Column

Het imago van de elite is werkelijk een probleem

In Nederland wil niemand bij de elite horen. Want: de elite heeft geen visie en wie dat wel heeft, wil niet bij de elite horen, verklaart Ilja Leonard Pfeijffer.

Zou ik mezelf tot de Nederlandse elite rekenen? Of vindt u dit een rare vraag? Vindt u het wellicht zelfs walgelijk dat ik überhaupt op het idee kom om die vraag te stellen? Daar gaat het precies om. Ik kom daar zo op terug. Ik zal eerst proberen naar eer en geweten een antwoord te geven.

Laten we het woord elite eerst definiëren. Behoor ik tot een geprivilegieerde groep die meer invloed kan uitoefenen dan de meerderheid? Ik heb geen macht. Ik ben geen politicus, bestuurder of topmanager. Ik ben niet van adel. Ik heb geen geld. Ik ben verder verwijderd van de Quote 500 dan een dakloze van mij. Maar ik ben hoog opgeleid, gepromoveerd zelfs, verplicht mijzelf ertoe mezelf gedegen te informeren en heb toegang tot de media. Als schrijver heb ik een zekere status binnen de culturele wereld en ik heb een groot netwerk.

Als dat voldoende is om tot de elite te worden gerekend, zou ik daar dan trots op zijn? Is de elite iets waar je bij wilt horen? Dat is de vraag die het Sociaal Cultureel Planbureau heeft onderzocht. En het antwoord is, volgens een overweldigende meerderheid van de respondenten: een daverend nee, met drie uitroeptekens erachter.

Mensen haten de elite, nog meer dan ze allochtonen haten. En de elite haat zichzelf. Niemand wil erbij horen en iedereen zou het liefst zien dat ze niet bestond. Mensen begonnen te kokhalzen zodra het woord elite alleen maar ter sprake kwam, misschien net zoals u toen u de eerste zin van dit stukje las.

De oorzaak van deze walging is duidelijk. Politici worden gewantrouwd als dieven in de nacht. De financiële elite heeft de crisis veroorzaakt en zichzelf exorbitant verrijkt. De culturele elite – dat zijn, in de ogen van de mensen, parasieten die teren op subsidie. Je kunt goed begrijpen dat de meesten de elite het liefste zouden afschaffen.

Daar kan ook een principiële reden voor zijn. We leven in een democratie, nietwaar. We houden van vrijheid en broederschap, maar vooral van gelijkheid. In een egalitaire samenleving is geen plaats voor een elite.

Maar een egalitaire samenleving garandeert gelijke kansen en ook inkomensgelijkheid, wat mij betreft, maar geen gelijke prestaties. Ook in een egalitaire samenleving zul je altijd bijzondere mensen hebben die uitblinken op een bepaald terrein, bijzondere talenten tot ontwikkeling hebben gebracht en daardoor een zekere voortrekkersrol kunnen vervullen. Je zou ook helemaal niet moeten willen dat dit anders was. We hebben een elite nodig.

Daarom is het imagoprobleem van de elite een werkelijk probleem. Omdat aan de top van de politiek en de financiële sector elke visie ontbreekt, willen mensen met visie niet meer bij de top horen. Ik zou het land liever een elite toewensen die met recht trots op zichzelf kan zijn.