Burger moet kunnen rekenen op hulp die overheid toezegde

De bestuursrechter in Groningen heeft een volstrekt logische beslissing genomen door de huishoudelijke hulp te continueren voor een bejaard echtpaar in Dantumadiel (voorheen Dantumadeel geheten). Deze gemeente had de hulp met ingang van volgend jaar gestaakt omdat het, kort gezegd, te duur werd voor de Friese gemeente. De medische indicatie op basis waarvan de hulp in 2012 was toegekend, heeft een looptijd tot en met 1 oktober 2017. Mede dankzij de huishoudelijke hulp én de inzet van hun dochter kunnen de man (geboortejaar 1926) en zijn vrouw (1925) zelfstandig wonen.

De huishoudelijke hulp is een van verstrekkende decentralisaties plus bezuinigingen in de gezondheidszorg, waarover regering en parlement het afgelopen jaar overeenstemming hebben bereikt. Deze hulp wordt per 1 januari 2015 een zogeheten voorziening die elke gemeente op eigen wijze kan voortzetten, kan wijzigen en ook kan beëindigen.

De bestuursrechter in Groningen heeft in deze procedure korte metten gemaakt met de beëindiging door de gemeente. De gemeente had de voorziening niet met één pennestreek voor alle belanghebbenden mogen schrappen, zonder dat sprake was van „deugdelijk onderzoek” en zonder rekening te houden met de individuele omstandigheden. Daar komt nog eens bij dat deze huishoudelijke hulp dermate kostbaar is dat het echtpaar daarmee niet zomaar opgezadeld kan worden.

Deze rechtszaak is het soort proefproces waarvan je zou willen dat het niet nodig was. Gemeenten hebben in de aanloop naar de decentralisatie vrij massaal te kennen gegeven dat zij, net als het kabinet, van mening zijn dat ze beter in staat zijn individuele, op maat toegesneden hulp te bieden. Tevens lieten ze blijken terug te schrikken voor de financiële gevolgen van de bezuinigingen van het Rijk, waarmee zij ook geconfronteerd worden.

Gemeenten baseren hun positieve kijk op de decentralisaties op hun overtuiging dat zij de lokale situatie, inclusief steun van familie, buren en sociale netwerken, beter kennen en in kaart kunnen brengen. Bijvoorbeeld door zogeheten keukentafelgesprekken te voeren om de behoefte aan zorg te beoordelen.

Het pijnlijke in deze zaak is dat daarvan in de uitspraak van de rechter niets te lezen is. Bestaande rechten zijn niet gerespecteerd, zoals was beloofd, en het is ook daarom goed dat staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, PvdA) zegt dat hij blij is met de uitspraak. Daartegen steekt de reactie van de belangenvereniging van gemeenten, de VNG, dat dit maar één uitspraak is van één rechter wel heel schril af. Dit is juist één uitspraak van één rechter te veel.