Column

De dreiging in Rothko’s sensuele vlakken

De Stilte van Rothko’ (Close Up/AVRO-TROS).

Het doorsnee kunstenaarsportret op televisie bevat ongeveer de volgende ingrediënten: veel camerabewegingen langs het werk, oude foto's waarop wordt in- en uitgezoomd, wat duiding door deskundigen, anekdotes van bekenden of nabestaanden en een enkel sfeershot van een locatie waar de kunstenaar woonde of werkte. Zo, niks meer aan doen, uitzenden maar, in de bestelde lengteversie.

Ook de documentaire De Stilte van Rothko (Close Up/AVRO-TROS) door regisseur Marjoleine Boonstra bevat zulke standaardelementen, maar het is ook een visueel essay van een heel andere orde. Het probeert in beeld en geluid de essentie te vangen van schilder Mark Rothko (1903-1970), mede door associatieve impressies. We zien muren, vensters, straten, schaduwen, licht, kleur. We horen een haveloze Afro-Amerikaanse man op een stoeprand bondig formuleren wat de droefheid van het bestaan voor hem betekent: dat hij nooit een moeder heeft gekend.

De zoon van de schilder, Christopher Rothko, stelt zich in beeld voor en zegt dat anderen vinden dat zijn stem erg op die van zijn vader lijkt. Hij leest teksten van die vader voor. Die benadrukken dat hij niet geïnteresseerd was in abstractie, maar in het uitdrukken van emoties. Biograaf Annie Cohen-Solal legt het verband tussen de mythen uit de oude wereld (Rothko werd geboren in het Russische Dvinsk, dat nu het Letse Daugavpils is) en de verbeelding van zijn tweede vaderland Amerika.

Als je drama zou willen halen uit een biografie, dan kun je aan Rothko je hart ophalen. Hoe de pogroms uit zijn jeugd hem beïnvloedden, valt goed te vinden in Jan Brokkens boek Baltische Zielen. Voor Boonstra's film werkt het veel sterker die dreiging en melancholie te impliceren en niet uit te leggen. We zien het werk vaak in half uitgepakte vorm, bij de installatie van de huidige tentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum.

We zien ook in het Rijksmuseum Cohen-Solal in gesprek met directeur Wim Pijbes, voor en over Het Joodse Bruidje. Voor Rothko was Rembrandt het belangrijkste voorbeeld, omdat die meer geïnteresseerd was in licht en textuur dan in gezichten en verhalen.

Dat geldt dus ook voor deze film die niet over psychologie of geschiedenis gaat, maar over de sensuele ervaring van schaduwen en vlakken. Johan van der Keuken, de bekendste visueel essayist onder de Nederlandse documentairemakers, zou instemmend hebben gebromd. Voor Boonstra, die al decennia lang integere en respectabele documentaires maakt, met een gebalanceerde aandacht voor vorm en inhoud, is dit een soort van meesterproef. Zo vaak zie je niet een kunstdocumentaire die de inhoud ondergeschikt durft te maken aan de stijl van het onderwerp.