Militair Museum is aanwinst

De krijgsmacht van een land is niet alleen een zaak voor militairen en politici, maar voor de hele samenleving. Dat besef is in Nederland de afgelopen decennia sterk gegroeid. De tijd is voorbij dat militairen die in uniform met de vierdaagse meeliepen, moesten rekenen op protestborden met teksten als ‘Is het hier oorlog?’ De krijgsmacht is er voor de samenleving, en het is belangrijk dat de samenleving niet met haar rug naar de krijgsmacht staat.

De belangstelling en waardering voor militairen en hun werk blijkt onder meer uit de grote opkomst bij de jaarlijkse Veteranendag en de open dagen van de verschillende krijgsmachtonderdelen. De moeilijke missie in het Afghaanse Uruzgan (van 2006 tot 2010) was politiek omstreden, maar heeft tot brede waardering geleid voor de professionaliteit van de Nederlandse militairen.

Tegen die achtergrond is op de voormalige vliegbasis Soesterberg het Nationaal Militair Museum gebouwd, met vandaag de officiële opening door koning Willem-Alexander. Het nieuwe museum is ontstaan uit de collecties van het Militaire Luchtvaartmuseum in Soesterberg en het Delftse Legermuseum, maar het is veel meer dan een som van die twee delen. Het nieuwe museum biedt een veelzijdige presentatie van de Nederlandse militaire geschiedenis, inclusief de zwarte bladzijden daaruit, zoals de oorlogsmisdaden van het Nederlandse leger tijdens de ‘politionele acties’ in de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog.

Het museum toont een indrukwekkende hoeveelheid vliegend, rijdend, schietend en explosief militair materieel uit alle tijdperken. Maar het presenteert ook de persoonlijke verhalen van militairen, hun morele dilemma’s op het slagveld en de soms tragische afloop van hun missie. Ook enkele kritische stemmen, over bewapening in het algemeen en bepaalde oorlogen in het bijzonder, ontbreken niet. Een bijzonder element is het gedenkteken voor de 25 in Uruzgan omgekomen militairen, dat van het voormalige Kamp Holland naar het museum is overgebracht. Bij een persbezichtiging vorige week lag er al een bos bloemen: ongebruikelijk in een museum, maar misschien wel de krachtigste illustratie van de hoge prijs die militairen soms moeten betalen.

Met zijn diorama’s, films en fraai uitgestalde hardware biedt het museum niet alleen informatie, maar ook vermaak voor volwassenen en kinderen van alle leeftijden. Maar een propaganda-instrument voor de krijgsmacht is het daarmee niet. Het is een aanwinst voor Nederland, die ertoe kan bijdragen dat een breed publiek extra geïnformeerd en betrokken kan deelnemen aan de debatten over defensie, die terecht nooit verstommen.