Allochtonen: ‘born here’ vs. ‘geen Nederlander’

Het SCP onderzocht de verschillen in Nederland en komt deze week elke dag met nieuwe uitkomsten. Vandaag: allochtonen versus autochtonen, volgens veel mensen hét conflict van nu.

Café Nelson in Scheveningen waar de PVV dit jaar de Europese verkiezingen volgde. foto ANP / BART MAAT

Er gaat van alles goed met Turkse en Marokkaanse Nederlanders. Hun taalachterstand wordt kleiner, ze volgen steeds vaker hoger onderwijs, er ontstaat een middenklasse die vooral opleiding, werk en gezin belangrijk vindt – net als veel autochtone Nederlanders. Turkse en Marokkaanse jongeren zijn veel vaker dan hun ouders ook bevriend met autochtone Nederlanders.

Het staat keurig op een rij in ‘etnische grenzen’ van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), een nieuwe aflevering met onderzoeksresultaten over ‘Verschil in Nederland’. Toch is de toon van de onderzoekers somber. En niet alleen omdat de sociaaleconomische achterstand van migranten nog steeds groot is en zij veel zwaarder hebben geleden onder de economische crisis dan autochtone Nederlanders. Van de niet-westerse jongeren is nu ruim 30 procent werkloos, bij de autochtone jongeren is dat zo’n 10 procent. Van de allochtone jongeren die werken, heeft tweederde een tijdelijk contract, bij autochtone jongeren de helft.

Uit het SCP-onderzoek blijkt dat de tegenstelling tussen autochtonen en allochtonen door meer dan 60 procent van de Nederlanders wordt gezien als een bron van conflicten en gedoe. Geen andere tegenstelling (rijk-arm, hoog-laagopgeleid, machtigen tegen de rest) scoort zo hoog.

Van de ondervraagden vindt tweederde het problematisch dat de werkloosheid onder migranten zo hoog is en dat allochtonen en autochtonen bijna niet met elkaar omgaan. Bijna 60 procent heeft moeite met ‘de verschillen in normen en waarden’, ruim de helft noemt als probleem: allochtonen die zich niet helemaal Nederlander voelen. Net iets minder dan de helft komt met het verschil in godsdienst.

Al die problemen worden vooral gezien aan autochtone kant. Turkse en Marokkaanse Nederlanders zijn zelf minder pessimistisch over de sociaal-culturele verschillen. Zij zijn bezorgd over het beeld dat autochtonen van hen hebben en vooral hogeropgeleide Turkse en Marokkaanse jongeren die veel met autochtone Nederlanders omgaan, hebben moeite met het maatschappelijk klimaat in Nederland.

Nummer 39 met rijst

Volgens het SCP is het nu juist die groep die wil meedoen aan discussies over integratie – en bijvoorbeeld selfies met born here op Twitter zette na de ‘minder Marokkanen’-uitspraak van PVV-leider Geert Wilders. De onderzoekers noemen ook de Chinees-Nederlandse jongeren die vorig jaar een protest organiseerden tegen Gordon. Als jurylid bij een talentenshow noemde hij een Chinese deelnemer ‘nummer 39 met rijst’ en een ‘sulplise’.

Die jongeren zien zichzelf als „spreekbuis van een nieuwe generatie”, denken de SCP-onderzoekers. Ze beheersen de taal veel beter dan hun ouders, ze weten hoe sociale media werken. „Ze staan op tegen gedrag en uitlatingen die hen buitensluiten en als tweederangsburgers bestempelen.” Dat zou wijzen op een „nieuwe fase in de integratie van migrantengroepen” – die de discussies zélf misschien niet makkelijker maken.

De helft voelt zich geen Nederlander

Uit het onderzoek blijkt ook dat bijna 90 procent van de Turkse en Marokkaanse Nederlanders zich heel sterk identificeert met de eigen groep. Bij de jongeren is dat veel minder sterk, maar toch: ongeveer de helft voelt zich geen Nederlander.

Hoe zal het nu verder gaan? Hoger opgeleide autochtonen, blijkt uit het onderzoek, zijn het minst pessimistisch over de manier waarop allochtonen en autochtonen de komende jaren met elkaar zullen samenleven. Jongeren en mensen die financieel minder makkelijk rondkomen of een probleem hebben met hun gezondheid zijn juist wél somber over de etnische scheidslijnen in Nederland.

Van alle ondervraagden denkt de helft dat de spanningen tussen allochtonen en autochtonen de komende jaren toenemen en dat het ‘samenleven met religieuze verschillen’ alleen maar moeilijker wordt.

Maar of de twee groepen dan ook echt minder contact met elkaar zullen hebben? Ruim een derde denkt van wel, ruim een derde denkt van niet.