Arm is boos op rijk. Rijk heeft niets in de gaten

Het SCP deed onderzoek naar de staat van Nederland. De onderste lagen van de bevolking staan in ‘levenskansen’ op flinke afstand van de rest.

En daarbij gaat het niet alleen om inkomen.

Je zou maar horen bij de onderste boterham van de ‘clubsandwich’ van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP): laagopgeleid, weinig inkomen, huurhuis, ontevreden. In een onderzoek naar de verschillen in Nederland, dat het SCP de afgelopen week in afleveringen presenteerde, is vandaag de slotconclusie: je kunt Nederland sociaal, economisch en cultureel zien als een gestapeld broodje. Er is een duidelijke bovenlaag, een net zo duidelijke onderlaag en vier groepen ertussen.

Als je bij de ‘achterblijvers’ hoort, zo’n 15 procent van de bevolking, heb je weinig boodschap aan een ándere conclusie van het SCP: met de polarisatie in Nederland valt het wel mee. De meeste deelnemers aan het onderzoek zien serieuze spanningen en conflicten als het gaat over autochtonen en allochtonen. Er is ook een gedeeld gevoel van afkeer van de elite. Maar tussen hoog- en laagopgeleiden? Of tussen rijk en arm? Dan zit de onvrede, blijkt uit de SCP-studie, vooral bij jóú – als lid van de laagste klasse.

En als de rest van Nederland jouw probleem zelf geen probleem vindt, is er vooralsnog geen polarisatie. Die moet van twee kanten komen.

Als je aan Nederlanders zelf vraagt waar ze staan op de maatschappelijke ladder, van 1 tot 10, geven ze zichzelf heel vaak een 7: bovengemiddeld, maar niet te gek. Het SCP schreef het op, maar maakte een eigen indeling – op basis van eigen onderzoek onder 3.000 mensen. De bovenste en onderste lagen noemen de onderzoekers ‘sociale klassen’, de andere groepen zitten met al hun bijzonderheden ‘rommeliger’ in elkaar.

In de onderste laag, meestal afhankelijk van een uitkering of AOW, moet je het van echte vrienden niet hebben. Uit het onderzoek blijkt dat 44 procent helemaal niemand heeft om ‘persoonlijke zaken’ mee te bespreken. En als SCP-onderzoekers respondenten uit deze groep een lange lijst voorleggen van hoge en lage beroepen, zeggen de meesten dat ze niemand kennen die zo’n beroep heeft.

Heb je in die groep alleen maar de basisschool afgemaakt, dan heb je vaak ook een partner met alleen basisschool. Als je al iemand hebt: een groot deel is alleenstaand. Het SCP vroeg ook naar de ouders: van verreweg de meeste respondenten was ook de vader niet- of laagopgeleid.

Van alle Nederlanders heb je in die groep de meeste kans dat je te dik bent, dat je je niet gelukkig voelt en niet stemt – en anders op de PVV of SP. Maar ook: dat je trouwer dan de andere groepen naar de kerk of de moskee gaat.

Wie in deze groep zit, voelt zich minder aantrekkelijk dan de andere groepen, minder invloedrijk en heeft minder dan andere respondenten de neiging om zichzelf ‘Nederlander’ te vinden. Er is nog iets wat opvalt: in die groep is 60 procent vrouw, 40 procent man.

Andere wereld

De andere wereld heet bij het SCP ‘de gevestigde bovenlaag’. De kans dat je eruit valt, lijkt niet erg groot.

Daar hoort ook zo’n 15 procent van de bevolking bij en van die groep is 60 procent man en 40 procent vrouw. In die hoogste klasse heb je bijna altijd een koophuis en er is 50 procent kans dat jouw partij VVD of D66 is. Niet-stemmen is nauwelijks een optie. Je bent hoogopgeleid en in driekwart van de gevallen is je partner dat ook. En je voelt je volop een Nederlander.

Je vindt jezelf waarschijnlijk behoorlijk aantrekkelijk, zelfs als je Body Mass Index zegt dat je overgewicht hebt, en je houdt ervan om jezelf te verwennen. Uit het SCP-onderzoek blijkt dat je daar blij van wordt: hoe luxueuzer je levensstijl, hoe tevredener. Qua geluksgevoel geef je jezelf gemiddeld een 8,1.

