Chinese platteland verdroogt en loopt heel snel leeg

Vandaag loopt de milieutop in Lima af. Behalve met luchtvervuiling kampt China met een groeiend watertekort.

Soldaten en politieagenten besproeien een zadenplantage in Xiangyang tijdens de droogte van 2011, de ergste in 60 jaar. Foto EPA

‘De aarde is dorstiger dan ooit”, bromt Shi Laihao (78) als hij een nieuwe, dure waterpomp aan zijn rode Oostenwind-tractor koppelt. „Zo droog als de voorbije jaren heb ik het nooit meegemaakt. We moeten elke dag vijf keer sproeien als we deze wintertarwe willen redden”. Hij steekt een Dubbel Geluk-sigaret op. Dagelijks moet hij vaststellen dat „de natuur voor ons geen genade meer kan opbrengen”.

Niemand hoeft de tientallen miljoenen tarwe- en maïsboeren in Centraal- en Noord-China zoals Shi nog te vertellen dat het klimaat verandert. Dat China een van de kwetsbaarste landen is, zoals autoriteiten in 2012 vaststelden, weten ze ook. Maar níet dat de negen grootste landbouwprovincies een hoofdrol spelen op de klimaattop die vandaag in Lima afloopt, en die volgend jaar in Parijs moet uitmonden in een nieuw klimaatverdrag.

Shi boert al zestig jaar bij Heze, op de noordoever van de Gele Rivier. Kort na de eeuwwisseling stond in deze periode de pas ontloken wintertarwe er fris en donkergroen bij.

Al tien jaar kleuren de velden bruingeel. De oogst mág niet al voor de winter mislukken. Vroeger leverde een mu (660 vierkante meter) tussen de 450 en 600 kilo tarwe op, de laatste jaren maximaal 350 kilo per mu, terwijl de kosten van dieselolie, pijpen en pompen stegen.

Een wolk zwarte dieselrook stijgt op als hij de motor van de trekker maximaal opvoert – modderig grondwater stroomt het irrigatiekanaal in. Shi kijkt misprijzend toe, kleinzoon Li (25) is met plastic pijpen en kleine pompen in de weer. „Allemaal duur spul, waardoor onze kosten omhoog zijn geschoten als vuurpijlen op het lentefestival”, schampert hij.

Van opgeven wil hij niet weten, hoewel hij er in de hete zomers van 2011 en 2013 wel aan dacht. Redding kwam in die rampjaren van legertankwagens die water aanvoerden – de Gele Rivier biedt geen soelaas meer. Shi durft het rivierwater waarin hij als kind zwom niet meer aan te raken. „We hebben sinds de zomer 1,3 millimeter regen gehad, terwijl we nu minstens 80 millimeter nodig hebben”, zegt kleinzoon Li die zich beroept op tv-weerman Zheng Guodong, de Chinese Gerrit Hiemstra.

Meer dan de vervuiling in Beijing die ook door de hoogste leiders en hun families wordt ingeademd, hebben Zhengs weerberichten het denken over klimaatverandering veranderd. Kankerverwekkende lucht, dode varkens in de Yangtze, de 27.000 uitgedroogde rivieren, de protesten tegen gevaarlijke fabrieken doen China’s opstelling kantelen, maar het lot van Shi Laihao en 750 miljoen andere plattelanders is bepalend.

Heilige graanveiligheid

Topmeteoroloog Zheng licht telefonisch toe: „In 2011 werden negen provincies met een half miljard mensen hard geraakt door overstromingen in het zuiden, extreme hitte in het midden en noorden. De schade liep op tot 30 miljard euro. Vóór 2011 zagen we al een trend, maar dat jaar vormt een keerpunt.

Veel indruk maakten toen ook de studies van Academie voor Landbouwwetenschappen die voorspelden dat de bijna heilige ‘graanveiligheid’ in gevaar komt. De groei van de tarweproductie zwakt al sinds vijf jaar af en voor het eerst daalt dit jaar de maïsproductie. Graan importeren uit de VS is nog niet nodig, de voorraden zijn reusachtig, maar de kans dat China afhankelijk wordt van andere landen voor de grondstof van noedels is een spookbeeld voor politici.

