De Oekraïnecrisis is geheel van Russische makelij

Oekraïne-kenner Andrew Wilson maakt duidelijk dat er in februari in Kiev absoluut geen illegale putsch tegen president Janoekovitsj is gepleegd. De huidige crisis is volgens hem alleen aan Moskou te danken.

Demonstranten zingen op 12 januari 2014 het Oekraïense volkslied tijdens het massaprotest op het Majdanplein in Kiev Foto AFP/Sergei Supinsky

Ruim een jaar geleden stroomde het centrale Majdanplein in Kiev vol Oekraïners die kwamen protesteren tegen het besluit van hun regering om op het laatste moment af te zien van een associatieverdrag met de Europese Unie. Het lag al klaar en hoefde alleen nog een week later, op 28 november, ondertekend te worden. President Janoekovitsj zelf had de maanden ervoor in alle toonaarden het grote belang van het verdrag benadrukt. Maar ambtgenoot Poetin had hem daarna zwaar onder druk gezet om te kiezen voor een nauwere samenwerking met buurland Rusland.

Een toenadering tot Europa zou, zo hoopten de betogers, hervormingen inleiden die Oekraïne moesten genezen van de kwalen die het sinds de onafhankelijkheid in 1991 hadden geteisterd: gigantische corruptie, enorme invloed van de oligarchen of nieuwe rijken, machtswillekeur. Veel meer dan zijn voorgangers had Janoekovitsj zich na zijn verkiezing tot president in 2010 met onverzadigbare hebzucht bevoegdheden en rijkdommen toegeëigend. De Majdan-demonstranten vreesden dat hun land nu net zo’n kleptocratische autocratie zou worden als Rusland.

Repressieve weten

Janoekovitsj wilde van geen opgeven weten, daarbij aangemoedigd door Poetin om nieuwe repressieve wetten te introduceren en de oppositie op te rollen. Het was het begin van een eindeloos lijkende confrontatie met een steeds gewelddadiger karakter. In februari schoten sluipschutters meer dan honderd mensen op het plein dood. Uit angst voor de volkswoede nam Janoekovitsj hierna de vlucht, al hadden westerse bemiddelaars net een deal bereikt dat hij voorlopig nog mocht aanblijven. Hij nam een groot deel van de bijeengegraaide miljarden mee. Met steun van de Majdan trad nu een nieuwe regering aan.

Een illegale putsch, riep Moskou, waar het nieuwe bewind met luid propagandageschal werd neergezet als ‘fascistisch’, ‘neonazistisch’. Enge, uiterst rechtse Majdangroeperingen zouden de macht hebben overgenomen. Onzin, zegt de Britse Oekraïnekenner Andrew Wilson in zijn heldere, overtuigende en up-to-date boek over de crisis. De Majdanraad had het compromis met Janoekovitsj met 34 tegen 2 stemmen aanvaard. Het was Janoekovitsj zelf die ervoor koos de benen te nemen, waarna het nog onder zijn toezicht gekozen parlement met zijn Partij van de Regio’s als grootste fractie hem met overgrote meerderheid afzette.

Als er een putsch plaatsvond, aldus Wilson, dan was het nog geen week later op de Krim, waar zwaarbewapende militairen het lokale parlement bezetten. Ze dwongen een afscheidingsmotie aan te nemen en een referendum uit te schrijven die onder het wakende oog van een Russische militaire invasiemacht aansluiting bij Rusland mogelijk maakten.

Het was het begin van de ‘Oekraïnecrisis’, de titel van Wilsons boek. Maar de crisis was van Russische makelij, licht hij toe, en was even bepalend voor Ruslands toekomst. Niet minder was het een crisis voor Europa, zo gewend geraakt aan transnationale onderhandelings- en samenwerkingsprocessen (de postmoderne wereld van ‘soft power’) dat het de ‘hard power’ die voor het andere deel van de wereld de doorslag gaf, uit het oog was verloren. En voor de VS, die Oost-Europa onderaan hun prioriteitenlijstje hadden gezet.

