Roken met een ongedocumenteerde

Ik had ‘ja’ gezegd op de vraag van het Steunpunt Vluchtelingen of er in het kader van ‘de nacht van de vervanging’ een uitgeprocedeerde asielzoeker mocht komen logeren. Jammer dat ik vergeten was om even te overleggen met de vriendin, vond de vriendin. Naarmate de dag naderde, zagen we er steeds meer tegenop. De persvrouw die het allemaal begeleidde, was van het type dat na een vinger meteen je hele arm probeerde te pakken.

„Hebben jullie ook ruimte voor twee asielzoekers?”

„Wil je een praatje houden?”

„Hebben jullie ook zin in een cameraploeg erbij?”

Ik vond het even genoeg, maar andersom leek het me voor de uitgeprocedeerde in kwestie ook geen feest. Als ik moest kiezen tussen logeren bij Peter R. de Vries, Hugo Metsers, Hanneke Groenteman en mezelf, dan wist ik het wel. Maar voor een kettingrokende Koerd uit Noord-Irak was ik een lot uit de loterij. Asbak op tafel, heel anders dan bij een eerdere logeerpartij bij de broer van ex-Kamervoorzitter Gerdi Verbeet.

Hij heette Shiraz en was al achttien jaar in Nederland. De verblijfsvergunning was afgewezen, maar terug kon hij ook niet.

We kregen vegetarische couscous. Naast ons zat Hanneke Groenteman met een voor haar onverstaanbare Ivoriaan en verder voerde ik een gesprek met acteur Hugo Metsers omdat ik dacht dat hij Jelle Brandt Corstius was.

Hanneke: „Nee, die is er niet. Die schrijft vanavond brieven voor Amnesty.”

Waar was Shiraz?

O, weer roken.

Op het balkon in de kou wilde een vrijwilliger met een fototoestel een foto van mij en Shiraz met op de achtergrond een kerstboom maken. Een ander vroeg zich af hoe ik Shiraz zou omschrijven als ik over hem schreef. „Ik vind ‘ongedocumenteerde’ mooier lezen dan ‘uitgeprocedeerde’.”

Toen Peter R. de Vries begon met het voorlezen van wat ‘een morele coming-out’ werd gevonden, ging de telefoon in mijn jaszak. Niet zo leuk, dat vond hij ook.

„Engelandvaarders worden geprezen en door ons gedecoreerd, maar als je vanuit Somalië duizenden kilometers naar Nederland reist, wachten je geen medailles maar wantrouwen en cynisme.”

Nog meer toespraken, afgewisseld met poëzie en verschrikkelijke muziek.”Ik gebaarde naar Shiraz dat we maar eens moesten gaan.

„Nu al?”, vroeg een vrijwilliger.

Daarna: „Ai, dit is net zo interessant voor jou.”

„Maar voor ons niet, hè Shiraz?”, spande ik mijn ‘ongedocumenteerde’ meteen voor mijn karretje want deze column moest ook nog worden geschreven.

Inmiddels zit ik in de studeerkamer, naast de stretcher die de vriendin in alle haast bij de buren had geleend. Shiraz zit met onze kat op schoot naast mijn vriendin op de bank naar de wedstrijd van Ajax te kijken. Het was de bedoeling natuurlijk niet, maar even wilde ik dat ik hem was.