„De temperaturen stijgen sneller dan het mondiale gemiddelde”, zegt Zheng. „Als wij de komende dertig jaar net zo blijven groeien en broeikasgassen uitstoten, stijgen de temperaturen aan het eind van deze eeuw met 2,5, mogelijk met 4,5 graden Celsius. Dan zijn delen van het midden en het noorden onbewoonbaar.”

De ommezwaai vertaalde zich in een akkoord tussen de presidenten Xi en Obama over het terugdringen van uitstoot van broeikasgassen met 26 tot 28 procent vanaf 2030. De overeenkomst tussen de VS en China leiden volgens klimaatonderhandelaar Xie Zhenhua in 2015 in Parijs tot een nieuw klimaatverdrag. „Ik heb er alle vertrouwen in dat Parijs geen herhaling wordt van Kopenhagen”, zei Xie vlak voor de klimaattop in Lima. Bij de top in 2009 in Kopenhagen torpedeerden de Chinese autoriteiten de onderhandelingen met het argument dat klimaatverandering wordt veroorzaakt door het rijke Westen, niet door een relatief arm land als China.

Niet openlijk, wel omfloerst, erkent China nu wel dat het als grootste vervuiler – zij het nog niet per hoofd van de bevolking – medeverantwoordelijk is. Xie, desgevraagd: „Wij hebben geen druk van buiten nodig om vast te stellen dat wij zelfs onder complexe omstandigheden de plicht hebben een groene economie op te bouwen.”

Kernvraag is niet of China echt bereid is de afspraken met de VS om te zetten in verdragsafspraken, maar of de doelstellingen gehaald worden. De groei zwakt af, maar blijft hoog met rond de 7 procent per jaar tot 2025. Relatief hoge groei vormt het fundament van de Communistische Partij en dat blijft prioriteit in het land met 100 miljoen inwoners, die jaarlijks nog geen 300 euro verdienen.

„Er moet een revolutie plaatsvinden. Kerncentrales, waterkrachtcentrales, zon- en windenergieparken moeten 800 tot 1.000 gigawatt elektriciteit produceren om de doelen te halen: ruim een verdubbeling van de productie nu”, zegt klimaatprofessor He Jiankun van Tsinghua Universiteit in een telefonisch gesprek.

Verslaafd aan kolen

Maar China is wel koploper in gebruik van duurzame energiebronnen: 60 procent van de in 2013 nieuw opgewekte elektriciteit (94 Gigawatt) kwam uit duurzame bronnen (zon, wind en water). De VS en EU kwamen niet verder dan 15 procent. Toch blijft China verslaafd aan kolen en andere fossiele brandstoffen, goed voor 70 procent van alle energieconsumptie.

Terwijl overal kolossale windmolens en zonnepanelen worden gebouwd en 30 kerncentrales in aanbouw zijn, worden tot 2020 ook drie nieuwe kolencentrales per maand geopend. „Als wij wereldleider worden in het opwekken van duurzame elektriciteit halen we onze doelen. Daarvoor zijn nieuwe wetten en meet- en nieuwe bestuurssystemen nodig”, zegt He, die niet wil zeggen of hij optimistisch of pessimistisch is over de vergroening van de economie.

Voor boer Shi Laihao in Shandong komt de ommezwaai te laat. „Ik heb hier geen toekomst. Ik heb tegen mijn kleinzoon en zijn neven en vrienden gezegd dat zij na het Chinese Nieuwjaar (19 februari 2015, red.) werk moeten zoeken in de fabriek of in de wegenbouw. Hij verdient hier nog geen 1.000 euro per jaar, terwijl hij in Shanghai of Beijing 10.000 euro kan beuren”, zegt hij berustend. In de exodus naar de stad zijn miljoenen kleinzoon Li voorgegaan. Het platteland verdroogt en loopt leeg. ‘Dubbel Geluk’ roken de boeren hier, maar dat hebben zij allang niet meer.