Erg warm, maar fijn loeren naar de afgetrainde mannen

Reizen naar gebieden waar nauwelijks toeristen komen, is dat wel leuk? Iris Hannema reisde naar Djibouti in Oost-Afrika, en streek neer tussen de militairen bij het zwembad.

Djibouti-Stad, met panorama-uitzicht op de Golf van Aden. Foto Travler by cc

Dat er hier in Djibouti nauwelijks toeristen komen is ook te wijten aan de weersomstandigheden: het grootste deel van het jaar is het gortdroog met loeiwarme woestijntemperaturen. Dus houd ik het na een periode van respectvol-islamitisch-zwemmen-met-je- kleren-aan-strandleven voor gezien en lig ik vrij snel in het koele zwembadwater van het vijf sterren tellende Djibouti Palace Kempinski met panorama-uitzicht op de Golf van Aden.

Ik hoor Spaans, Italiaans en vlagen Amerikaans en dan weer Brits-Engels. Het begint al snel op te vallen dat ik de enige vrouw ben en de rest van de gasten voornamelijk puik afgetrainde, blanke mannen zijn. Sommige lijken zo uit een parfumreclame te zijn weggelopen. Terwijl ik vanachter mijn rode zonnebril naar wasbordjes zit te loeren, word ik door de ober aangesproken: „Pardon, wat is precies mademoiselle’s kamernummer?” Lastige vraag, want ik logeer hier niet, maar ik ben aan het zwembadcrashen. Zelf slaap ik in de goedkoopste herberg van Djibouti- Stad, en deel de ontbijtzaal met een Indiase parfumverkoper, vier dubieus uitziende Letlanders en een groepje hulpverleners uit Congo.

Mijn bed heeft geen matras. Toen ik ging zitten brak ik zowat mijn staartbeen dus liep ik onmiddellijk terug naar de receptie om de vermissing van een matras op te geven. Lang verhaal kort: de plank met daaroverheen het laken wás het matras. Dus had ik de volgende ochtend enorm veel zin in een sjiek hotelzwembad, waar ik na een paar minuten bakkeleien met de receptie voor dertig euro (inclusief handdoekgebruik) mocht blijven.

Militairen in peperdure hotels

Ik lig niet lang in ruste op mijn zachtroze hotelhanddoek als de eerste gespierde man zich aandient: hola Jorge! Een Spanjaard, militair, jaar of veertig. Of ik bij hem op zijn kamer een tortilla kom eten? Ik bedank vriendelijk. Moet hij trouwens niet in een tentje in de woestijnhitte liggen? Hij is nota bene soldaat! Die logeren toch niet in peperdure hotels met loslopende sjeiks, blanke mannen in pak en vrouwen met kinderen en nanny’s? „Omdat het hier saai is, dat bedoel je?” vraagt Jorge. „We zitten hier tot april 2015.” Wil ik dan soms met hem lunchen in het Italiaanse restaurant? Hij krijgt korting en of ik caesarsalade lust? Die is heerlijk!

Ik babbel in het zwembad nog met twee Britten, een Amerikaan, twee Italianen en Jorge, de Spanjaard. Allemaal ‘op uitzending’ om de scheepvaart in de Golf van Aden te bewaken: de een doet iets met financiën, de ander springt uit helikopters, weer een ander doet ‘iets met vliegtuigen en onderhoud’.

Dan maak ik kennis met een wat oudere, dikkige Engelsman, Jack. Hij zit hier met zeventig man voor een vredesmissieachtige EU-operatie, heeft het reuze naar zijn zin, is gescheiden en heeft intussen in de stad ‘een paar mooie, jonge vriendinnetjes’. Er is wel een probleempje: hij mag officieel het hotel niet verlaten. Reden: daarbuiten is het te gevaarlijk voor EU-afgevaardigden.

Vreemd, ik loop hier in Djibouti- Stad als melkwit meisje alleen rond, ook in de avonduren, en als het ergens relaxed is, is het hier wel. Iedereen groet elkaar en ik bonjour en bonsoir wat af, maar gevaarlijk? Jack vertelt onverstoorbaar verder en zo kom ik te weten dat hij na elven via de zij-ingang naar buiten glipt en zijn vriendinnetjes opzoekt. Bedoelt hij misschien prostituees, vraag ik. „Néé!” roept Jack, hij betaalt geen vrouwen voor seks, hij geeft ze cadeautjes, een mobiele telefoon, eten of speelgoed voor hun kinderen.

Duitse leger kiest voor Sheraton

Ik kan het niet laten om te vragen waarom alle afgevaardigden van de Europese Unie in zo’n duur hotel zitten. „Mooi toch? Het Duitse leger zit al veertien jaar in het Sheraton.” Ik kan mij niet meer op mijn boek concentreren. Moeten militairen niet slapen in een tent met schutkleuren? En kunnen afgevaardigden van de Europese Unie niet in een normaal hotel, zodat de centen van de belastingbetaler aan nuttiger doeleinden kunnen worden uitgeven? Maar Spanjaard Jorge had wel gelijk, de caesarsalade was inderdaad heerlijk, zonder twijfel de beste van Oost-Afrika.

De namen zijn om privacyredenen gefingeerd.