Ziekte op crèche valt toch wel mee

Jonge crèchekinderen zijn vaker ziek dan thuiskinderen. Maar „tweemaal zoveel” is overdreven en een remedie is simpel.

Kinderdagverblijf Kindergarden in Amsterdam. „Waar veel kinderen samen zijn, worden er veel ziek.” Foto’s Olivier Middendorp

Baby’s en peuters die naar een kinderdagverblijf gaan, hebben vaker diarree en geven vaker over dan kinderen die hun eerste levensjaren volledig thuis doorbrengen. De allerjongsten in de crèche hebben twee keer zo veel last van die buikgriep als de twee- en driejarigen.

Die crèchekinderen „bezoeken gemiddeld tweemaal zo vaak de huisarts en worden tweemaal zo vaak opgenomen in het ziekenhuis vanwege complicaties als kinderen die niet naar een kinderdagverblijf gaan”. Dat staat in een persbericht van het RIVM in Bilthoven. Het gaat over onderzoek van de gisteren in Utrecht gepromoveerde bioloog Remco Enserink. Enserink kwam er veel mee in de pers.

Maar in het proefschrift van Enserink staat niet dat twee (2,0) keer zo veel crèchekinderen met buikgriep naar de huisarts gaan. In een hoofdstuk komt Enserink op 1,7 keer zoveel. Daarin vergeleek hij twee verschillende gegevensbestanden – altijd verraderlijk. In het andere hoofdstuk, met de uitslag van een internet-enquête, staat: er zijn 1,4 keer zoveel kinderdagverblijfkinderen als thuiskinderen die met buikgriep naar de huisarts moeten.

De ruim in het nieuws verspreide ‘tweemaal zoveel’ in het persbericht is een flinke afronding naar boven. Vooral omdat wetenschappelijk gezien de 1,4 betrouwbaarder lijkt dan de 1,7. Het lijkt op wat er gisteren in een ander onderzoek werd beschreven: overdrijving in medisch nieuws staat vaak al in het persbericht dat de universiteit verspreidt. Het is de uitkomst van Brits onderzoek, gepubliceerd in het tijdschrift The BMJ.

Wat Enserink vond is al langer bekend, ook uit eerder Nederlands onderzoek: jonge kinderen die naar het kinderdagverblijf gaan, zijn vaker ziek dan kinderen die thuisblijven. Meestal gaat het over luchtweginfecties, oorontstekingen en de eenmalige kinderziektes, zoals waterpokken. De helft van de Nederlandse kinderen tot 4 jaar gaat naar de crèche. Zo’n kinderdagverblijf, schrijft Enserink, huisvest kinderen met een onrijp afweersysteem in een volle ruimte die ideaal is voor het verspreiden van infectieziekten. Of die vroege blootstelling op lange termijn slecht is voor de gezondheid is onbekend.

Enserink keek specifiek naar buikgriep, gekenmerkt door overgeven of diarree. Jaarlijks gaan 80 op iedere 1.000 nul- en eenjarige crèchekinderen daarvoor naar de huisarts. Dat blijkt uit opgaven van de crèches. Uit een heel ander gegevensbestand rolt dat huisartsen 47 van zijn 1.000 nul- en eenjarigen die in de praktijk zijn ingeschreven jaarlijks met die klacht ‘verwachten’. Vergelijking leverde Enserink zijn factor 1,7 op.

Met weinig moeite kan de crèche de buikgriep terugdringen, schrijft Enserink. Eenderde van de kinderen gaat er bijvoorbeeld eten zonder handenwassen. En van de kinderen die naar de wc zijn geweest wast 15 procent zijn handen niet. En er zijn kinderdagverblijven waar de leiding zelf de handen onvoldoende wast en waar niet dagelijks de wc en de keuken worden schoongemaakt. Enserink vond dat buikgriep ook vaker voorkomt bij crèches die groot zijn, waar ook dieren zijn, waar een zandbak is en waar leidsters vaak van groep wisselen.