Kometen brachten géén water

Komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko, de komeet met de vorm van een badeend, in november gefotografeerd door de Europese ruimtesonde Rosetta. Op 12 november landde de sonde Philae vanaf Rosetta op de komeet. ESA/Rosetta/NAVCAM

Kometen hebben niet veel water naar de aarde gebracht. Dat is de conclusie van metingen door de Europese ruimtesonde Rosetta, die om de komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko cirkelt. Ze zijn vandaag gepubliceerd in het tijdschrift Science.

Met een zogeheten massaspectrometer is de samenstelling van het water in die komeet bepaald. Normaal gesproken bestaan watermoleculen uit één zuurstofatoom en twee waterstofatomen. Maar in sommige watermoleculen wordt de plek van een van die waterstofatomen ingenomen door deuterium, een zwaardere variant van waterstof (met niet alleen een proton maar ook een neutron in de kern).

In aards water komen op elke 10.000 waterstofatomen ongeveer twee deuteriumatomen voor. Komeet ‘67P’ blijkt nu bijna drie keer zoveel deuterium te bevatten, de hoogste waarde ooit in een komeet gemeten. Dat maakt het nog onwaarschijnlijker dat het water in onze oceanen voor een belangrijk deel van kometen afkomstig is. Tot nu toe was pas bij één komeet een min of meer aards deuteriumgehalte gemeten; andere kometen laten een duidelijk overschot zien.

Het lijkt aannemelijk dat de oceanen voor een flink deel gevuld werden met water dat bij vulkanische processen uit het inwendige van de aarde zelf kwam. Een meer voor de hand liggende bron voor de rest van het aardse water zijn planetoïden. Uit onderzoek van meteorieten, stukken van planetoïden die op aarde zijn neergeploft, blijkt dat het daarin aanwezige water sterk op aards water lijkt. Tegenwoordig bevatten planetoïden, die vooral tussen de omloopbanen van de planeten Mars en Jupiter te vinden zijn, niet veel water meer. Dat moet in de begintijd van het zonnestelsel, toen zij nog niet miljarden jaren door de zon waren ‘gebakken’, anders zijn geweest.

Tijdens het grote ‘bombardement’ van planetoïden waaraan de aarde en de andere planeten in het binnenste deel van het zonnestelsel 4,1 tot 3,8 miljard jaar geleden hebben blootgestaan, kan dus veel water op aarde zijn terechtgekomen. Maar het is nog onduidelijk hoe groot deze bijdrage van de planetoïden is geweest.