Minister van Oekraïne: ‘De staat is bankroet’

Het IMF onderhandelt in Kiev over nieuwe noodkrediet voor Oekraïne. De staatskas heeft 17 miljard dollar nodig. Volgens een minister is het land failliet.

Oekraïne is failliet. Minister Aivaras Abromavicius van Economische Zaken en Handel, die pas negen dagen geleden aantrad, heeft het parlement gisteren onomwonden voorgespiegeld dat de overheid op dit moment weinig kan betekenen voor de zakenwereld.

„De staat is bankroet. Daarom verwacht het bedrijfsleven niet dat de staat met stimuleringsmaatregelen komt – dat is irreëel – maar alleen dat de staat niet hindert”, zei Abromavicius, van geboorte een Litouwer en tot vorige maand bankier in Kiev, in het parlement, de Verchovna Rada.

Abromavicius vertelde niet hoeveel financiële steun de Oekraïense staat behoeft om een feitelijk faillissement, een ‘default’ op het nakomen van zijn verplichtingen, te voorkomen. Volgens de Britse zakenkrant Financial Times, die zich baseert op bronnen bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF), heeft Oekraïne binnen enkele weken circa 17 miljard dollar nodig. Dat is evenveel als het noodkrediet dat het IMF eerder dit najaar verstrekte.

De financiële markten reageren sterk op de onheilspellende signalen uit Kiev. De koers van de Oekraïense staatsobligaties in dollars daalde vandaag tot nog maar tweederde van hun oorspronkelijke waarde. De effectieve rente steeg tot ruim 28 procent.

De kredietbeoordelaar Moody’s verwacht dat de Oekraïense economie dit jaar 8 procent zal krimpen en in 2015 nog eens 2 procent. Die prognose houdt exact het midden tussen de voorspellingen van het IMF en de Oekraïense regering zelf.

Premier Jatsenjoek vertelde het parlement vanmorgen dat de staatsschuld is opgelopen tot zeker 70 miljard dollar (56,3 miljard euro). Toen oud-president Janoekovitsj in 2010 aan de macht kwam, was die nog 30 miljard dollar, aldus Jatsenjoek.

Een delegatie van het IMF is dezer dagen in Kiev om met de Oekraïense regering te onderhandelingen over een eventueel extra steunpakket. Het fonds lijkt die ook te gebruiken om de nieuwe ministersploeg onder leiding van premier Jatsenjoek aan te sporen. De regering talmt met haar hervormingsbeleid.

De parlementsverkiezingen van eind oktober hebben daarin amper verandering gebracht. Het electorale blok rond president Porosjenko heeft weliswaar de grootste fractie in de Verchovna Rada, maar de partij van premier Jatsenjoek haalde de meeste stemmen. Hoewel er sindsdien een brede regeringscoalitie is gesloten, is de samenwerking broos.

Dat wordt onder meer veroorzaakt door een voortdurende machtsstrijd tussen het presidentiële apparaat enerzijds en de ministerraad anderzijds. Voor de twee bureaucratische organen werken ruim tweeduizend ambtenaren, die allemaal hun eigen clientèle netwerken bedienen.

Ook de corruptie – nergens in Europa zo groot als in Oekraïne – kan zo blijven gedijen. Dat is een van de redenen dat president Porosjenko deze week zei een buitenlander aan te stellen als chef van het nieuwe anticorruptiebureau. Ook op andere topposities wil hij niet-Oekraïners benoemen.