Column

De CIA en de vurige wens van Wim Kok

Dat Amerika de klap van 9/11 nog altijd niet te boven is, bleek deze week bij de verschijning van het rapport over de martelpraktijken van de CIA. De manier waarop de regering-Bush op de aanslagen reageerde blijft het land bitter verdelen. Het is tegelijk een zelf toegebrachte wond en een schandvlek, die het aanzien van Amerika in de wereld steeds opnieuw beschadigt.

Dit gaat niet over onze vijanden, zei senator McCain dinsdag, dit gaat over ons. Het belangrijkste succes van Al-Qaeda, zo was jaren geleden al duidelijk, is dat het Amerika ertoe gedreven heeft verraad te plegen aan zijn eigen waarden.

Had Amerika ook anders kunnen reageren? Als premier van Nederland sprak Wim Kok op 11 september 2001 „betrokkenheid, sympathie, solidariteit met het Amerikaanse volk” uit. En hij voegde er „de vurige wens” aan toe „dat we juist nu, wij hier maar ook het Amerikaanse volk, kans zien om in waardigheid op deze vernedering te reageren”.

De grote opgave voor de Amerikanen, aldus Kok, was om in hun reactie „recht te doen aan de waarden die wij gezamenlijk in onze democratie vertegenwoordigen”. Weliswaar zei hij ook dat zoiets op grote afstand makkelijk gezegd kan worden, maar voor Frits Bolkestein, net aangetreden als eurocommissaris, was de premier al te ver gegaan. Kok had zich beter kunnen beperken tot onvoorwaardelijke steun, in plaats van dit „gemekker aan de zijlijn”.

Over waardigheid maakte Amerika zich op dat moment weinig zorgen. ‘Pleidooi voor woede en vergelding’, was bijvoorbeeld de kop boven een artikel in de speciale editie die Time op 12 september uitbracht. Met enige spijt constateerde de auteur dat „een beleid van gerichte wreedheid” een land als Amerika niet makkelijk afgaat. Daarom moest het zich weer een „zelfverzekerde meedogenloosheid” aanleren. „De menselijke natuur heeft ons immers allemaal uitgerust met een wapen genaamd haat.”

Het artikel werd deze week aangehaald door de Amerikaanse journalist Jeffrey Goldberg, die schrijft dat hij zelf indertijd ook zulke gevoelens koesterde. Inmiddels is deze week nog eens aangetoond dat „een beleid van gerichte wreedheid” ook een land als Amerika heel makkelijk kan afgaan. En inderdaad, erkent Goldberg ruim dertien jaar na 9/11, het is een afschuwelijk slecht idee, in zowel moreel als praktisch opzicht, om je antiterreurbeleid te laten bepalen door haat of andere emoties. Een dure les voor de volgende keer.

Maar het gaat Goldberg nog om iets anders. Aan de hand van het wraakzuchtige artikel in Time probeert hij begrip te wekken voor de CIA. Wat de inlichtingendienst zijn gevangenen heeft aangedaan, stelt hij, moet gezien worden tegen de achtergrond van de stemming in de Amerikaanse samenleving, waar razernij de toon bepaalde. Daardoor konden „slechte ideeën aan de oppervlakte komen”.

Dat is een vreemde formulering. Alsof het besluit om te gaan martelen zomaar kwam opborrelen, alsof het een natuurverschijnsel was waar niemand iets tegen kon doen, ook de CIA niet. Alsof we wat meer begrip moeten hebben voor de regering-Bush, die met zo’n woedende stemming in het land eigenlijk niet anders kón.

Maar die stemming in het land is flink opgestookt, door de regering-Bush én door de media. Zo maakte dezelfde Goldberg in 2002 de geesten al rijp voor de invasie in Irak, door te schrijven over de vermeende banden tussen Saddam Hussein en Al-Qaeda – die niet bestonden.

Langzamerhand begint Amerika onder ogen te zien waaraan de CIA zich schuldig heeft gemaakt. Maar nog lang niet iedereen is ervan overtuigd dat Amerika ook een ándere keuze had kunnen maken, zonder de eigen idealen overboord te zetten.