Column

Paspop

Een jonge moeder liet mij een zelfgemaakt filmpje van twintig seconden zien dat grote indruk op mij maakte. Ze had haar zoontje van bijna vijf gefilmd op een onbewaakt ogenblik. Dat gebeurt veel vaker, zoals we weten van al die schattige kinderfilmpjes die op internet circuleren. Maar dit filmpje was inderdaad bijzonder en oversteeg daarmee royaal het peil van het gemiddelde familiefilmpje, dat zich alleen leent voor gebruik in eigen kring.

Het speelde zich af op de kledingafdeling van een kringloopwinkel. Een donkerblond jongetje staat stil voor een paspop, die een jongetje van zijn eigen leeftijd moet verbeelden. De overeenkomsten tussen beiden zijn groot. Ze dragen een spijkerbroek en een blauw truitje en hebben ongeveer dezelfde leeftijd en hetzelfde postuur; de paspop is alleen blonder en iets groter.

Ook het zoontje lijkt zich te verbazen over de overeenkomsten. Kennelijk ziet hij iets dat hij nooit eerder heeft gezien. Hij doet een stapje achteruit, monstert de ander nog eens goed, legt een vinger op diens middenrif en beweegt die naar boven, tot aan het hoofdhaar van de pop, terwijl hij hardop telt, alsof hij de lengte wil vergelijken met de zijne.

Dan wendt hij zich even af, doet een stap naar rechts, maar komt meteen weer terug en geeft snel een kusje op de linkerwang van de pop. Hij gaat er weer voor staan, drukt zich er tegenaan en geeft hem een kus op de mond.

Daarna loopt hij weg, kijkt omhoog, ziet zijn moeder filmen en slaat zijn handen voor zijn gezicht terwijl hij verschrikt zegt: „O nee.”

„Wat een mooi filmpje”, zei ik tegen de jonge moeder, „daar móét je iets mee doen. Facebook?”

„Nee”, zei ze gedecideerd, „dat wil ik niet voor hem.”

Ik voelde me terecht in mijn enthousiasme gecorrigeerd. Het was een te intiem moment om visueel openbaar gemaakt te worden; ook kinderen hebben recht op hun privacy.

„Heeft hij er nog iets over gezegd?” vroeg ik.

„Ja, hij zei: die moet je wegdoen, hoor. Ik zei dat we er samen nog een keer naar zouden kijken en dat ik hem dan zou wegdoen.” Ze zuchtte. „Maar dat is me dus niet gelukt. We hebben het ook niet meer samen bekeken, hij is het allang weer vergeten, denk ik.”

Ik kon me goed voorstellen dat ze het niet over haar hart kon verkrijgen het filmpje te vernietigen. Kunstwerken mogen eigenlijk nooit vernietigd worden, daar zijn het kunstwerken voor. Max Brod heeft de meesterwerken van zijn vriend Franz Kafka toch ook terecht, tegen diens uitdrukkelijke wens in, voor de mensheid behouden? Later, als hij groot was, zou haar zoon haar beslissing begrijpen, tenzij hij tegen die tijd van zelfhaat uit elkaar barstte.

Ik keek nog een paar keer naar het filmpje omdat ik me afvroeg waarom het me zo diep trof. Je kon er een narcistische interpretatie aan geven: het kind herkende zich in de pop en liefkoosde zichzelf. Maar het kon ook een kind zijn dat het ideaalbeeld van een nieuw vriendje zag, dat hij meteen wilde koesteren en voor zich winnen. Hij zag in ieder geval iets waarmee hij zich kon identificeren op een manier die hem een gelukkig gevoel gaf.

Alleen de afloop was maar voor één interpretatie vatbaar: hij schaamde zich diep voor zijn spontaniteit, het leek wel de schaamte van een puber of volwassene die zich bekeken voelt in het diepst van zijn ziel. Die moet je wegdoen, hoor.