De strijd in Syrië kan in Arnhem escaleren

In Arnhem wonen veel jihadisten en veel Koerden. Hun conflict in het Midden-Oosten leidt ook aan de Rijn tot spanningen.

De wijk Presikhaaf, waar diverse leden van het Arnhemse jihadistennetwerk wonen. Rechtsonder de moskee waar zij vaak kwamen. Foto’s Merlin Daleman

In het Midden-Oosten vechten moslimextremisten tegen Koerden, in Arnhem wonen ze samen in één stad. Dat ging onlangs bijna mis. De vermeende jihadist Hares H. (26) reed door de Steenstraat in zijn rode Peugeot. Toen hij stopte, renden een aantal Koerdische jongeren op zijn auto af. „Ze wilden hem aanvallen”, zegt een jongen die het incident zag gebeuren. Hares H. wist net op tijd weg te rijden.

Er leven naar schatting enkele duizenden Koerden in Arnhem. Er is ook een jihadistisch netwerk actief. De politie heeft een kerngroep van zeven moslimradicalen in beeld, meldde deze krant zaterdag. Hoe gaat dat samen?

De twee groepen zien elkaar in de Steenstraat, een wat shabby ogende winkelstraat net buiten het winkelhart van Arnhem. Daar komen jihadaanhangers iedere week een broodje eten. Op dezelfde straat hangen veel Koerden rond. Je ziet ze zitten voor cafeetjes, met een kopje thee en een sigaret. Ze spreken minachtend over jihadistische jongeren in hun stad. „We noemen ze helpers van de duivel”, zegt een jongere die niet met zijn naam in de krant wil. „Als ik ze zie lopen, spreek ik ze aan en zeg dat ze niet in deze straat moeten komen”, vertelt een werknemer van het Koerdische café Kent-Ceto in de Steenstraat. De situatie in Arnhem kan volgens hem uit de hand lopen. In het Duitse Hamburg gebeurde het twee maanden geleden al: rellen tussen honderden moslimradicalen en Koerden. Er vielen meerdere gewonden. „Natuurlijk zijn we boos”, zegt de Koerdische bediende van het café. „Zij slachten ons volk af.”

Onmacht en onveiligheid

Een ver conflict komt zo opeens heel dichtbij. De koning waarschuwde er in zijn Troonrede van dit jaar al voor: de situatie in het Midden-Oosten leidt in ons land tot „spanningen” en „gevoelens van onmacht en onveiligheid”. „De haat die elders in de wereld mensen in het verderf stort, mag niet overslaan naar onze straten.”

Gebeurt dit in Arnhem? Volgens de gemeente valt het wel mee. De strijd heeft weliswaar zijn „weerslag” op bevolkingsgroepen in Arnhem, zegt een woordvoerder, maar veel is daar niet van te merken. Van dreigende conflicten zou geen sprake zijn.

Op straat vertellen Koerdische jongeren een ander verhaal. Volgens hen is het al eens bijna uit de hand gelopen. De jongeren waren van plan een groep extremisten in elkaar te slaan, zeggen ze. Het plan ontstond toen IS dit najaar de stad Kobani aanviel en Koerden in reactie hierop het Nederlandse Tweede Kamergebouw binnenvielen. De Arnhemse jongeren waren woedend en wilden ook iets doen. Ze zouden de extremisten „een draai om de oren” geven. Toen de gemoederen bedaarden, werd het plan geannuleerd.

De gemeente zegt geen weet te hebben van het incident. Wel heeft een „extremistische jongen” gemeld dat hij zich „bedreigd heeft gevoeld”, zegt de woordvoerder. De gemeente heeft deze melding „uiterst serieus” genomen en laten onderzoeken door de politie. Die kon „geen concrete aanwijzingen” vinden voor de bedreiging.

Muziek, dans en politiek

Waarom staan juist in Arnhem groepen tegenover elkaar? Koerden en jihadisten zijn hier sterk vertegenwoordigd. Geen plaats buiten de Randstad waar meer jihadisten vandaan komen dan Arnhem. Tegelijk wonen er meer Koerden dan elders. Koerdische immigranten vestigden zich er in de jaren zestig, toen er veel werkgelegenheid was in de chemische fabrieken rond Arnhem. Koerden zijn zeer betrokken bij het lot van hun eigen volk, nog meer dan bijvoorbeeld Turken. Dat zegt Liza Mügge van de Universiteit van Amsterdam, die er onderzoek naar deed. „Gebeurtenissen in de regio van herkomst roepen direct reactie op en ze mobiliseren snel en effectief”, zegt ze. Ook bij Koerdische jongeren die in Nederland zijn geboren is de betrokkenheid groot. Ze worden van jongs af aan meegenomen naar Koerdische feesten en festivals, zegt Mügge. „Daar is muziek en dans, vaak met een duidelijk politieke boodschap.”

De twee Koerdische verenigingen die in Arnhem actief zijn, KOC-KAK en het Koerdisch Cultureel Centrum, zamelen geld en hulpgoederen in voor de slachtoffers van de oorlog. In de hal van een van de centra liggen zeker honderd volle zwarte en blauwe vuilniszakken twee meter hoog opgestapeld. Ervoor staan nog eens tientallen dozen met winterkleding, dekens en speelgoed. „Allemaal uit Arnhem”, zegt voorzitter Ferhat.

De schrik zit er goed in

Wat het nog ingewikkelder maakt: er zijn ook Koerden die als moslim geradicaliseerd zijn – ook in het Arnhemse jihadnetwerk. Zij sympathiseren met groepen als Al-Nusra of IS, die het juist tégen Koerdische strijdgroepen opnemen. Zo zou de 24-jarige Aykut K. op jihad zijn in Syrië. En Adil C. (26) werd onlangs gearresteerd wegens afreisplannen. Een Koerdische winkelier kwam hem laatst nog tegen in zijn supermarkt. „Jij gaat ons eigen volk afslachten”, wierp hij de jongen toe. De winkelier noemt alle jihadstrijders „barbaren”. „Kijk wat ze in Syrië en Irak doen: mensen vermoorden, vrouwen verhandelen. Hoe kun je jezelf islamitisch noemen?”, zegt hij. „Van mij mogen alle IS-strijders dood. Hoofd eraf en klaar.”

Bij Koerdische verenigingen zit de schrik er goed in. Veel ouders zijn bang dat ook hun kinderen worden beïnvloed en als jihadist naar Syrië gaan om tégen Koerden te vechten, zegt woordvoerder Semse van het Koerdisch Cultureel Centrum. De vereniging adviseert jongeren ver weg te blijven van mogelijke jihadisten. „Blijf op jullie hoede en ga niet met iedereen in gesprek, geven wij onze jongeren mee.”

Semse noemt de situatie „beangstigend”. „Je weet nooit wie aan hun kant staat. Je kunt ze niet ruiken.” Het zorgt ervoor dat moslims met een lange baard argwanend worden bekeken. „Ik hoor dat er slecht over ze gesproken wordt: ‘Die heeft een baard, zou hij voor IS zijn?’”, zegt Semse. Ook bij de Koerdische vereniging KOC-KAK betrapt voorzitter Ferhat zichzelf erop dat hij mannen met baarden verdacht vindt. „Ik merk dat ik zo ga denken. Dat is een gevaarlijke tendens.”

De Turkse eigenaar van café Ada-Eiland in de Steenstraat adviseerde daarom laatst zijn broer om zijn lange baard af te scheren. „Omdat er anders mensen over gaan praten”, zegt hij. De broer volgde zijn advies op. Gelukkig maar, zegt de cafébaas. „Je kunt nu maar beter even geen baard meer dragen.”