Column

Chantabel

De val van Onno Hoes roept zeer gemengde gevoelens bij me op. Op deze manier slachtoffer worden van de ratjes van PowNews – dat gun je je ergste vijand niet. Hoes heeft groot gelijk dat hij die ratjes nu voor de rechter daagt, vooral omdat er hier en daar nog steeds een besmuikt soort bewondering voor PowNews bestaat. Dekselse jongens! Die durven nog eens wat! Vernieuwend! De VPRO van vroeger!

In werkelijkheid bracht PowNews het nooit verder dan ranzige schandaaljournalistiek, puur gericht op beschadiging van personen en zonder enige inhoudelijke betekenis van belang. Hun slachtoffers werden achtervolgd, getreiterd en beledigd.

Maar is Hoes daarmee verontschuldigd? Kan hij doen alsof hij schuldeloos in de val is gelopen? Dat lijkt me te simpel geredeneerd. Het was wel een geluid dat je meteen na het uitbreken van het schandaal veel hoorde. In Pauw namen advocaat Gerard Spong en de ex-politici Frits Huffnagel en Myrthe Hilkens het voor Hoes op. Ze vonden het belachelijk dat de Maastrichtse gemeenteraad zich druk maakte over iets dat tot de privésfeer moest worden gerekend. Mocht de burgemeester nog zelf uitmaken wat hij in zijn vrije tijd deed?

Maar maakte Hoes zich dan niet chantabel door zo onbezonnen met dubieuze scharrelaartjes om te gaan? Welnee, zei Spong, chantabel ben je alleen als je de strafwet overtreedt. Huffnagel verwees smalend naar de zaak Clinton-Lewinsky: daar hadden we ons in Nederland toch ook niet druk over gemaakt?

Spong onderschat de chanteerbaarheid van de mens. Ieder die een geheim met zich meedraagt kan gechanteerd worden – op welke manier dan ook.

Dat gold destijds ook voor Clinton toen hij – wel of niet in zijn vrije tijd – Monica Lewinsky meenam naar de keuken om iets te doen dat volgens hem, achteraf, niets met seks te maken had. En het gold in dezelfde mate voor een van zijn voorgangers, John Kennedy, die de hoeren op het Witte Huis uitnodigde. Elke vijand zal zulk presidentieel gedrag met welbehagen volgen – en eventueel uitlokken en/of bevorderen.

Dat ook Hoes besefte dat hij chantabel begon te worden, gaf hij al min of meer zelf toe in het stiekem opgenomen cafégesprek met het onderratje van Dominique Weesie. „Dit moet natuurlijk niet nog een keer gebeuren”, zei hij argeloos, verwijzend naar een eerdere affaire. Wat zou hij hebben gedaan als deze man hem met de geheime opnamen had proberen te chanteren? Zou hij zo verstandig zijn geweest de zaak in de openbaarheid te brengen? Dat weet je nooit bij chantage.

Hebben hoogwaardigheidsbekleders dan geen recht op een privéleven waarin ze kunnen doen wat ze niet willen laten? Dat recht hebben ze wel, maar ze kunnen er in de praktijk geen onschendbaarheid aan ontlenen. Op moreel niveau is er geen duidelijke scheiding tussen hun privéleven en hun openbare leven.

Hoes moet met zulke boefjes in het café kunnen zitten, vinden zijn pleitbezorgers. Het klinkt liberaal en tolerant, maar het klopt niet. Ik zie burgemeester Van der Laan al ’s avonds na afloop van de gemeenteraad naar de Wallen kuieren om er zijn favoriete prostituee met een bezoek te vereren.

„Waar staat u op te wachten, burgemeester?” „Mag ik dat in mijn vrije tijd zelf uitmaken, burger?”