Handjes wassen na het plassen en niet in de zandbak spelen

Kinderen die naar de crèche gaan zijn vaker ziek dan kinderen die thuisblijven. Ze gaan twee keer zo vaak naar de huisarts én worden twee keer zo vaak opgenomen in het ziekenhuis, stond gisteren in het persbericht over het onderzoek. Maar dat is wel een beetje overdreven.

De helft van de Nederlandse kinderen tot 4 jaar gaat een of meer dagen per week naar de crèche. Foto Dolph Cantrijn/HH

Baby’s en peuters die naar een kinderdagverblijf gaan, hebben vaker diarree en geven vaker over dan kinderen die hun eerste levensjaren helemaal thuis opgroeien. De allerjongsten in de crèche hebben twee keer zo veel last van die buikgriep als de twee- en driejarigen.

Die crèche-kinderen „bezoeken gemiddeld tweemaal zo vaak de huisarts en worden tweemaal zo vaak opgenomen in het ziekenhuis vanwege complicaties als kinderen die niet naar een kinderdagverblijf gaan.” Dat stond gisteren in een persbericht van het RIVM in Bilthoven. Het gaat over onderzoek van de gisteren in Utrecht gepromoveerde bioloog Remco Enserink. Enserink kwam er veel mee in de pers.

Maar in het proefschrift van Enserink staat niet dat twee (2,0) keer zo veel crèchekinderen met buikgriep naar de huisarts gaan. In een hoofdstuk komt Enserink op 1,7 keer zoveel. Daarin vergeleek hij twee verschillende gegevensbestanden – altijd verraderlijk. In het andere hoofdstuk, met de uitslag van een internet-enquête, staat: er zijn 1,4 keer zoveel kinderdagverblijfkinderen als thuiskinderen die met buikgriep naar de huisarts moeten.

Onrijpe afweersystemen

De ruim in het nieuws verspreide ‘tweemaal zoveel’ in het persbericht is een flinke afronding naar boven. Vooral omdat wetenschappelijk gezien de 1,4 betrouwbaarder lijkt dan de 1,7. Het lijkt op wat er gisteren in een ander onderzoek werd beschreven: overdrijving in medisch nieuws staat vaak al in het persbericht dat de universiteit verspreidt. Het is de uitkomst van Brits onderzoek, gepubliceerd in het tijdschrift The BMJ.

Wat Enserink vond is al langer bekend, ook uit eerder Nederlands onderzoek: jonge kinderen die naar het kinderdagverblijf gaan, zijn vaker ziek dan kinderen die thuisblijven. Meestal gaat het over luchtweginfecties, oorontstekingen en de eenmalige kinderziektes, zoals waterpokken. De helft van de Nederlandse kinderen tot 4 jaar gaat een of meer dagen per week naar de crèche. Zo’n kinderdagverblijf, schrijft Enserink, huisvest kinderen met een onrijp afweersysteem in een volle ruimte waar veel mensen in- en uitlopen – ideaal voor het doorgeven van infectieziekten.

Enserink keek specifiek naar buikgriep, gekenmerkt door overgeven of diarree. Jaarlijks moet 80 op iedere 1.000 nul- en eenjarige crèchekinderen daarvoor naar de huisarts. Dat blijkt uit opgaven van de crèches. Uit ander onderzoek rolt dat huisartsen 47 van zijn 1.000 nul- en eenjarigen die in de praktijk zijn ingeschreven jaarlijks met die klacht ‘verwacht’. Vergelijking van die twee databestanden leverde Enserink zijn factor 1,7 op.

Met weinig moeite kan de crèche de buikgriep terugdringen, schrijft Enserink. Een derde van de kinderen gaat er bijvoorbeeld eten zonder handenwassen. En van de kinderen die naar de wc zijn geweest, wast 15 procent zijn handen niet. En er zijn kinderdagverblijven waar de leiding zelf de handen onvoldoende wast en waar niet dagelijks de wc en de keuken worden schoongemaakt. Enserink vond dat buikgriep ook vaker voorkomt bij crèches die groot zijn, waar ook dieren zijn, waar een zandbak is en waar leidsters vaak van groep wisselen.