De bovenlaag is bijna helemaal autochtoon, op een paar westerse migranten na. Gemiddelde leeftijd: middelbaar. Er zijn veel samenwonenden bij. En ze vallen in de SCP-studie op door hun grote vertrouwen in andere mensen: 57 procent heeft dat. Maar dat hebben ze ook in zichzelf. Als ze iets voor elkaar willen krijgen, gaan ze ervan uit dat het lukt omdat ze de juiste mensen kennen: een advocaat, een burgemeester, de directeur van een bedrijf met minstens tien mensen in dienst.

De kansrijken

Die ‘gevestigden’ zijn, misschien door hun leeftijd, niet heel goed met computers en ook in hun Engels worden ze ingehaald door de groep die volgens het SCP aan hen grenst: de ‘jongere kansrijken’, zo’n 13 procent van de bevolking. Studenten horen daarbij, maar ook de wat minder hoogopgeleiden. Een op de drie is alleenstaand. Ze wonen meestal in huurwoningen in een grote stad. Als ze een koopwoning hebben, hebben ze daar vaak te veel voor betaald. Hun favoriete partij: D66.

Van alle groepen die het SCP onderscheidt, gaan deze kansrijken het minst vaak naar de kerk. In overgrote meerderheid vinden ze het belangrijk om te luisteren naar mensen die anders denken dan zij. En bijna allemaal hebben ze vrienden met wie ze over zichzelf kunnen praten.

Deze groep kan nog alle kanten op: ze kunnen bij de bovenste laag gaan horen, maar ook bij de groep eronder.

Dat is de ‘werkende middengroep’ – met 27 procent van de bevolking de grootste die het SCP onderscheidt. En misschien de saaiste. De meesten werken in loondienst, ze hebben een gezin, wonen in een koophuis – net wat vaker buiten de stad. Er zitten weinig niet-stemmers bij, maar een op de vijf heeft nog geen idee welke partij het bij de volgende verkiezingen wordt.

Tevreden ouderen

Van de ondervraagde ouderen hoort eenderde tot de laagste, arme groep. Zo’n 13 procent valt in de bovenste laag. Voor de anderen heeft het SCP een eigen groepsnaam bedacht: de ‘comfortabel gepensioneerden’. Ze zijn niet erg hoog opgeleid en spreken nauwelijks Engels. Ze hebben een koophuis, een pensioen waardoor ze luxe kunnen leven – misschien wel de helft van het jaar in Spanje. Ze gaan naar de kerk, het zijn vaak CDA’ers en net iets minder vaak VVD’ers. Of ze stemmen op 50Plus.

Over de één-na-laagste groep wordt door de SCP-onderzoekers bijna met mededogen geschreven: de ‘onzekere werkenden’ (14 procent van de bevolking). In hun wantrouwen over de wereld en hun pessimisme over integratie in Nederland staan ze dicht bij de onderste laag. Ze zijn net iets beter opgeleid, maar ze hebben vaak losse contracten of ze zijn werkloos. Geen andere groep in het SCP-onderzoek heeft zo’n negatief zelfbeeld als deze.

Tweedeling

Als de onderzoekers ergens een tweedeling zien, dan hier: de twee onderste lagen staan ‘in levenskansen’ op flinke afstand van de vier andere.

Politici en beleidsmakers, vindt het SCP, hebben het te vaak over verschil in inkomen en vermogen. Maar de ‘problematische verschillen’ gaan over onderwijs en arbeidsmarkt, zelfvertrouwen en wantrouwen – en ‘groepen die tegenover elkaar komen te staan of zich voor elkaar afsluiten’. De onderzoekers komen zelf niet met een oplossing. Ze zeggen wel wat volgens hen zinloos is: inkomens of vermogens meer of minder belasten, de media beschuldigen van populisme of kwaad worden op de „eenzame en door velen als onmachtig beschouwde politiek-bestuurlijke elite.”

Maar die moet zelf ook gaan inzien hoe groot het wantrouwen is – en dat het niet slim is om dan steeds weer uit te leggen waarom de EU, langer doorwerken of integratie belangrijk zijn. „Politici, beleidsmakers en andere hoogopgeleiden hebben de neiging om het eigen wereldbeeld als redelijk te beschouwen. Maar dat kan een vorm van subculturele bijziendheid zijn.”