Schaapje, schaapje, ben je nog wel rendabel?

Een schaap is een leuk ‘product’. En een schaap in de wei is lekker Hollands. Toch gaat het niet goed met het dier, want de schaapstand neemt snel af. Van wol moet het schaap het in ieder geval niet meer hebben.

Nederland ontschaapt. Graasden in 2000 nog ruim 1,3 miljoen schapen het Nederlandse gras weg, en in 1990 zelfs 1,7 miljoen, de schaapstand is nu gedaald tot 959.000 stuks. Dat maakte het CBS deze week bekend. En het aandeel schaap in de veestapel zal naar verwachting nóg kleiner worden.

Dijkje, schaapje, wolken: Hollandser kan het zicht niet. Maar langzaam verdwijnt het schaap uit het landschap. En wat daarvoor in de plaats komt, zijn grasmaaiers.

Je hoeft ze niet te voeren

Wie een rationele sterkte-zwakteanalyse loslaat op het schaap, ziet meteen: een schaap is een leuk product.

Oké, het is niet een bijster intelligent beest, „maar wel heel hanteerbaar”, zegt Cristine Oostendorp (35) uit Reyerscop bij Utrecht. Met haar man Corno (34) houdt ze 150 schapen voor het vlees. En 25 vleeskoeien. En een hooi- en strohandel. En een horecabedrijfje voor boerenfeesten, naast een parttime baan bij een melkveebedrijf en een adviseursbaan bij pensioenfondsen. Cristine, aan de keukentafel: „Als een schaap tegen je oprent, gebeurt er meestal niks. Da’s makkelijk met kinderen.”

Nog een voordeel: schapen staan buiten, het hele jaar door. Zo’n 95 procent van alle schapen in Nederland staat in de wei. Als de koeien op stal gaan, kun je mooi je schapen op het ongebruikte land loslaten. Met hun kleine hoefjes trappen ze niet je hele wei kapot in de winter. Je hoeft je schapen niet te voeren, geen stallen uit te mesten. En ze vreten alles: gras, onkruid. In het voorjaar is het wel „net alsof je zelf pas bevallen bent”, zegt Cristine. Schapen staan dan zes weken binnen, als ze lammetjes krijgen. Dan is het doorwerken. „Je moet er ’s nachts weer om de drie uur uit.”

Het schaap kent ook zwakheden. De lammeren krijgen vrij gauw longontsteking, waar ze dan snel aan bezwijken. Je kunt ze wel antibiotica geven, maar 40 euro op een schaap van 100 euro is een behoorlijke investering. Schapen belanden met regelmaat in het water, wat in het begin van het seizoen niet zo’n probleem is, maar aan het einde wel, als hun vacht dik is. Cristine: „Dan ligt er zo’n volgezogen spons in de sloot.”

Ze krijgen ook vaak uierproblemen na het lammeren, of vallen gewoon dood neer – waarna je het beest via internet moet afmelden bij het ministerie, wat zeker een kwartier kost. „De administratie is echt verschrikkelijk.”

Het lammeren gaat ook niet vanzelf. „En een beetje vleesschaap heeft hulp nodig”, zegt Cristine. De schapen van Oostendorp zijn een mix tussen Texelaars (veel vlees, moeilijk baren) en Swifters (minder vlees, makkelijk baren). „Je moet er echt bovenop zitten.”

In schapen moet je, kortom, zin hebben, zeggen Corno en Cristine. Als je het rendabel wil maken, moet je elke dag je vee inspecteren „om de zieken mee naar huis te nemen”, om te kijken of er niet één ergens klem zit of verdwaald is. Schapen houden doe je er niet even bij.

Dat is één van de redenen waarom het schaap verdwijnt. Want veeboeren deden het er wél vaak bij. Maar de rekensom van de moderne boer valt slecht uit voor het schaap. Vleesschapen renderen net iets minder per hectare dan melkkoeien, zegt de Friese Jeljer Wynia, voorzitter van de vakgroep Schapenhouderij van landbouworganisatie LTO Noord en zelf houder van een paar honderd Blessumer ooien. „Vroeger hield de koeienboer er nog gewoon een koppel schapen bij. Maar door de mestquota loont dat niet meer.”

Schapen poepen namelijk ook. En als boeren niet kunnen uitbreiden omdat ze aan hun mesttaks zitten, doen ze als eerste de schapen eruit. Dat is te zien aan de cijfers: het aantal boerderijen met schapen is ook rap gedaald.

Alleen een schaap staat altijd buiten

Wat het schaap ook tegenzit, is het wegvallen van de ‘ooipremie’, stelt het CBS. Na het uitbreken van mond- en klauwzeer en de ruimingen in 2001 waren er een stuk minder schapen. Maar schapenhouders kregen een premie als het economisch tegenzat en de schapen popten weer op.

Na het verdwijnen van de ooipremie in 2006, „toch één-, tweeduizend per jaar” voor schapenhouders als Corno en Cristine, daalden de aantallen weer. Is dat de reden? Omdat de ooipremie in feite opging in de ‘bedrijfstoeslagregeling’ is het effect van de afschaffing niet helemaal helder.

Wat het schaap straks wel verder uit het landschap zal verdrijven, is het vervallen van het melkquotum begin 2015. Boeren mogen dan zoveel melk produceren als het mestquotum toestaat. Nóg een reden om de schapen de deur uit te doen. En, zegt Wynia: „veel schapenhouders zijn op leeftijd. De jonge generatie neemt het niet over.”

Jammer, vindt schapenhouder Wynia natuurlijk. Jammer van het uitzicht: „Het schaap is het enige dier dat altijd buiten staat.” Alleen schapen kunnen op dijken grazen, paarden en koeien trappen te veel kapot.

Jammer van het vlees ook. „Lamsvlees is, durf ik te zeggen, het duurzaamste vlees dat we hebben.”

Aan het vlees kun je wél verdienen

Het schaap heeft wel kansen. Niet de wol. „Voor de wol krijg je twee euro per schaap”, zegt Cristine. Ook schapenkaas of schapenmelk niet. Leuk, maar niche.

Een kleine trend is om schapen tegen betaling in te zetten voor het begrazen van natuurgebieden. „Maar daar gaat het om enkele tientallen kuddes, dat is een kleine categorie”, zegt Raymond Schrijver van onderzoeksinstituut Alterra van de Wageningen Universiteit.

Voor het begrazen van dijken van waterschappen krijgen boeren meestal ook geen geld, soms betalen ze zelfs. En een ernstige schaapschaarste die de prijzen opstuwt, dreigt nog niet. Schrijver: „Met een miljoen schapen kun je héél véél dijken begrazen. Anders moeten ze maaien.”

Het is het vlees, waar prima aan te verdienen valt, vinden Corno en Cristine. Zij zien groeikansen. Al jaren is de prijs best goed – voor een stevig ooilam vangen zij al gauw zo’n 100 euro van de veehandelaar. En de prijs zal hoger worden, als er minder schapen zijn. Maar je moet wel je bedrijf er slim op inrichten. Goede stallen, een hooihandel als die stallen leegstaan, een paar koeien erbij, boerenfeesten, bijbanen.

Als de schapen verdwijnen uit de wei, komt daar niks voor terug. De verpaarding is gestagneerd, koeien, zo is de trend, staan op stal.

Wat graast dan het gras kort? De grasmaaiers.