Popmuziek wordt erfgoed

Nu popmuziek een zaak is geworden van meerdere generaties ontstaat ook de behoefte om de geschiedenis te conserveren en herinneringen te delen. Musea en muziekfans presenteren hun popcollecties. Arno van der Hoeven schreef er een proefschrift over.

De Rolling Stones op Pinkpop 2014: meerdere generaties in een familie kwamen voor Mick Jagger en consorten. foto Andreas ter Laak

Popmuziek is niet langer van de jongeren. Met een geschiedenis die meer dan 50 jaar overspant, is popmuziek een cultuurvorm die generaties verbindt. Dat concludeert docent en onderzoeker dr. Arno van der Hoeven (29), verbonden aan de afdeling Media en Communicatie van de Erasmus Universiteit. Hij schreef een proefschrift over hoe popmuziekerfgoed bijdraagt aan identiteitsvorming: Popmuziekherinneringen: Plaatsen en praktijken van popmuziekerfgoed, cultureel geheugen en identiteit. Zijn werk maakt deel uit van het onderzoeksproject Popular Music Heritage, Cultural Memory and Cultural Identity, dat wordt uitgevoerd in vier landen, Engeland, Nederland, Slovenië en Oostenrijk, dat vier jaar geleden is gestart door prof.dr. Susanne Jansen.

Het project laat onder meer zien hoe Engeland vooroploopt in de cultuurindustrie en het popmuziekerfgoed, en hoe in Oostenrijk het erfgoed van de klassieke muziek veel sterker is. Van der Hoevens Nederlandse onderzoek spitst zich toe op identiteit: hoe herinneringen worden gevormd, zowel persoonlijk als collectief.

Werd vroeger popmuziek gezien als iets van de jeugd, vanuit de jaren zestig verbonden met de opkomst van de jeugdcultuur, nu is popmuziek ook van de ouderen – meerdere generaties zijn opgegroeid met pop. Een opvallend resultaat is dat ouders en kinderen hun muziekervaringen delen. „In mijn onderzoek zag ik hoe het voor ouders nu echt een gespreksonderwerp is met hun kinderen”, zegt Arno van der Hoeven. „Ze vertellen over hun beleving en hun ervaringen. Dat kinderen interesse tonen in de muziek van toen, dat betekent voor ouders heel wat. Ze zijn daar trots op. En nu gaan ze ook nog samen naar concerten. Een mooi voorbeeld daarvan was het concert van de Rolling Stones op Pinkpop; daar gingen meerdere generaties in een familie naartoe. Het appelleert aan het gevoel van doorgeven en overdragen van herinneringen.

Dansfeesten voor oudere fans

Voor zijn proefschrift bestudeerde Van der Hoeven popmuziek als een sociaal geconstrueerd fenomeen. Hij keek naar de cultuurindustrie en de erfgoedsector. „Beide hebben belang bij popmuziekerfgoed. Enerzijds wordt vanuit de cultuursector ingespeeld op de oudere muziekfan met nostalgische muziekproducten, variërend van best of-albums tot de populaire 40-up party’s – dansfeesten voor oudere muziekfans – en radiozenders als Radio 5 Nostalgia. „Er is een infrastructuur voor dat sentiment.”

Van der Hoeven: „Liedjes verbinden speciale momenten in ieders leven – emoties, gebeurtenissen. Popmuziek weet herinneringen terug te halen. Het is zowel persoonlijk als van een hele generatie tegelijk met een bepaalde plaat.”

Lachend: „Door mijn onderzoek gaan mensen vaak hun herinneringen ophalen. Na een presentatie op een communicatiecongres in Londen kwam een vrouw mij vertellen dat ze haar kinderen John & Paul heeft genoemd. Maar wat je ook ziet is dat nieuwe media die herinneringen beïnvloeden. Het wordt een nieuwe wijze van herinneren.”

Vroeger werd popmuziek niet serieus genomen. Er is veel weggegooid omdat de waarde er niet van werd ingezien. Nu is het erfgoed. Het Drents Museum koopt een Cuby & the Blizzards-verzameling aan. „Dat wordt nu gezien als uitdrukking van lokale identiteit.” Muzikale rebellen worden museumstukken: de Golden Earring in het Haags Historisch Museum, David Bowie, nu in het Victoria and Albert museum, straks in Groningen.

Erfgoedinstellingen kunnen zich met popcultuur verbreden en nieuw publiek trekken. „Interessant zijn de popprojecten die worden opgezet door de fans zelf”, zegt Van der Hoeven. „Je ziet allerlei lokale archieven in Nederland ontstaan. Dat is de laatste tien, vijftien jaar in een stroomversnelling gekomen. De opkomst van internet maakte het makkelijker om herinneringen te verzamelen en te delen.”

Neem het door een verzamelaar opgezette Beatles-museum in Alkmaar. Of het poparchief in de Achterhoek, waar een groep liefhebbers met de lokale erfgoedinstelling de regionale muziekcultuur is gaan vastleggen. „Dat versterkt het zelfbewustzijn: dit is onze muziek”, concludeert Van der Hoeven.

Popmuziekerfgoed draagt bij aan identiteitsvorming, ziet Van der Hoeven. Hij nam Radio Veronica als startpunt van zijn onderzoek. Het eerste Nederlands commercieel popstation zond vanaf 1960 uit vanaf een schip. Het station werd de stem van een generatie. Het Museum RockArt in Hoek van Holland toont de geschiedenis én de oude studio.

Nostalgie

Vanaf hun veertigste gaan mensen terugblikken, zegt de onderzoeker. „Dan beseffen ze hoe muziek een rol speelde in hun leven en welke concerten ze bezochten. Muziek uit jeugdjaren blijft van grote betekenis. Concerten waren vaak in zalen die verdwenen zijn. Dat geeft een nostalgisch gevoel.”

Niet alleen publiek is nostalgisch, ook artiesten grijpen graag terug. „Soms om de carrière overeind te helpen, soms om succes opnieuw te beleven. Zo’n Doe Maar-reünie is dat op grote schaal. Maar ook in de Achterhoek zie je hoe bandjes elkaar weer opzoeken.”

In Van der Hoevens leven heeft muziek een grote rol gespeeld. Bij de verdediging van zijn proefschrift haalde de promovendus vorige week terug hoe zijn eerste presentatie over popmuziek al in groep 7 op de basisschool in Ede was. „Toen had ik het al over hitlijsten en fans. Grappig dat er twintig jaar later een proefschrift ligt over hoe popmuziek is verbonden met herinnering.”