Bush verantwoordelijk voor al dat gemartel

Iets meer dan tien jaar geleden wijdde het Amerikaanse televisiestation CBS een uitzending aan de toestanden in Abu Ghraib, een Amerikaanse militaire gevangenis in Bagdad. Martelingen, verkrachtingen, een en ander met foto’s gestaafd. Het waterboarding was nog niet uitgevonden.

De uitzending veroorzaakte internationaal rumoer. President Bush bood zijn excuses aan en zei dat het gedrag van die bewakers daar in geen enkel opzicht maatgevend was voor Amerikaanse militairen. Abu Ghraib werd gesloten. En nu hebben we dit rapport van een Amerikanse Senaatscommissie, 560 pagina’s, waaruit blijkt dat het allemaal veel ernstiger is, en bovendien dat deze barbaarse methodiek vaak vergeefs was.

Om te beginnen heeft de publicatie in Amerika enorme opwinding veroorzaakt. Geen wonder. Een volk in oorlog beschouwt zijn soldaten als helden en alles wat het tegendeel bewijst, wordt door een deel van de publieke opinie in woede verdrongen. Landverraad! Zo is het in ook Nederland gegaan toen de eerste berichten over oorlogsmisdaden van onze soldaten in Indonesië bekend werden. Verwerking van het verleden wordt het genoemd. Wat dat aangaat heeft Amerika nog een lange weg te gaan.

Dit martelen is in Amerika in hoge mate een politieke kwestie. In 2008 is het boek The Prosecution of George W. Bush for Murder van Vincent Bugliosi verschenen. De schrijver is jurist en openbaar aanklager. Hij heeft zich fel verzet tegen de beslissing van het Hooggerechtshof om Bush tot president te benoemen terwijl Al Gore de meerderheid van de stemmen had. Dit boek over Bush werd een bestseller, maar in de serieuze media is het nauwelijks besproken en televisiestations weigerden reclamespotjes. Ik vermeld dit om een indruk te geven van de Republikeinse verbetenheid.

Natuurlijk draagt de regering-Bush verantwoordelijkheid voor de martelpraktijken die nu aan het licht zijn gekomen. En voor nog veel meer. De oorlog tegen het Irak van Saddam Hoessein, waartoe dit schandaal hoort, is met leugens gerechtvaardigd en heeft aan een 4.500 Amerikaanse soldaten en meer dan 100.000 Irakezen het leven gekost. Het land dat volgens de plannen van Washington tot een voorbeeldige democratie moest worden omgevormd, is een failed state, en een van de voedingsbodems waarop de Islamitische terreurstaat kon gedijen.

Of Bush persoonlijk van de martelpraktijken op de hoogte was, is van groot juridisch en humanitair belang. Maar de verantwoordelijkheid van Bush, Cheney, Wolfowitz en Condoleezza Rice strekt veel verder. Ze zijn direct aanspreekbaar voor de militaire catastrofe in het Midden-Oosten die tot op de dag van vandaag de wereldpolitiek beïnvloedt. En laten we dit niet vergeten: onze regering-Balkenende is aan deze catastrofe ook medeplichtig geweest.

Maar dit alles hoort langzamerhand tot onze eigentijdse geschiedenis. Nu is het de vraag of dit rapport over de martelpraktijken invloed zal hebben op de huidige politiek. Ja – in zoverre dat het een bron van ruzies wordt waardoor de Amerikaanse buitenlandse politiek nog meer invloed zal verliezen. De tussentijdse verkiezingen hebben de macht van deze regering al zwaar afbreuk gedaan. De rassenrellen in Ferguson en New York hebben de binnenlandse verwarring vergroot. Dit met diepe conflicten beladen onderwerp maakt de binnenlandse verwarring nog groter. Amerika is een land in zware crisis. Daarmee moeten de bondgenoten rekening houden, maar ze weten niet op welke manier. Dat de misdaden uit een recent verleden aan het daglicht worden gebracht, is een daad van fatsoen. Maar fatsoen is geen politieke macht, en er is een kans dat we dit ingrijpend zullen ervaren.