zal ook nooit de opmerking van een collega vergeten die achterin de auto de route met een navigatieapp bepaalde en die zo in haar scherm opging dat ze zei: „Oké, als we deze brug over zijn, moeten we de eerste rechts.” We reden door een tunnel. Op klaarlichte dag.

Afgelopen weekend was ik met mijn zoontje naar het Sinterklaasfeest op Ruigoord. Omdat het goot van de regen – wat ook ouderwets uit het raam goed te zien was – waren we met de bus gegaan. „Zijn jullie niet te braaf geweest dit jaar?” vroeg Sint in de Ruigoordkerk. Mijn zoontje glunderde.

Toen hij moe werd van al het dansen en zingen, checkte ik op mijn app hoe laat de bus terug ging. Over tien minuten. Natuurlijk verdwaalde ik – wat op zichzelf juist leuk kan zijn daar, maar niet in het donker, niet in de stortregen en niet met een jengelende peuter, en moesten we, toen we de bushalte eenmaal weer gevonden hadden (zonder navigatieapp), terug naar de kerk omdat kinderen altijd moeten poepen op de alleronmogelijkste momenten. Wildpoepen leek me zelfs naar Ruigoordbegrippen iets te vrijzinnig. Terwijl ik in de verte de bus weg zag rijden, viel mijn telefoon uit.

„Weet u misschien wanneer de volgende komt?” vroeg ik toen we uitgeput bij het bushokje aankwamen aan een man die tegen de haltetijden aangeleund stond. Hij nam een trekje van zijn joint en zei: „Hij komt wanneer hij komt, schat.” Mijn zoontje viel in mijn armen in slaap. Gelukkig had ik een paraplu bij me. En een extra trui.