Hang een bord in de etalage: ‘Maar wij hebben Modiano’

Een bekende vrouw die alles heeft verloren, kan altijd nog in de Playboy, maar wat moet een man op de terugweg? Als alles hem is afgenomen, behalve zijn verbeelding? Inderdaad, dan schrijft hij een thriller. Aanvankelijk was het fictiedebuut van Bram Moszkowicz melig aangekondigd als eerste deel van een trilogie door ‘Bram de Winter en Leon Moszkowicz’, maar bij de verschijning van Maffiamaat (over een advocaat van wie alles is afgenomen, behalve zijn verbeelding) is De Winter geliquideerd, eh, verdwenen. De uitgeverij meldt dat het de bedoeling is dat De Winter een vervolgboek op Maffiamaat gaat schrijven. Deze tekst is geheel door Moszkowicz geschreven. Er staat een geestige zin in, op pagina 129: ‘Zul je altijd zien, denkt Arthur, kom je thuis en ligt er een bloedende jongen in de keuken.’ Verder gedoe met een kaasrasp, véél geweld en een pistool op de laatste pagina, klaargelegd voor het vervolg.

Maffiamaatje is niet zo slecht als, zeg, de zwierkitsch van Ravelli (al haalt Moszkowicz in geen honderd jaar het niveau van Saskia Noort of zelfs Britta Böhler). Leve alle boeken, maar ik zie steeds een vriendelijke boekverkoper voor me die op een druilerige dinsdag in een straat vol donkere winkels de zaak inricht voor de kerstdrukte. En dat die winkelier met spijt in het hart het stapeltje met negen (!) beeldschone Modiano-herdrukken rechtop verborgen bij de M in de kast zet en de Maffiamaat bij de kassa legt.

Modiano hield dit weekend zijn Nobelprijslezing, over schrijven als een uitweg van mensen die niet goed kunnen praten, die als kind al steeds werden onderbroken, door hun ouders vooral. ‘Dat is misschien de reden waarom ik, als zovelen, aan het eind van de kindertijd werd gegrepen door het verlangen om te schrijven. Je hoopt dat de volwassenen zullen lezen wat je schrijft. Op die manier moeten ze naar je luisteren, zonder je te onderbreken en ze zullen donders goed weten wat je op je lever hebt.’ Zo beschouwd is de schrijver het absolute tegendeel van de advocaat: de een uit zich omdat er niet naar hem geluisterd wordt, de ander omdat er juist te veel naar hem geluisterd wordt (zelfs als hij geen advocaat meer is).

Dus, boekverkopers van Nederland: doe het niet. Hang een groot bord op het raam met de tekst ‘Maar wij hebben Modiano’. Zeg het tegen alle klanten die komen vragen naar Moszkowicz, Smeets, Snoecks. Radmilo Soda of ‘dat Engelse meisje van YouTube met dat debuut dat ze niet zelf geschreven bleek te hebben’. Glimlach, schuif de klant Dora Bruder, In het café van de verloren jeugd of een van die andere zeven toe. Blijf eindeloos herhalen: ‘Maar wij hebben Modiano.’ De hele kerstdrukte lang. Tot overal de straten vergeven zijn van de mensen die bij het licht van de straatversiering in hun winterjassen Modiano staan te lezen omdat ze het boek niet meer willen dichtslaan voor ze thuis zijn.