Rafelrandje mag weer bij Ajacied

Ajax plaatste zich gisteren niet alleen voor de Europa League. De club toont met Zivkovic, Kishna en El Ghazi niet bang te zijn voor grillige spelers.

Anwar El Ghazi was een van de tieners waar Ajax-trainer Frank de Boer gisteren een beroep op deed. De landskampioen stelde met een 4-0 zege op APOEL Nicosia een plaats in de Europa League veilig. Foto AFP

Ze krijgen geen dvd over dat glorieuze verleden, echt niet. Dat de 18-jarigen Jairo Riedewald en Richairo Zivkovic, gisteravond invallers, nog niet geboren waren toen Ajax in 1995 de Champions League won, maakt van hen ergens voetballers uit een nieuw tijdperk. Jongens die niet beter weten dan dat Ajax een tussenstap is naar de top en waar je dus na je, pakweg, 22ste niet meer speelt als je echt iets in je mars hebt. „Ik ga er van uit, als ze van voetbal houden, dat ze die geschiedenis kennen”, zei Ajax-coach Frank de Boer gisteravond. „Wat wij als club hebben gepresteerd in de jaren negentig, en in de jaren zeventig. Ik ga daar niet mee pronken, dat moeten ze zelf maar opzoeken.”

Want „we leven in het heden”, zei de trainer van de club die eeuwig de blik op de toekomst heeft, en zoveel vraagt van de verbeeldingskracht van supporters. Ajax sloot de editie Champions League 2014/2015 af met een 4-0 overwinning op de Cypriotische kampioen APOEL Nicosia en daarmee wacht na de winter de Europa League. Met de zege voorkwam Ajax dat de club voor het eerst een jaargang in de Champions League zonder overwinning af moest sluiten.

Het aanvallende driemanschap Zivkovic, Ricardo Kishna (19) en Anwar El Ghazi (19) speelde gisteren maar vijf minuten in die samenstelling – toen toeschouwers reeds aanstalte maakten naar huis te gaan – en creëerde niets noemenswaardig. Maar toch: aangevuld met Riedewald, die op zijn 18e al nu en dan de sleutelpositie centraal op het middenveld wordt toevertrouwd en daar gisteravond brutale no-look passjes verstuurde, werd de slotfase een interessante manifestatie van het tegenwoordige Ajax-beleid. Dat staat, in de kern, voor succesvolle en agressieve werving en selectie van talenten die als tieners al het vertrouwen krijgen, in de hoop dat het één seizoen eens precies goed valt en er een ploeg opstaat die, wie weet, de Europa League kan winnen.

De doorstroom van jongens met rafelrandjes was niet Ajax’ core-business in deze tijd van doodgoeie Denen, van Joël Veltman, Davy Klaassen en Jasper Cillissen. De Boer heeft zijn spelers liefst in de mars lopen. Maar nu dan: grillige jongens, eindelijk weer. De individuele acties van Kishna, alsook zijn klasse in de combinatie, moeten toch zijn wat clubpatron Johan Cruijff allemaal bedoelde toen hij op weinig fluwelen wijze de jeugdopleiding naar zijn hand zette.

Kishna, Hagenaar van geboorte, met bluf dus. Hij leed in de eerste helft nog balverlies met een half gevaarlijk counter tot gevolg, maar in diezelfde lichtzinnigheid zit ook de speelsheid waarmee hij in de tweede helft zijn tegenstander doldraaide. Open doekje na open doekje in de Arena. Duidelijk voorbestemd voor grootse dingen en met die wetenschap kruist zijn zaakwaarnemer Mino Raiola geregeld de degens met De Boer en de Ajax-leiding. Kan interessant worden, die wrijving.

En Zivkovic. Kwam deze zomer over van FC Groningen maar moest zich schikken naar een rol bij de beloften in de eerste divisie, waar hij een getroebleerde indruk maakt. Best een strafblad voor een eerste half jaar: harde overtreding uit frustratie, rode kaart en schorsing, doorslaand egoïsme in het veld, weggestuurd bij Oranje Onder-19 wegens onprofessioneel gedrag en daarvoor beboet door Ajax. Hij had „maar twee keer de bal” gisteravond, dus nee, geen droomdebuut. Wel een droom om in de Champions League te spelen. De blik op zelfverzekerd, korte haar in een strakke coupe.

El Ghazi is daarbij vergeleken een koorknaap. Al schijnt, zo zei jeugdtrainer Bryan Roy onlangs in de Volkskrant, ook deze aanvaller „op zijn flikker” te hebben gekregen toen hij twee jaar geleden net was overgekomen uit de jeugd van Sparta. „Ik weet niet waar hij op doelde”, zei El Ghazi gisteren. Hij tekende vorige week een contract dat hem tot 2019 aan Ajax verbindt. „Een beloning waar ik hard voor heb moeten werken.”

Het was qua rendement uiteraard meer de avond van Lasse Schöne (28) met twee goals, de verpersoonlijking van doelmatig Ajax zonder veel poespas. Of Arek Milik – de effectieve Poolse centrumspits die uitgroeit tot een serieuze goalgetter. Aanjager achter het geheel was de uitmuntende Thulani Serero, fel, beweeglijk, met die kenmerkende schijnbeweging net voor het aannemen van een bal: flits, linksom, nee toch rechtsom gedraaid.

Het was verre van indrukwekkend, om niet te zeggen slaapverwekkend, tot aan de rust. Daarna kwam alsnog de gala-voorstelling, beter gezegd een eindexamenbal afgaande op de gemiddelde leeftijd die, terwijl de score opliep, per invalbeurt lager en lager werd.