Abe houdt het liever bij praten en lezen

In deze dubbelroman, laat de schrijver zijn twee heren door ruimte en tijd reizen. Er komt een cultureel correcte en hooggestemde vriendschap tot stand, gewijd aan literatuur, filosofie en natuur.

Sipko Melissen Foto Bart Koetsier

Hoeveel lezers wil een zichzelf respecterende schrijver minstens hebben? In de nieuwe, vijfde roman van Sipko Melissen, Oud-Loosdrecht, over een slecht verkopende romancier, komt dit vraagstuk regelmatig aan de orde. Volgens Wallace Stevens, aan wie Melissen zijn motto ontleende, is één lezer genoeg. Philip Roth meent dat zeven het ideale aantal lezers is. Maar de redacteur van hoofdpersoon Wijnand Brandt, heeft daar, om begrijpelijke redenen, niet iets praktischer ideeën over. Hij wil er zo veel mogelijk. De schrijver zelf heeft een rond getal in zijn hoofd voor de roman die hij aan het schrijven is. ‘Ik wilde er drieduizend, dat leek me wel een mooi getal.’

Net als in zijn vorige roman, Een kamer in Rome (2012), gaat het hier over het schrijven zelf en bijt het boek zich af en toe in de staart. Terwijl schrijver Wijnand, na een slechtnieuwsgesprek met zijn redacteur, met frisse tegenzin aan een andere, tweede roman begint te schrijven, opnieuw gewijd aan tegenslag in de liefde, komt er voor onze ogen, heel soepeltjes, een soort dubbelroman tot stand, aangevuld met het nodige Amsterdamse straat- en cafégeruis.

Met speels gemak, in goed gekozen formuleringen, en op steeds dezelfde geamuseerde toon voert Melissen zijn creatieve held door ruimte en tijd. Nu eens zien we hem, eind zestig ongeveer, struinen door de Amsterdamse binnenstad,

tobbend over zijn verbroken relatie met vriend Eric, dan weer dwaalt hij, op zijn achttiende, met zijn jeugdvriend Abe door de Gooise bossen. De ene keer kijkt hij, als middelbare heer, op een terras uit over de Loosdrechtse plassen, peinzend over zijn lezers, de andere keer zit hij, als 35-jarige toerist, te broeden in een Griekse bus. Verder biedt Melissen ons, in dialoogvorm vooral, een snelcursus Plato aan, en krijgen we ook nog het een en ander te horen over Diogenes, Seneca, Epicurus, Kaváfis en Van het Reve: de helden van de jeugdvrienden Wijnand en Abe, twee Hilversumse gymnasiasten, die elkaar tijdens lange zomervakanties voorlazen uit hun lievelingsboeken. De rode draad in die vriend-

schap met Abe is het platonische karakter ervan. Wijnand is verliefd op Abe, maar Abe valt op meisjes en houdt het liever bij praten en lezen. Wijnand schikt zich daarin.

Ik kon me, al vrij snel eigenlijk, wel iets voorstellen bij de weigering van de uitgever van Wijnand om een verhaal uit te brengen over deze wel erg cultureel correcte en hooggestemde vriendschap, gewijd aan literatuur, filosofie en natuur. Er gebeurt namelijk hoegenaamd niets bijzonders of ook maar enigszins gedenkwaardigs tussen of met de twee vrienden.

Oud-Loosdrecht is een onberispelijk geformuleerde, rimpelloze, afstandelijke herenroman, die hooguit lónkt naar wat jong is en buitensporig. De hoofdpersoon krijgt, als hij al half onderweg is naar een Italiaans ‘spaghettifeest’, waar hij ook vriend Abe weer zal ontmoeten, een grote teleurstelling te verwerken. Hij komt er bij toeval achter dat hij niet is uitgenodigd voor de nieuwjaarsborrel van zijn uitgeverij, die gehouden wordt bij de Amsterdamse kunstenaarssociëteit Arti et Amicitiae. Hoe erg is dat, kun je je afvragen, maar Wijnand voelt zich er ernstig door beledigd en speelt een paar keer met de gedachte om het feest op het Rokin bruut te verstoren. Maar de stenen die hij bij Arti door de ruiten zou willen smijten, blijven na bestudering van enkele wijze teksten van de stoïcijn Epictetus, die hij al even toevallig op zak heeft, keurig op hun plek.

Langzaam werkt Melissen toe naar het nachtelijke spaghettifeest op Bickerseiland waar, quasi achteloos, en na veel wijn, een onthulling wordt gedaan. Dan komt er na veel vijven en zessen uit dat Wijnand zijn Gooise jeugd toch niet helemaal als maagd heeft afgesloten. Hij blijkt een nacht te hebben doorgebracht met Reve, toen G.K. van het Reve, in het Friese Greonterp, nadat hij zelf contact met hem had gezocht. De meester liet hem per brief weten dat hij van harte welkom was om een keer zijn ‘Geheime Opening’ van dichtbij te komen laten zien. Vervolgens wordt over deze erotische ontmoeting discreet gezwegen.

Hoe het verkooptechnisch zit met Sipko Melissen weet ik niet, maar misschien is het een idee als zijn uitgever, net als de redacteur uit Oud-Loosdrecht, een krachtig advies geeft voor een volgende roman: minder gepraat, meer seks.