Pixel als penseel

De computer vergroot de mogelijkheden van de kunstenaar. Museum Moti in Breda toont hoe een nieuwe generatie opgroeit voor wie digitale kunst vanzelfsprekend is.

Kunstenaar Geoffrey Lillemon (1981), zoon van een ingenieur en een psychologe uit Texas, VS, herinnert zich het moment waarop de computer in zijn leven kwam. „Mijn vader bracht in 1996 een lomp uitziende laptop mee naar huis. Ik ontdekte Microsoft Paint en begon ermee te tekenen, want dat deed ik graag. Een visueel vocabulaire had ik al: mijn oma, een kattenvrouw met een tweedehands boekwinkeltje, gaf me altijd oude boeken en tijdschriften om te bekijken. Later kwam het programma Flash Art en leerde ik mezelf simpele animaties te maken en zo mijn tekeningen leven in te blazen. Ik wist meteen: dit maak ik niet voor een museum of galerie. Dit is voor mensen thuis, alleen bij de computer, in hun onderbroek met een kop koffie. Dat besef veranderde alles voor mij.”

Rafaël Rozendaal (Amsterdam, 1980) was al vóór internet met computers bezig, op een Mac van vrienden van zijn ouders. „Ik tekende en schilderde, maakte collages en zeefdrukken en had een eigen doka – mijn ouders zijn kunstenaars, dus ik was er vroeg bij. Toen internet kwam, dacht ik meteen: ‘Empowerment’.” Rozendaal studeerde af met een internetproject aan de academie in Maastricht en kan nu van zijn kunst leven. Op zijn onderlip staat het woord ‘internet’ getatoeëerd.

Lillemon en Rozendaal gelden als kopstukken van een groep kunstenaars die op internet zo goed de weg weten dat ze er een nieuwe esthetiek uit weten te halen, en er zowel een podium als publiek vinden.

Hun werk heeft een digitale oorsprong en ze verspreiden het bij voorkeur gratis en ad infinitum. Musea die het willen behouden kopen een webdomein in plaats van een schilderij of sculptuur. Born Digital luidt de titel van een aan deze generatie gewijde groepstentoonstelling, die vanaf volgende week te zien is in MOTI (Museum of the Image) in Breda.

Tech Wizards

De classificatie ‘born digital’ betreft de werken, niet de makers: de tien geselecteerde kunstenaars zijn geboren tussen 1990 en 1972 en waren er dus pas in hun vroege jeugd of puberteit bij, veel later dan de iPad-baby’s van nu. Wel zijn het allemaal tech wizards.

Rozendaals bijdrage aan de expositie, Silent Silence, vormt de voorlopige uitkomst van „een bijna vijf jaar durend onderzoek naar schermformaten”. Het resultaat, een interactieve compositie, ziet er op groot scherm uit als een soort flitsend grafisch behang.

Rosa Menkman (Arnhem, 1983) werkt aan het Goldsmiths College in Londen aan een proefschrift over glitches, digitale storingen, en toont in MOTI op een testbeeldachtige manier verknipte versies van haar eigen gezicht. Lillemon bedacht The Nail Polish Inferno, een freaky, absurde 3D-versie van de ruimte in MOTI zelf waar bezoekers met een 3D-bril doorheen kunnen lopen.

De Born Digitals – bij gebrek aan een betere naam – breken niet met alle tradities. Ze zijn opgeleid aan kunstacademies, gaan ook naar musea en galeries en zijn vertrouwd met traditionele, offline-vormen. Hendrickje Schimmel (Arnhem, 1990) beprint zijden sjaals met motieven van typische Tumblr-beelden: katten, vriendinnen, kamerplanten.

Lillemon, die exposeert onder het pseunoniem Oculart, werkt ‘transmediaal’: het hangt van zijn bui af in welke vorm hij een idee het eerste giet. „Ik begin met tekenen of schilderen, daar ontstaan mijn personages en mijn beeldtaal. Voor een 3D-animatie moet ik een technicus en animatoren inhuren en ben ik soms maanden bezig. In mijn eentje achter de schildersezel heb ik het makkelijker. Maar de computer vergroot mijn mogelijkheden om nieuwe werelden te creëren – sensueel, romantisch, menselijk. Dan ga ik ook voor de totale visuele overdaad.”

Born Digitals denken kosmopolitisch en verhuizen gemakkelijk, omdat veel van hun werk op een laptop of smartphone gedaan kan worden. Maar de mens blijft honkvast. Lillemon wisselt het overspannen, megalomane klimaat van Los Angeles na een groot project opgelucht af met het gemoedelijke Amsterdam, sinds zes jaar zijn woonplaats, om er gewoon eens „een avond aan de rode wijn te kunnen”. Rozendaal is na een paar zwerfjaren al drie jaar gelukkig in New York. „Vroeger dacht ik dat het belang van grote steden door internet zou afnemen, maar dat is niet zo. De grote kunstcentra zijn nog altijd Berlijn, Londen en New York.”

Echte ontmoetingen

Ook bij artistieke en intellectuele geestverwanten die ze online, via via leren kennen, blijven echte ontmoetingen essentieel – vooral als er moet worden samengewerkt. Rozendaal: „Ik had e-mailcontact met een paar Japanners en pas toen ik ze opzocht in hun eigen omgeving merkte ik hoe groot de culturele verschillen waren. Dan stuit je op een taalbarrière.”

Lillemon: „Eén-op-één ontmoetingen zijn kleinschalig, maar even belangrijk als een viral trend. Ze zullen hun waarde altijd blijven behouden.”

In de theoretische draai die MOTI aan de tentoonstelling geeft worden de Born Digitals bijna als verlossers gepresenteerd: dit zijn de leiders die ons met hun positieve, tegendraadse manier van denken gerust kunnen stellen, wegwijs kunnen maken, de digitale toekomst in kunnen trekken. En dat is nodig. De gewone gebruiker is zowel verslaafd aan als doodsbenauwd voor internet, nu de schaduwkanten van het onbeperkt delen steeds duidelijker worden.

Rozendaal, wijs: „Social media zie ik als een soort cafébezoek – alles wat daar gebeurt is openbaar. Ik gebruik ze zeer beperkt.”

Tegelijk is hij enthousiast over de laagdrempeligheid van het net: „Ik creëer mijn podium en hoef nooit op de goedkeuring van een curator of uitgever te wachten. In Berlijn ben ik in 2010 begonnen met Bring Your Own Beamer-avonden, waarop dertig kunstenaars hun digitale kunst en de apparatuur om het te vertonen meebrengen. Dat idee sloeg internationaal aan, er zijn al zo’n 200 edities geweest.”

Lillemon: „Vorig jaar heb ik meegewerkt aan de Bangerz-tour van Miley Cyrus: een gigantisch project van 22 video’s die tijdens de show werden vertoond. Ik zag het als een fantastische kans om een jong, visueel verzadigd en ongeduldig publiek te laten kennismaken met nieuwe vormen.”

Dankzij de moderne technieken kan iedereen nu ook zelf kunst maken, beamen ze. Lillemon noemt het de „populist challenge”: iedereen krijgt een kans, het is aan de kunstenaars zelf om hun meerwaarde te bewijzen. Rozendaal: „Er zijn YouTube- en Tumblr-accounts en videogames die zo de naam ‘kunstwerk’ zouden kunnen dragen. Ik verdedig mezelf ook nooit als mensen mijn werk niet als kunst zien. Het is leuk als het gewaardeerd wordt, maar door wie maakt me niet uit. Iedereen telt mee.” Lillemon: „Het leukste van de kunstwereld is om er zelf aan mee te doen.”