Column

De utopie van de onbaatzuchtige geste

Openlijke vrijgevigheid blijft in Nederland niet onbestraft. Zie Gordon, zie Jumbo. De kritiek verraadt een valse nostalgie naar spontaniteit en onschuld, betoogt Christiaan Weijts.

Ze hadden Gordon ook gevraagd, voor dat reclamespotje van de Jumbo, met die BN’ers die zingen om geld op te halen voor de Voedselbank, maar Gordon kon niet. Uitgerekend op de dag van de opnamen moest hij dringend naar de bank om vijftienduizend euro in een koffertje te proppen en bij Bram Moszkowicz te bezorgen, die er de deurwaarder mee uit huis hield.

Openlijke vrijgevigheid blijft in Nederland niet onbestraft. Zowel de Jumbo als Gordon, die zijn weldoenersrol breeduit liet optekenen door een krant, kregen er van langs. Teneur van de kritiek: als je echt iets goeds wil doen, dan laat je je daar niet op voorstaan. Gordon en Jumbo misbruiken de armlastigen voor eigen naamsbekendheid, ijdelheid, gewin.

De kritiek verraadt een opmerkelijk soort romantiek naar zuivere daden, zonder enige bijbedoeling. In de ogen van het publiek is een charitatief gebaar alleen van waarde wanneer het belangeloos en spontaan in de gever opkomt en hij het uitvoert met de discretie van een hoflakei.

De kritiek verraadt een nostalgie naar onschuld, naar een situatie waarin het menselijk handelen samenvalt met spontane instincten. Het is een verlangen naar een wereld waarin meisjes mooi zijn zonder dat ze weten dat ze mooi zijn, wat ze pas echt mooi maakt. Het is de utopie van de onbaatzuchtige geste.

Het is op z’n zachtst gezegd naïef om zoiets van supermarktmerken en showbizzfiguren te verwachten. Natuurlijk zijn die zich voortdurend bewust van het publicitaire effect van hun handelingen. Dat geldt inmiddels namelijk voor iedereen. Ook wie geen merk is of vertegenwoordigt, is gewend zichzelf als derde persoon te bekijken, meestal als profiel op internet. We zijn het onbevangen, onzichtbare stadium al lang ontgroeid, en zo verschrikkelijk hoeft dat niet te zijn.

Als het om ons imago gaat, zijn we allemaal zo berekenend als een hartchirurg. We knutselen aan ons ik in cv’s en sollicitaties, we botoxen ons dagelijks leven in statusupdates, we dissen Jumbo en Gordon op Twitter om te laten zien hoe moreel correct we zijn, en zelfs als we niet voortdurend over straat lopen alsof we gefilmd worden, houden we er in elk geval rekening mee dat onze giften aan goede doelen fiscaal aftrekbaar zijn.

Is het erg? Nee. Zonder al die berekenende ijdeltuiten zou Moszkowicz bij de Voedselbank moeten aankloppen. En daar ook nog eens misgrijpen.

Zonder berekenende vrijgevigheid kunnen de goede doelen wel inpakken. De postcodeloterij helpt, maar niet door onze edelmoedige betrokkenheid bij Afrikaanse kindertjes en de laatste regenwouddiertjes.

Wie zonder postcodeloterijlot is, schrijve de eerste tweet.