We zijn banger dan we toegeven

Cabaretière Louise Korthals maakte een programma over doorgedraaide vrouwen die op zoek zijn naar zichzelf, terwijl elders de wereld in brand staat. ‘Blijf wakker, hou je kop erbij.’

Foto Monique Kooijmans

‘Hou je ogen open, hou je droom in zicht. Wie bang is voor het donker, die ziet nooit het licht. Blijf wakker! Oho, blijf wakker”, zingt Louise Korthals in het openingslied van haar cabaretprogramma Zonder voorbehoud.

Het nummer is een groovy stamper met activistische tekst. Dat past bij de wens van Korthals om haar tweede voorstelling „meer ballen” te geven.

Haar eerste programma was het met complimenten overladen Vlieguur, waarvoor ze in 2013 de Neerlands Hoop ontving, de prijs voor beginnende cabaretiers met een grote toekomst. Haar vermogen om liedjes te schrijven werd geprezen, net als haar zang en haar acteertalent. De jury van de prijs zag „een geboren performer”.

Het maken van een programma begint met het schrijven van liedjes, vertelt Korthals. „Het zijn de ankerpunten waar ik de voorstelling omheen bouw. Het zijn gevoelsnummers, waar iets kwetsbaars in zit.”

Humanitaire rampen

Van het nummer ‘Jij mens’ bijvoorbeeld had ze eerst alleen één zin: ‘Als je voor god speelt, doe dan in godsnaam je best.’ Met de rest van de tekst stond ze op een dag op. Korthals: „Ik pakte mijn telefoon om zo snel mogelijk te kunnen typen bij Notities. Dat was de ‘Jij mens’-riedel, al die zinnen die met ‘Jij mens’ beginnen: ‘Jij mens, die met wapens een volk kan verslaan, jij mens die je voet zet op aarde en maan.’ Die grootse daden plaats ik tegenover de wandaden, de haat, de moorden. De mens verricht onvoorstelbare wonderen en tegelijkertijd buitelen de humanitaire rampen de huiskamer in. Daar wilde ik een liedje over maken: hoe is dat mogelijk?”

‘Kruisje’ is een liefdesliedje waarin ze spreekt tot een onzichtbare macht die de doden „met kennelijk plezier” weghaalt. Ze stelt hem voor een contract te tekenen om haar vriend te laten leven. Ze zingt, slechts begeleid door losse pianotonen: „Wilt u even tekenen bij dit kruisje? Deze man, die hou ik liever hier. (…) Zonder hem vind ik er hier niks aan.”

Korthals: „Toen ik het schreef, dacht ik: wordt dit nou zo’n pruttelig kleinkunstdingetje? Daar ben ik altijd bang voor. Maar toen ik het voorlas aan mijn regisseuse, Jessica Borst, had die tranen in haar ogen. Ze zei dat ik een gedachte had geformuleerd die iedereen wel eens heeft. En dan wend je je naar boven. Ik geloof niet in god, maar tegen wie moet je dan praten?”

Cabaret is persoonlijkheidskunst

Een heldere, harde stem heeft ze, maar de associatie met een hockeymeisje doet haar verontwaardigd proesten. „Oh, moet dit nou? Daar hangt zo’n plaatje aan.” Ze groeide op in Zeist, en ging in Utrecht naar school. „Het klopt dat ik een ABN-stem heb. Deels praat ik bewust zo. Cabaret is toch ook een soort persoonlijkheidskunst. Ik kom wel uit een redelijk kakkineuze buurt. Maar ik heb nooit gehockeyd.”

In haar eerste programma maakte Korthals zich vrolijk over Facebook en de neiging zelfs foto’s van pannen macaroni te delen. Ze vergeleek Facebook met een sociale werkplaats. Nu richt ze zich met geestige anekdotes op een andere trend, doorgedraaide vrouwen die op zoek zijn naar zichzelf. Korthals, dit jaar dertig geworden, kent eigenlijk niemand van haar generatie die niet op een bepaalde manier aan zelfhulp doet, zegt ze. Zelf is ze bezig met yoga en mindfulness. „Ik val in de valkuilen waar ik voor waarschuw. Wat dat betreft ben ik een lopend gebrek.”

Maar wat zoekt iedereen? Controle, zegt ze, balans. Het komt door technologische innovaties en politieke ontwikkelingen die niet meer te bevatten zijn, door de ‘draaikolk van prikkels’. „We zijn ons houvast kwijt, ons overzicht. Ik ook. In de kern zijn we misschien banger dan we toegeven. En zelfhulp heeft ook een sociale dimensie. In de krant stond dat het Viva-forum explodeert. Daar ben je niet alleen.”

Korthals schetst een generatie die op zoek is naar zichzelf, terwijl elders de wereld in brand staat. Dat is het contrast waarin ze leeft, legt ze uit. „Ik zit hier in mijn paradijs. Ik vul mijn dagen met badkamertegels en huwelijken. Ja, ik heb net een verbouwing achter de rug, en reken maar dat ik drie nachten wakker lig over welke tegel ik moet kiezen. Tegelijkertijd zijn er op de wereld nu evenveel vluchtelingen die een schuilplaats zoeken als tijdens de Tweede Wereldoorlog.”

De medicijnenbus naar Syrië

Boos maakt ze zich, over de dubbele moraal, over het uitsluiten van mensen. „In gesprek blijven, is essentieel.” Verwarrend ook, zegt ze, is dat je tegenwoordig de tragedies vanuit alle uithoeken op de wereld meteen voor je neus hebt. „Ebolaweesjes, opgejaagde yezidi’s op een berg, zonder water, die verbranden in de zon: je kan meekijken en het gebeurt nu. Nu! Dat brengt het jachtige gevoel mee dat je ook nú iets wilt doen. Waar moet ik zijn, waar kan ik helpen?”

Uiteindelijk gaat het programma over onmacht. Korthals: „Het is lastig om met die informatie te dealen. Dan vraag je je af, zoals in het lied Kruisje: tegen wie moet ik praten? Het zou al schelen als we politieke leiders zouden hebben die keuzes durven maken en stelling nemen.”

En waarom zit ze dan niet zelf op de medicijnenbus naar Syrië? „Daar heb ik vaak over nagedacht. Maar ik vind het ook belangrijk dat deze dingen gezegd worden: blijf wakker, hou je kop erbij. Laat dat mijn taak zijn.”