Dit zijn de laatste uren in Midden-Aarde

Het zit erop. Vorige week klonk in interviews een zweempje opluchting bij de veteranen van The Hobbit en Lord of the Rings. The Battle of the Five Armies is het sluitstuk van een reeks van zes films. Over twintig jaar, speculeert regisseur Peter Jackson, zien ze dat als één doorlopende film van achttien uur.

Jackson heeft een verhaal verteld, maar vooral een wereld geschapen: Midden-Aarde. Sir Ian McKellen (Gandalf) verwacht dat Jackson daar spoedig terugkeert, hijzelf wees erop dat de rechten voor de Silmarillion, de mythologie van Midden-Aarde, berusten bij de erven van de schrijver Tolkien. Diens zoon Christopher zei in 2012 nog dat de kloof tussen „de schoonheid en diepgang van mijn vaders werk” en Jacksons actiefilms hem „overweldigt”.

Een al te streng oordeel. Jacksons films galmen net zo hol en grandioos als Tolkiens proza. Zijn Lord of the Rings-drieluik smeedde Nieuw-Zeelands natuurschoon naadloos samen met complexe computertrucage tot een bouwwerk dat in 2004 terecht met elf Oscars werd bekroond. Tien jaar na dato verbluft zijn tweede trilogie, The Hobbit, veel minder: een bijgebouw in vertrouwde virtuoze stijl, bevolkt door de geliefde personages. Met liefde gemaakt en voor fans bevredigend. Maar ook druk, vol en gemakzuchtig.

Deel drie valt met de deur in huis. Koning Thorin Oakenshield drong eerder met dertien dwergen en hobbit Bilbo zijn oude bergfort Erebor binnen, waar de draak Smaug als een Dagobert Duck over bergen dwergengoud waakt. Bleek Smaug toen al een praatjesmaker die veel vuur spuwt maar weinig roostert, ditmaal klapwiekt hij om hem moverende redenen weg om een naburig mensenstadje in de as te leggen. Dat lukt prima tot Smaug weer een haatspeech afsteekt en boogschutter Bard zijn zwakke plek vindt.

Brandend braambos

Als de arrogante elfenkoning Thranduil dan met zijn dapperen naar Erebor opmarcheert voor een aandeel in de buit en de berooide inwoners van het stadje aankloppen voor hulp, geeft dwergenkoning Thorin niet thuis. Hij is in de ban van het grote geld en mompelt met mistige ogen zinnen als: „Goud! Een onmeetbare hoeveelheid goud!” Zo dreigt oorlog tussen mens, dwerg en elf terwijl hordes orks, trollen en aardmannetjes samentrekken, gedirigeerd door het brandende braambos Sauron, architect van het kwaad.

Veel verhaal heeft dit sluitstuk verder niet. Jacksons probleem was Tolkiens olijke jongensboek van 250 pagina’s uit 1937 tot een driedelig epos op te blazen. Daarvoor werden notitieboekjes van Tolkien geplunderd, bijfiguren en subintriges verzonnen, wat de trilogie uit balans brengt. Deel één was niet in beweging te krijgen, deel twee had vaart, deel drie dreigt in zijn haast steeds over de kop te slaan.

Opmaat voor duels met de eindbazen

The Battle of the Five Armies biedt ademloze, soms amechtige actie. Na twee fraaie schermutselingen – het tapijtbombardement van Smaug en een hallucinante strijd van supertoverhelden Saruman, Elrond en Galadriel tegen Sauron – belanden we in een veldslag van bijna een uur, met falanxen, elfen en dwergen, charge en tegenstoot, belegering en klaroengeschal. Waarbij, als in heldensagen en videogames, het massale bloedvergieten slechts de opmaat is voor een serie duels met perfide ‘eindbazen’ Bolg en Azog The Defiler. Die duels ogen spectaculair, met een instortende brug en kantelende ijsschotsen, maar spektakel krijg je tegenwoordig voor een duppie en Jackson gorgelt iets te gemakzuchtig beelden uit Lord of the Rings op: een bestorming van ruïnestad Dale met Gandalf op de bres, adelaars als hemelse verlossers.

Warboel van trollen en wormen

Rond die tijd is Jacksons heldere choreografie van massascènes allang gesneuveld. Het overzicht is zoek op dit slagveld, wat rest, is een warboel van reuzentrollen en aardwormen die plots opduiken en verdwijnen, een elfenleger dat in rook opgaat en reuzenbeer Beorn die in het strijdgewoel wordt geparachuteerd, orks omkegelt en dan ook weer weg is.

Het emotionele cement van de film zijn de hebzuchtige Thorin die zichzelf herpakt en de onmogelijke liefde van elf Tauriel en dwerg Kili. Zij kijken elkaar vochtig aan zonder tot een interraciale kus te komen: er is geen seks in Midden-Aarde. Vaste krachten – Gandalf, Bilbo, Legolas – staan aan de zijlijn in deze strijd met te veel helden, monsters en zinloze bijfiguren, zoals cartoonslijmbal Alfrid.

Mogelijk wordt Jacksons ‘director’s cut’ coherenter: met twee uur en vijftien minuten is de bioscoopversie gek genoeg te kort. Spannend is hij bij vlagen, dynamisch zeker: zelfs het tragische eind, vol verlies en tranen, wordt afgeraffeld. Wel sluit de trilogie die zo vrolijk aanving, nu mooi aan bij de zwaarmoedige Lord of the Rings-cyclus die volgt. Maar na achttien uur in Midden-Aarde, wat Peter Jackson twaalf jaar van zijn leven kostte, denk je toch: laat die Silmarillion maar met rust. De helden zijn moe. Het is mooi geweest.