Spoken uit pijnlijk verleden Brazilië

Een waarheidscommissie schokt de Brazilianen met haar rapport over de martelingen tijdens de dictatuur.

President Dilma Rouseff huilt tijdens haar speech bij de presentatie van het rapport over de mensenrechtenschendingen in Brazilië. FOTO AP

Sommigen werden aan armen en benen opgehangen. Verstikking werd gesimuleerd door katoenen doeken of kleding tegen mond en neus te houden. Anderen kregen elektrische schokken toegediend of werden in krappe koelruimtes gestopt. Na gisteren lijdt het geen enkele twijfel: tijdens de militaire dictatuur in Brazilië, tussen 1964 en 1985, waren marteling en mensenrechtenschendingen schering en inslag.

Na ruim tweeënhalf jaar van onderzoek presenteerde de Braziliaanse Nationale Waarheidscommissie op de internationale dag van de mensenrechten een dik rapport. Het is de eerste serieuze poging om in het reine te komen met zijn bloedige verleden.

De conclusies zijn niet mis: „Tijdens de militaire dictatuur werd onderdrukking en de eliminatie van politieke tegenstanders staatspolitiek, ontworpen en uitgevoerd op basis van beslissingen van de president van de Republiek en militaire ministeries” staat in het rapport.

De commissie heeft een lijst gepubliceerd van 377 namen, de verantwoordelijken voor de ‘systematische martelpraktijken’ tijdens de dictatuur. Tweehonderd van deze voormalige militairen zijn nog in leven. De waarheidscommissie adviseert hen juridisch te vervolgen.

Zoals veel Latijns-Amerikaanse landen ging Brazilië in de jaren zestig en zeventig gebukt onder een militaire dictatuur, gesteund door de Amerikaanse regering. In vergelijking met buurlanden kwam Brazilië er goed vanaf. Argentinië telt tienduizenden doden en verdwijningen, in Chili staat het officiële aantal op ruim drieduizend. Volgens de waarheidscommissie zijn in Brazilië 434 mensen vermoord of spoorloos verdwenen.

Maar de commissie houdt een slag om de arm. „Deze aantallen komen zeker niet overeen met het totale aantal doden en verdwijningen, het zijn enkel de zaken die konden worden bewezen.” Andere landen begonnen al veel eerder zelfonderzoek naar mensenrechtenschendingen tijdens de dictatuur: in Argentinië, Chili en Uruguay werden daders vervolgd en berecht. Uit het onderzoek blijkt ook dat (inter)nationale bedrijven, onder andere het Amerikaanse Johnson & Johnson en de Braziliaanse tak van Volkswagen, de militairen hielpen.

Dat Brazilië na zoveel jaar toch een onderzoek begon, is de persoonlijke verdienste van president Dilma Rousseff. Gisteren kreeg Rousseff, die als jonge revolutionair tijdens de dictatuur zelf drie jaar werd opgesloten en 22 dagen gemarteld werd met onder meer elektrische schokken, het eerste exemplaar uitgereikt.

Rousseff kon haar tranen niet bedwingen tijdens haar speech, waarvoor ze een staande ovatie kreeg. „Brazilië verdient de waarheid. De nieuwe generatie verdient de waarheid”, zei ze. „Wij die in de waarheid geloven hopen dat dit rapport ertoe bijdraagt dat de spoken uit een triest en pijnlijk verleden zich niet langer in stilte kunnen verschuilen.”

Toch is het zeer de vraag of Rousseff deze claim ook echt kan waarmaken. In de transitiefase van dictatuur naar democratie werd een amnestiewet van kracht. Op basis van deze omstreden en nog altijd geldende wet zijn zowel de militairen als hun politieke tegenstanders (die uit verzet aanslagen pleegden en politici ontvoerden) nooit vervolgd voor misdaden gepleegd in die periode.

„Ik ben sceptisch”, zegt Vitória Grabois, voorzitter van de mensenrechtengroep Nooit Meer Martelen. „Brazilië is conservatief en verandering is met deze regering ondenkbaar.”

Wel ziet Grabois er veel goeds in dat nu officieel erkend wordt dat de misdaden tijdens de dictatuur veel erger waren dan gedacht. „Maar de waarheid is niet voldoende” zegt ze. „Wij willen gerechtigheid.”