In weerwil van de herhaaldelijk erkende territoriale integriteit van Oekraïne pleegde Rusland op de Krim de eerste formele annexatie in naoorlogs Europa. Meteen daarna begon het te stoken in Zuidoost-Oekraïne, ‘Nieuw-Rusland’ zoals Poetin het veelzeggend noemde. In Charkov en Odessa had deze ‘hybride oorlog’ vooralsnog geen succes, maar in Donetsk en Loegansk konden ‘rebellen’ zo ‘volksrepublieken’ uitroepen. Een ‘variabel-temperatuurconflict’ noemt Wilson het (ter onderscheid van een ‘bevroren conflict’), dat eindeloos kan doorgaan. Raakt Oekraïne definitief buiten zijn invloedssfeer, dan wil Poetin het tot een tweede Bosnië maken, aldus Wilson, verdeeld, in voortdurend onderling conflict en met ‘Nieuw-Rusland’ in de rol van de Republika Srpska, maar dan als Russische satellietstaat.

Majdan-demonstraties

Hebben Russen en sprekers van het Russisch in Zuidoost-Oekraïne soms geen recht zich te verzetten tegen hun onderdrukking door de Kievse ‘junta’, luidt Poetins argument. In het dagboek dat schrijver Andrej Koerkov tussen 21 november 2013 en 24 april 2014 bijhield over de Majdan-demonstraties en hun gevolgen, wordt het van tafel geveegd. ‘Het woord Rus roept bij Oekraïners agressie noch boze blikken op’, schrijft hij, zelf een Rus die sinds zijn jeugd in Kiev woont (in Rusland staat hij inmiddels als ‘verrader’ te boek). Er was een idiote president als Janoekovitsj, ooit tweemaal tot gevangenisstraf veroordeeld en nog altijd niet in staat foutloos te schrijven, voor nodig om ‘een van de tolerantste volken te radicaliseren’.

Koerkovs dagboek geeft als een kroniek een uitstekend inzicht in de politieke ontwikkelingen van de afgelopen maanden en hoe burgers als de schrijver met zijn gezin erop reageerden.

Europa is voor de Oekraïners het lichtende voorbeeld, maar bezorgt ze ook hoofdpijn. De tergend trage Europese reactie op de Russische agressie, bijvoorbeeld, ‘alsof het nieuws er niet via internet, maar per postkoets doordringt’, zoals Koerkov schrijft. De Oekraïense burgerbeweging verzet zich met recht tegen de autoritaire ontwikkeling in eigen land, zo schreeuwen de auteurs van de bundel Euromaidan (in meerderheid Oekraïense schrijvers en intellectuelen) de lezer welhaast in koor toe. Waarom willen zo veel Europeanen wél rekening houden met de belangen en gevoelens van Rusland, maar niet met die van Oekraïne, vraagt germanist Joerko Prochasko zich terecht af. In navolging van Majdan roept hij daarom op tot niets minder dan een Kleine Europese Revolutie.

Rusland bedreigt in de Oekraïnecrisis ook andere post-Sovjetstaten, laat Wilson zien. De nieuwe Oekraïense regering staat voor de haast onmogelijke opgave ingrijpende hervormingen door te voeren, terwijl het land in oorlog is en op de rand van de afgrond balanceert.

Ook de Russen zelf hebben weinig goeds te verwachten (sommige auteurs van Euromaidan zien juist bij hen fascisme opdoemen) en de verhoudingen tussen Russen en Oekraïners zijn voor lange tijd bedorven. Maar de Oekraïense eenheid is versterkt, in Europa is nu het besef doorgedrongen dat veiligheid niet vanzelfsprekend is, en er wordt gezocht naar alternatieven voor Russische energie. Maar is dat de kleine revolutie waar Prochasko op wacht?