Economisch herstel lijkt in aantocht

De Nederlandse economie heeft de wind mee, de vraag is voor hoe lang.

Prognose CPB: plus 1,5

Er spoelt een golfje optimisme door Nederland. Een tiental jaren geleden zouden we 1,5 procent economische groei als teleurstellend hebben beschouwd. Maar nu het Centraal Planbureau (CPB) dat groeipercentage voorspelt voor 2015, wordt het gezien als een zeer welkome boodschap, een blijk van licht aan het einde van de lange donkere tunnel van de financiële crisis. Ook al is de prognose slechts een kwart procentpunt hoger dan de eerdere voorspelling op Prinsjesdag. Het is een eerste zwaluw, maar we zijn er toch al blij mee.

Optimisme kan zichzelf versterken en leiden tot de spiraal omhoog waar Nederland naar snakt: meer vertrouwen van consumenten en bedrijven, meer bestedingen en investeringen, een hogere werkgelegenheid, betere overheidsfinanciën, lagere lasten enzovoort. Er zijn voorzichtige tekenen dat het begin van die ontwikkeling er is.

Adembenemend

Maar de oorsprong is niet nationaal. Omgevingsfactoren bepalen voor een groot deel de hogere prognose. De koers van de euro ten opzichte van de dollar is gedaald tot onder de 1,24 dollar per euro vanmorgen. Dat is ook wat het CPB voor 2015 voorziet. Drie maanden geleden was die voorspelling nog 1,35 dollar per euro. De prijs van ruwe olie daalt met adembenemende snelheid: van 115 dollar per vat in de zomer naar nog geen 64 dollar vanmorgen. Het CPB voorziet een gemiddelde olieprijs van 77 dollar in 2015, dus daar is nog ruimte voor extra meevallers. En de rente is inmiddels verder gedaald dan door vrijwel iedereen voor mogelijk werd gehouden: 0,78 procent voor tienjarige staatsleningen vanmorgen.

Het zit dus op vrijwel alle fronten mee. Maar het gaat hier wel over onberekenbare grootheden, die zich net zo makkelijk weer tegen Nederland kunnen keren. Niemand weet waar de koersen van dollar en olie in 2015 naartoe gaan. De rentevoet hangt af van de nog onbekende afloop van een epische veldslag binnen de Europese Centrale Bank over de vraag of die in 2015 staatsleningen zal opkopen. De verwachting op de financiële markten dat de centrale bank dat wel degelijk gaat doen is een belangrijke reden waarom de rente zo laag is. Een groep noordelijke landen, aangevoerd door Duitsland, is tegen. Zullen zij worden overstemd? En zo ja: overleeft de ECB dat vervolgens ongeschonden?

Verwachtingen bijstellen

De relatief kleine Nederlandse economie zeilt met al deze winden mee maar de verwachtingen mogen niet al te groot worden. Tekenend is dat het Centraal Planbureau zijn verwachting voor de groei van de wereldhandel heeft verlaagd: van 4,5 procent naar 4 procent. Want een dalende olieprijs is fijn, vooral bij de pomp, maar die is deels het gevolg van een afname van de vraag naar olie op de wereldmarkt – niet per se een goed teken.

Is de Nederlandse invloed op de eigen conjunctuur op dit moment dan te verwaarlozen? Dat niet. Het begrotingstekort daalt volgend jaar naar 2,2 procent. Voortgaande bezuinigingen drukken misschien nog wel op de groei én dempen de stemming – het afstoten van zorgtaken van Rijk naar gemeenten kan die nog behoorlijk vergallen. Maar nieuwe ingrepen lijken verleden tijd, en dat is winst. De staatsschuld stijgt nog iets, maar blijft onder de 70 procent. Dat is belangrijk, want de zeer lage inflatie is potentieel gevaarlijk. Een hoge inflatie holt schulden uit, een lage inflatie maakt ze juist problematischer.

Het CPB voorziet een gemiddelde inflatie van 1 procent, volgens de nationale definitie. Volgens de Europese telling is die inflatie al een half procentpunt lager. En er is de mogelijkheid dat er zelfs even deflatie optreedt: de schaduwkant van die lage dollar en kelderende olieprijs.

Economische renaissance

Moeten al deze tegenwerpingen dan zorgen voor extra voorzichtigheid? De valse belofte van 2011 ligt nog vers in het geheugen. Toen groeide de economie, op basis van een zeer gunstig eerste half jaar, met 1,7 procent, om vervolgens terug te zakken in een recessie. Nu lijkt Nederland beter toegerust op een bestendige economische renaissance. Als de rest van de wereld zo goed is om een beetje mee te werken.