Wat heeft Europa te maken met de martelpraktijken?

Het Amerikaanse onderzoek naar martelpraktijken leidt in Brussel tot vragen. Wat was Europa’s aandeel in de ‘war on terror’? In Polen twijfelt niemand er meer aan dat het land geheime detentiecentra van de CIA herbergde.

Door het Amerikaanse zelfonderzoek naar de martelpraktijken van de CIA rijzen ook weer opnieuw vragen over de Europese rol hierin. Die leken goed en wel begraven, niet in de laatste plaats door het hardnekkige zwijgen van mogelijk betrokken EU-lidstaten. Maar wat het Europees Parlement betreft is de discussie weer geopend. ,,Ook Europa moet nu rekenschap afleggen’’, zegt Sophie in ’t Veld (D66).

In ’t Veld zat in 2006 in een onderzoekscommissie van het Europarlement die onderzoek deed naar de Europese samenwerking met de Amerikaanse geheime dienst tijdens de ‘war on terror’. Die concludeerde dat tussen 2001 en 2005 voor meer dan duizend CIA-vluchten het Europese luchtruim was gebruikt. Ook zou de Amerikaanse geheime dienst in sommige landen tijdelijk geheime detentiecentra hebben bestierd.

Het onderzoek uit 2007 van de Zwitserse senator Dick Marty, gedaan in opdracht van de Raad van Europa, noemde ook landen bij naam: in ieder geval in Polen en Roemenië waren zulke centra geweest. Litouwen wordt ook vaak genoemd. Ruim vijftig landen hebben in meer of mindere mate destijds met de CIA meegewerkt, waaronder 21 Europese. Zeventien daarvan waren op dat moment EU-lid of stonden op het punt dat te worden, zoals Polen.

Polen werd in juli dit jaar door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens veroordeeld tot het betalen van schadevergoeding aan twee terreurverdachten. Volgens de rechters stond het vast dat er op de Poolse vliegbasis Stare Kiejkuty een geheim detentiecentrum was waar de twee zijn vastgehouden en gemarteld. Het land had geen pogingen ondernomen ,,om dit te voorkomen’’. In oktober ging Polen tegen die uitspraak in beroep.

Gebrek aan medewerking

Niet alleen Polen ontkent: wat de vele onderzoeken naar het CIA-programma gemeen hebben, is het vrijwel totale gebrek aan medewerking vanuit lidstaten en de Europese Commissie. Barbara Lochbihler, die namens de Groenen in de mensenrechtencommissie van het Europarlement zit, vindt dat politiek verantwoordelijken alsnog strafrechtelijk vervolgd moeten worden. ,,Regeringen moeten accepteren wat er aan onderzoek en feiten op tafel ligt’’, zei ze gisteren op de Duitse radio.

Sophie in ’t Veld heeft om een reactie van de Europese Commissie gevraagd, en in het bijzonder van Frans Timmermans, die als eerste vicepresident verantwoordelijk is voor Fundamentele Rechten. „Laten we”, zegt ze, „onze geloofwaardigheid als verdediger van de mensenrechten in de wereld behouden, samen met onze grootste bondgenoot.”

Maar de commissie kwam gisteren met een kort statement: het Amerikaanse rapport roept „belangrijke vragen” op en is een „positieve stap”, maar bevat „geen bewijzen” voor Europese betrokkenheid bij het martelprogramma. Daarom kan daar ook niks over gezegd worden, aldus de woordvoerder. De commissie zegt wel dat de EU „alle vormen van marteling veroordeelt, onder alle omstandigheden, inclusief anti-terrorisme”.

Moeilijkheden met land X

In het gisteren gepubliceerde Senaatsrapport wordt Polen niet expliciet genoemd, maar de gegevens over de genoemde gevangenen komen onder meer overeen met die in het eerdere vonnis van het Europese Hof. In Polen zelf twijfelt niemand aan wat de Amerikaanse senatoren bedoelen met ‘land X’ en ‘detention centre blue’.

De Polen stonden in 2002 en 2003 niet te springen om zo’n geheim detentiecentrum op eigen bodem. Volgens het rapport waren er „voortdurend moeilijkheden” met ‘land X’. De Polen eisten een geschreven overeenkomst van de CIA met een nauwere omschrijving van de activiteiten. De CIA weigerde. Vervolgens weigerde Warschau om Khalid Sheikh Mohammed, het zelfverklaarde meesterbrein achter de aanslagen van 11 september in New York, tot Polen toe te laten.

Die beslissing werd ingetrokken na een persoonlijke interventie van de Amerikaanse ambassadeur in Warschau. ,,De volgende maand maakte de CIA [X] miljoen dollar over aan de [X] van land [X]”, aldus het rapport. Sindsdien zou het land flexibeler geworden zijn. Dat er geld was betaald, was al bekend, maar niet dat hiermee Poolse bezwaren waren afgekocht. Adam Bodnar van de Poolse Helsinki-stichting verklaarde in de Poolse pers hierover „geschokt” te zijn. „Voor geld hebben we de grondwet geschonden.”

Leszek Miller, de verantwoordelijke premier tussen 2001 en 2004, zei gisteren op televisiestation TVN24 dat over het werk van inlichtingendiensten beter gezwegen kan worden. Voor de betaalde miljoenen heeft hij een verklaring: „financiële stromen” zijn normaal bij de samenwerking tussen diensten. „Maar niet om de CIA van een centrum te voorzien.” Die suggestie vond Miller „beledigend”. Alexander Kwasniewski, indertijd president, geeft het bestaan van het detentiecentrum wel toe, maar stelt dat de Polen nooit hebben ingestemd met martelpraktijken.

Veel was al bekend

De voorpagina’s van Poolse kranten openden gisteren weliswaar met het CIA-rapport, maar een enorme schok is het niet: veel was al bekend. Lukasz Lipinski van denktank Polityka Insight verwacht ook geen sterke politieke reactie. „Er is niet echt een politieke partij die deze zaak wil oplossen. Poolse aanklagers voeren een eigen onderzoek, maar daardoor kan de overheid zeggen: we mogen dat niet beïnvloeden. En de aanklagers zeiden tot nu toe weer: de Amerikanen geven ons niet alle informatie.”

Premier Ewa Kopacz beloofde dat het Poolse gerecht het materiaal uit het rapport zal onderzoeken, maar hoopte eveneens dat er niets zal veranderen aan de inhoud van de Pools-Amerikaanse banden. Die achten de Polen erg belangrijk.