Disruptopia

Mijn suggestie voor woord van het jaar: ‘disruptie’. 2014 is het jaar van de disruptie. Disruptie is overal. Wist u bijvoorbeeld dat de markt voor hoortoestellen ‘rijp is voor disruptie’? De bloemenhandel wordt gedisrupteerd as we speak en afgelopen maandag ontsprong de Nederlandse taxibranche ternauwernood aan een disruptie door Uber, dankzij een rechterlijk vonnis (dat nog verworpen kan worden). Op de Universiteit van Zuid-Californië kun je binnenkort afstuderen in disruptie. ‘Vanmiddag de BNR Klantenshow. Over de behoefte aan een disruptie in het betalingsverkeer.’

Eigenlijk is alles rijp voor disruptie. Als bij u op kantoor sinds kort een ‘innovatieaanjager’ of iets dergelijks rondloopt, kan het elk moment gebeuren. Jammer dat wij ‘disruptie’ alleen als zelfstandig naamwoord gebruiken en niet als werkwoord. Dan kun je tijdens de TechCrunch Disrupt-conferentie voor een zaal vol jonge tech-ondernemers gaan staan, en roepen: ‘Let me hear it! DISSSSS-RUPPTTT!’

Die conferentie bestaat echt, kijk maar op YouTube. Een oneindige stoet nerveuze twintigers in sneakers en bedrukte T-shirts, die uitleggen hoe zij de world a better place gaan maken met hun disruptieve startup. Je vraagt je af of de bekeerlingen tot dit geloof het woord wel eens opgezocht hebben. Disruptie: uiteenrukking of ontwrichting. De wereld verbeteren en ontwrichten tegelijk – yeah!

De uitvinder is veranderd. Van een goeiige zonderling die in zijn garage half per ongeluk iets bedenkt dat de mensheid van nut zou kunnen zijn, tot een verbeten ventje dat niet zal rusten voor hij een bestaande industrie met de grond gelijk gemaakt heeft en met de opbrengsten nog meer disruptie kan sponsoren.

Dat houden de managementgoeroes, innovatie-experts en waagkapitalisten van vandaag ons voor: de enige manier om in de kolkende wereld van morgen overeind te blijven is disruptie. Door ‘duizelingwekkende snelheid, exponentiële complexiteit en ons met stomheid slaande technische vooruitgang is de tijd gekomen om in paniek te raken zoals we nog nooit in paniek geraakt zijn’, schrijft tech-ondernemer Josh Linkner op zijn Forbes-blog. Het liefst financiert hij ondernemers ‘die je genadeloos de kaas van het brood eten’. Het systeem creëert zijn eigen overmacht, zijn eigen alibi voor gewetenloosheid.

Was ontwrichting in 2008 nog een jammerlijk bijverschijnsel van de radicale innovatie van de financiële industrie, inmiddels is er een nieuwe ideologie, waarin het geen collateral damage meer is, maar de voorwaarde tot succes. Die puinhopen om u heen zijn een teken dat het goed gaat. Zoals onze eigen disruptiemissionaris Ben van den Burg het uitdrukt: ‘We moeten de chaos omármen!’

Onwillekeurig gaan de gedachten naar Barack Obama en wat hij zei toen het rapport verscheen over hoe de CIA terreurverdachten behandelt. ‘We eh, we tortured some folks.’ Alle deskundigen legden meteen dat ‘torture’ onder het vergrootglas, maar het woord dat míj deed huiveren was ‘folks’. Het nieuws was niet dat Obama over ‘martelen’ sprak, maar dat hij het trivialiseerde. Zo trivialiseert ‘disruptie’ rücksichtslose economische activiteit.

Dat is het succes van de disruptietheorie: zij weerspiegelt ons veranderde wereldbeeld. ‘Disruptief betekent dat iets nieuws en nog kleins in korte tijd iets bestaands, groots en logs mogelijk gaat verdringen. Waarbij de oude wereld, tot verbazing van de initiatiefnemers, verlamd staat toe te kijken en het laat gebeuren’, heet het op de website van een Nederlandse disruptie-adviseur. De bestaande economie is de natiestaat, de disruptieve startup is klein, stateloos en negeert de regels. Ze lijken ongevaarlijk, tot het te laat is. Kaboem! Het is de taal van het terrorisme.