Populaire generaal symboliseert nieuwe zelfvertrouwen in Iran

Iraanse bombardementen in Irak luiden nieuwe strategie in, die in de hele regio zichtbaar is.

Iraanse F-4 gevechtsvliegtuigen tijdens de jaarlijkse militaire parade in Teheran in april. Deze toestellen hebben bombardementen in Irak uitgevoerd. Foto AFP

Iraanse vliegtuigen voeren een bombardement in Irak uit, het land stelt een bufferzone in om de Islamitische Staat over zijn grenzen aan te pakken en Irans supergeneraal Suleimany stuurt Iraakse milities aan in Irak.

De Iraanse strijd in Irak wordt steeds openlijker en het nieuwe Iraanse zelfvertrouwen reikt tot ver in de regio. Boven alles laten de Iraanse acties een escalatie van de strijd tegen IS zien, maar het openlijke ingrijpen luidt ook een nieuwe strategie in, die in de hele regio zichtbaar is.

Niet langer opereert Iran achter de schermen, de modus operandi van de laatste jaren, met heimelijke financiële en militaire steun. Iran heeft zoveel zelfvertrouwen dat het openlijk ingrijpt, met als doel zijn invloed in de regio te vergroten.

In Jemen, Libanon, Syrië en Irak steunen Iraanse adviseurs van de Revolutionaire Garde succesvolle milities: ze leveren wapens en bouwen allianties. Maar het zwaartepunt van de strijd ligt voorlopig in het buurland, waar de Iraniërs unilateraal een bufferzone van 45 kilometer op Iraaks grondgebied hebben ingesteld.

In de bufferzone voerden vorige week vier Iraanse F4-straaljagers elk twee aanvallen uit op de Iraakse stadjes Jalula en Saaediyeh. Diverse IS-strijders werden gedood. „Een groot succes”, zegt Hamid Reza Taraghi, een Iraanse politicus. „We zijn niet bang om onze macht te laten zien.”

Het was de eerste Iraanse luchtactie boven Irak. Iran maakt geen onderdeel uit van de door de VS georganiseerde coalitie van dertig landen, waaronder Nederland. Een Iraakse verbindingsofficier zorgt ervoor dat de coalitie wel op de hoogte is van de Iraanse bombardementen, zoals deze de Amerikanen ook op de hoogte houdt van de bewegingen van door Iran geleide shi’itische milities in Irak.

Geheimzinnige generaal

Aan het hoofd van de Iraanse oorlogsinspanning staat generaal Ghassem Soleimani. De commandant van de Quds-strijdkrachten, de internationale tak van de Revolutionaire Garde, was ooit een geheimzinnige figuur, die achter de schermen het werk van het Amerikaanse leger in de regio probeerde te saboteren.

Nu laat hij foto’s vanzichzelf nemen met een petje achterstevoren op zijn hoofd, omringd door strijders van Iraakse milities. Hij duikt voortdurend op aan het front en gaf in oktober nog leiding aan de aanval op het stadje Jurf al-Sakar, een bolwerk van IS ten zuiden van Bagdad. Na de zege liet hij zich weer fotograferen, ditmaal op bezoek bij het heiligdom van de shi’itische imam Hossein in het nabijgelegen Kerbala.

In Iran is Suleimani zo populair dat er ter ere van hem websites zijn opgezet. Daar wordt hij gepresenteerd als een held en het gezicht van de strijd tegen IS. „Zijn aanwezigheid aan het front symboliseert hoe Iran de onderdrukte naties Irak en Syrië helpt”, staat op de fansite www.hajghassem.ir.

De Iraanse generaal symboliseert het nieuwe zelfvertrouwen. Maar hoewel alle aandacht naar hem gaat, zit er een geoliede machine achter. „In werkelijkheid draait het niet om hem, we hebben tientallen Soleimani’s”, zegt Mashallah Shamsolvaezin, een Iraanse Midden-Oostenexpert. „Iran plaatst hem in de schijnwerpers om onze groeiende invloed duidelijk te maken.”

De afgelopen maanden hebben door Iran gesteunde groepen in de regio grote overwinningen behaald. In Jemen nam de shi’itische Ansarullah-beweging, die de Iraniërs nu openlijk steunen, de hoofdstad Sana’a in. Ze vecht nu elders in het land met aan Al-Qaeda gelieerde groepen.

In Syrië heeft Iran zijn bondgenoot president Assad drie jaar lang in het zadel weten te houden, geholpen door de Libanese beweging Hezbollah die wordt aangestuurd vanuit Teheran. Assads troepen zijn de afgelopen maanden sterker geworden en hebben terreinwinst geboekt.

Voor de Iraakse Koerden en het Libanese leger vlogen de Iraniërs openlijk vliegtuigen vol met wapens in. Ten slotte heeft Iran door de opkomst van IS in Irak diverse strijdgroepen achter zich gekregen, waardoor het nu naast grote politieke invloed ook militair overwicht heeft.

De nieuwe Iraakse premier is zeer tevreden over de Iraanse militaire steun. Andere landen doen bar weinig, zei Haider al-Abadi onlangs. „Toen Bagdad werd bedreigd, twijfelden de Iraniërs geen seconde en kwamen ons te hulp. Hetzelfde deden ze voor Koerden toen Erbil werd bedreigd”, zei hij. „De Amerikanen twijfelden op beide momenten.” De reden is, zo zei de Iraakse premier, „dat de Iraniërs, net als wij, IS als een bedreiging zien.”

As van verzet

Irans regionale rivaal Saoedi-Arabië maakt zich grote zorgen over de groeiende Iraanse invloed in de regio. Terwijl Iran leiding geeft aan wat het „de as van het verzet” noemt, een alliantie van landen en groepen die dezelfde anti-Amerikaanse ideologie delen, vrezen de Saoediërs dat Amerika – ironisch genoeg – een deal met Iran wil sluiten. Dat zou tot nog meer Iraanse invloed kunnen leiden, vrezen ze.

In Iran wordt het buitenlandbeleid door opperste leider ayatollah Ali Khamenei en de Revolutionaire Garde uitgestippeld. Zij proberen al decennialang de Iraanse invloed in de regio te vergroten. Al voor de revolutie, in de tijd van de sjah, had Iran de ambitie om de politieagent van de regio te worden. Gaat dat nu dan eindelijk lukken?

Het lijkt erop alsof de belangen van Amerika en Iran steeds meer samenkomen in Irak, waar beide landen tegen IS strijden. Maar, zo zeggen Iraanse politici, een samenwerking is onmogelijk omdat beide landen elkaars grootste rivalen zijn. De VS proberen al jaren de invloed van Iran terug te dringen. En de Iraanse leiders waren juist dolblij dat Amerikaanse troepen Irak verlieten en ook uit Afghanistan weg zijn.

„Wij geloven dat de VS de bron van alle problemen in het Midden-Oosten zijn”, zei generaal Massoud Jazayeri vorige week. „Zij hebben de opkomst van IS veroorzaakt. Als de VS niet zo hadden gehandeld, waren we nu geen getuige van het lijden van de Syriërs en de Irakezen”, zei hij over de Amerikaanse invasie in Irak en de steun aan Syrische rebellen. „Er geen rol voor Amerika in de toekomst van Irak.”

In Iran is men gewend aan dit eeuwige machtspel. „Maar wat ons trots maakt”, zegt Nader Kaimi Joni, een journalist die een oog verloor in de oorlog met Irak in 1980, „is dat wij met veel minder wapentuig winnen waar Amerika verliest.”