De imam die niet als imam werkte

Een homoseksuele imam, die vaker in de media optreedt, blijkt stelselmatig te liegen over zijn verleden

foto Omroep Zeeland/Powned/ Thinkstock

Imam Hashim Jansen is de enige openlijk homoseksuele imam van Nederland. Het maakt hem een gewild spreker op internationale congressen en een lieveling van de media. Eén probleem: Jansen liegt in interviews stelselmatig over zijn verleden.

Jansen zou vorig jaar vanwege zijn geaardheid ontslagen zijn bij de Arrahman-moskee in Goes en zou nu het geestelijk begeleiden van jonge moslimhomo’s als missie hebben. Jansen heeft nooit gewerkt als imam in de moskee in Goes en loog over zijn academische titel, blijkt uit onderzoek van NRC Handelsblad. Toch kreeg Jansen in de media een podium om het verhaal over zijn ontslag te vertellen. Niemand checkte zijn beweringen en zijn beschuldigingen aan het adres van de moskee.

In het programma Vals Plat (NTR) dat op 19 april werd uitgezonden, vertelt Jansen voor het eerst dat hij een brief kreeg van het moskeebestuur met de oproep zich te melden, omdat er twijfels waren over zijn levenswandel. Om vervolgens twee weken door een ‘disciplinaire raad’ ondervraagd te worden. De uitkomst was, zei Jansen, dat het nationale samenwerkingsverband van moskeeën besloot hem als imam te royeren. Alleen omdat hij homo was, en niet eens praktiserend. „Ze hebben me mijn roeping afgenomen”, zei hij tegen de NTR.

Tien dagen later vertelde hij bij Omroep Zeeland hetzelfde verhaal, en in mei maakte The Post Online een video-item over Jansen. Een maand later verscheen in alle regionale dagbladen van Wegener een lang interview met hem, waarin het opnieuw ging over de brief, de disciplinaire raad, het ontslag en het besluit dat hij in geen enkele moskee meer mag preken.

Een imam? Nee, hij gaf rondleidingen

Het verhaal klopt niet, blijkt uit navraag bij de Arrahman-moskee. Volgens Tarik Anhari, voorzitter van het moskeebestuur, is Jansen weliswaar een tijd aan de moskee verbonden geweest, maar nooit als imam. „Hij gaf rondleidingen aan schoolkinderen en hij heeft een paar keer geholpen met het vertalen van de vrijdagpreek”, aldus Anhari. Halima El Ouarik, ook vrijwilliger in de moskee en lid van het bestuur van de Goese multiculturele Stichting Variant, bevestigt dit. „Hij was bijna elke dag in de moskee, maar hij was géén imam.”

Op de vraag of hij in de moskee ooit is voorgegaan in gebed, of een preek gehouden heeft, antwoordt Anhari: „Dat wilde hij wel graag, maar dat wilden wij niet.” Yassin Elforkani, woordvoerder van het Contactorgaan Moslims en Overheid, een moskeefederatie die zegt 95 procent van de moskeeën in Nederland te vertegenwoordigen, laat weten dat een besluit over Jansen bij het CMO niet bekend is.

Geconfronteerd met deze feiten, reageert Jansen verbeten: „Jij weet niet hoe het in dit wereldje werkt. Homoseksualiteit is een enorm taboe in de islam, daarom ontkennen ze dat ik ooit imam geweest ben, uit schaamte en angst voor gezichtsverlies.” Verzoeken om de naam en het telefoonnummer te verstrekken van iemand die kan bevestigen dat hij daar imam was, leiden nergens toe. Later laat Jansen weten dat hij in Zeeland ‘assistent-imam’ was.

Er zijn meer leugens. Voor een lezing die Jansen in april 2011 gaf in de Levensbron-kerk in Ridderkerk, leverde hij de volgende informatie over zichzelf in een flyer: ‘Als katholiek jongetje ging hij naar het klein-seminarie waar zijn interesse voor het priesterschap werd gewekt. Na zijn wijding tot priester in het bisdom Roermond begon hij in 1997 aan een studie theologie aan de Universiteit van Leiden’.

Een woordvoerder van het bisdom Roermond laat weten dat Jansen nooit aan hun priesteropleiding heeft gestudeerd en ook nooit tot priester is gewijd. En dat er al sinds de jaren zestig geen klein-seminaries meer bestaan.

Jansen voert de doctorstitel, maar op de vraag waar zijn proefschrift over ging, komt nooit antwoord. Wel laat hij in een mail weten: „Ik ben vijf jaar met tussenperiodes in Damascus geweest waar ik een opleiding heb gevolgd aan de Abu Nour Universiteit, daar heb ik mijn PhD gehaald in Tasawwuf, Fikh, Sharia en Interpretaties.” Uit een document op de site van Abu Nour blijkt dat het instituut pas vanaf volgend jaar voor het eerst PhD-titels verleent. Bovendien blijkt het onmogelijk om in alle vier de door Jansen genoemde richtingen tegelijk een graad te halen.

Imam Jansen heeft aanzien

Toch geniet hij aanzien, onder meer binnen het Global Interfaith Network for People of all Sexes, Sexual Orientations, Gender Identities and Expressions. Zo is hij als vertegenwoordiger van dat netwerk en ‘erkend islamgeleerde’ begin dit jaar in Uppsala met alle egards ontvangen door de Svenska Kyrkan, de grootste kerk van Zweden. De studievereniging van Sciences Po, het beroemde Parijse instituut voor politieke studies, nodigde hem afgelopen april uit voor een conferentie. Ook het COC werkt met hem samen, de stichting Vriendinnen en Vrienden van Schorer kende onlangs 20.000 euro subsidie toe aan de Haardvuuravonden, de gespreksgroep voor homoseksuele moslimjongeren die hij maandelijks leidt bij het COC in Amsterdam.

Hoe komt het dat zijn gesprekspartners zoveel vertrouwen in hem hebben? Mensen die hem kennen roemen zijn vriendelijkheid, zachtaardigheid en zijn humor. Sommigen die hem ontmoetten, zoals Halima El Ouarik, waren onder de indruk van zijn Korankennis. Verder is hij een onderhoudende verteller en verkondigt hij ruimdenkende, liberale standpunten. Tijdens een Haardvuuravond zei hij bijvoorbeeld dat bidden met een glas wijn op gewoon mag, ‘zolang je je hoofd er nog bij hebt’.

En waarom hebben de media die hem aan het woord lieten zijn achtergrond nooit gecontroleerd? Erik Hogenboom, eindredacteur van het NTR-programma Vals Plat, zegt in een reactie: „Als eindredacteur had ik moeten zorgen dat het verhaal gecheckt werd. Programmamakers vertrouwen óók op hun onderbuikgevoel, en dat gaat weleens mis.”

„De moskee wilde indertijd geen commentaar op de zaak geven”, zegt Jan ’t Hart van De Persdienst, die het interview in de Wegener-kranten verzorgde. Verslaggever Pim van den Berge van Omroep Zeeland, dat zich voor hun tv-item baseerde op de uitzending van NTR: „Misschien had ik moeten bellen naar de moskee in Goes, maar dat is uit tijdgebrek niet gebeurd. Uit ervaring weet ik dat het contact met de Marokkaanse gemeenschap heel lastig kan zijn. Het is moeilijk om mensen aan de lijn te krijgen, en als je ze spreekt, begrijpen ze je vaak niet.”