De laatste avond van het jaar 1853

Een besneeuwde Dam in het maanlicht op de laatste avond van het jaar 1853. Onder een heldere sterrenhemel komen de Amsterdammers in de vrieskou bij elkaar, om iets te kopen bij een kraampje en om elkaar een goed nieuwjaar te wensen, zoals de twee soldaten op de voorgrond.

De tekenaar laat de gevelwanden van de Dam panoramisch uiteenwijken als decor, heel anders dan in werkelijkheid, zodat het plein verandert in een toneel vol kleine menselijke scènes – samen het leven in de stad. Rechts het huis op de hoek van het Damrak. Links daarvan een verlichte poort waar juist een span paarden naar buiten komt, het gebouw van Van Gend & Loos. Even verder naar links bevindt zich de ingang van de Nieuwendijk, herkenbaar aan een gezelschap met brandende toortsen dat de Dam opkomt. Het Paleis staat donker en roerloos, als trotse herinnering aan de glorietijd van de stad. Helemaal links de helder verlichte ramen van Heyman, een kledingzaak.

Schilder Reinier Craeyvanger (1812-1880), die in 1854 deze tekening maakte, deed zijn inspiratie waarschijnlijk op tijdens de strenge winter van 1853-1854. Het IJ voor de stad was dichtgevroren en vanaf het ijs liet het gemeentebestuur de diepte van het IJ peilen. Het dichtslibben van de haven was een voortdurende zorg. Net als de staat van de stad. De meeste openbare gebouwen waren 250 tot 300 jaar oud. Bij elk klein herstel kwamen nieuwe gebreken aan het licht. Geld voor nieuwe gebouwen was er niet. De al jaren voortslepende crisis had de stad stevig in haar greep. Amsterdam was een prachtige, langzaam verkruimelende herinnering aan de Gouden Eeuw.

De Amsterdamse verzamelaar Louis Splitgerber, die deze tekening voor zijn Atlas kocht, nam in zijn catalogus uit 1861 een uitgebreide beschrijving op. Een tijdgenoot vertelt ons hoe de Dam in 1853 voelde. Even is de crisis vergeten, ieder wenst voor Amsterdam een gelukkig nieuwjaar.

„De Dam bij het volle maanlicht op oudejaarsavond, 1854. Alles is digt besneeuwd. Eene sledevaart bij fakkellicht komt van den Nieuwendijk af, terwijl door de glasramen der Nieuwe kerk het licht der avondgodsdienst straalt, en de diligence van van Van Gend en Loos afrijdt uit den helder verlichten stal. Op den voorgrond vischwijven bij kaarslicht, terwijl ter linkerhand de koopman in citroenen bij den helder verlichten kruiwagen zijne waar aanprijst. Op den tweeden grond een wedren van ijssleden, jongens die sneeuwballen gooijen, en dansende pierewaaijers. Op den achtergrond het Paleis, donker en besneeuwd, en daarnevens de winkel van Heyman in schitterend licht.”