‘Turner leerde me de wereld echt te zien’

De acteur werd bekroond als beste acteur op het filmfestival van Cannes voor zijn rol als de schilder William Turner in ‘Mr. Turner’ van Mike Leigh. „Zijn jeugdtrauma was zijn motor.”

Timothy Spall (Londen, 1957) won de prijs voor beste acteur van het filmfestival van Cannes voor zijn magistrale rol als de romantische landschapsschilder William Turner (1775-1851) in Mr. Turner, de nieuwe film van regisseur Mike Leigh: „Zeven jaar geleden greep Mike me voor het eerst bij mijn kladden, toen ik hem tegenkwam op straat in Soho, in de buurt van zijn kantoor. Hij vertelde me dat hij het idee had om een film te maken over Turner, en dat hij wilde dat ik hem zou gaan spelen. Maar ik moest absoluut mijn mond houden, ik mocht er echt met niemand over praten.

„Pas jaren later kwam hij erop terug, toen het plan rond was, en zei hij me dat hij wilde dat ik leerde schilderen. Dat was in 2010, twee jaar voordat we met de eerste repetities zijn begonnen. Af en aan ben ik dus zeven jaar bezig geweest met de rol.

„Een film maken met Mike Leigh is vergelijkbaar met die filmpjes die je weleens ziet van gebouwen die worden opgeblazen maar die achterstevoren zijn afgedraaid, waardoor er vanuit het niets ineens een gebouw staat. Zo werkt Mike ook: elk detail, elke zin is van tevoren helemaal uitgedacht. Niets van wat je in zijn films ziet is geïmproviseerd. Maar de film ontstaat heel langzaam, stukje voor stukje, detail voor detail, totdat het hele gebouw er staat. Mike heeft als enige het bouwplan in zijn hoofd. Wij, de acteurs, leveren bakstenen en cement aan. Hij is de bouwmeester en daarom ook de auteur van de film. Onder elk detail gaat een wereld schuil. Hij is de meester van subtekst.

Ups and downs

„Ik ben nu 33 jaar getrouwd en ik werk precies even lang samen met Mike Leigh. Ik heb mijn eerste auditie voor hem gedaan in de week dat ik ben getrouwd. Zoals elk huwelijk heeft ook mijn professionele huwelijk met Mike zo zijn ups en downs. Maar ik beschouw hem als een van mijn dierbaarste vrienden. Ik ben er ook ongelooflijk trots op dat een man van zijn kaliber al zo lang met mij wil samenwerken.

„De schilderlessen waren lastig, omdat ik wel een beetje kan schilderen. Als ik er echt helemaal niks van zou hebben gebakken, zou ik me er ook niet zo druk om hebben gemaakt. Maar juist omdat ik wel een beetje vaardigheid had, besefte ik zelf heel goed wanneer ik iets had geschilderd wat er enigszins mee door kon, en wanneer ik echt helemaal niks had klaargespeeld. Ik had een fantastische docent, die me een degelijke basis heeft gegeven in allerlei aspecten van het schildersvak: ik heb leren aquarelleren en geleerd snelle schetsen te maken. Daar moet ik er zo’n driehonderd van hebben gemaakt.

„Uiteindelijk heb ik een levensgrote kopie gemaakt van het schilderij Steamship in a Snow Storm, het beroemde schilderij waarvoor Turner zich aan de mast van een schip zou hebben laten vastbinden tijdens een storm. Dat hangt nu in een gouden lijst bij mij thuis aan de muur. En als ik dat over mezelf mag zeggen: die kopie is helemaal niet slecht. Maar mijn docent stond dan ook de hele tijd achter mijn rug mee te kijken, terwijl ik ermee bezig was.

„Wat ik in ieder geval heb geleerd door zo intensief met Turner aan de slag te gaan, is goed kijken. Ik kijk nu bij alles wat ik zie naar de vorm en de kleur, ik kan daar niet meer mee ophouden. Dat is onvermijdelijk, als je zo lang bezig bent met iemand die voortdurend aan het kijken was.

„Ik heb alles gelezen wat ik over Turner te pakken kon krijgen, vooral over zijn persoonlijkheid en zijn karakter. Je praat daar zoveel mogelijk over met de regisseur. Daarna werk je aan het personage tijdens improvisaties. Je probeert zo diep mogelijk door te dringen in zijn ziel. Er zijn heel veel boeken over Turner geschreven, maar er zijn twee boeken die echt geweldig zijn: de fantastische biografie van James Hamilton, en een al wat ouder boek van Jack Lindsay. Hij was zelf een dichter en zijn boek gaat veel meer over de dichterlijke ziel van Turner. Aan die boeken heb ik het meeste gehad.

„Langzaam ontstaat een beeld van iemands fysieke verschijning: Turner was een vrij kleine, gedrongen man, bijna een aapachtige verschijning. Hij had een enorme afkeer van zijn eigen uiterlijk; daarom zijn er ook zo weinig beelden van hem. Hij heeft in zijn hele leven welgeteld één zelfportret geschilderd. Op de portretten die door anderen van hem zijn gemaakt, ziet hij er steeds anders uit. Maar er waren twee of drie portretten waar ik iets aan heb gehad.

Introvert en excentriek

„Turner was een introverte, behoorlijk excentrieke man. Hij had een sociaal leven, maar behield altijd afstand tot mensen. Veel mensen wisten niet eens waar hij woonde. Zijn grootste liefde was zijn werk. Hij brak met zijn eerste vrouw en zijn kinderen en ontkende later glashard hun bestaan. Hij had verschillende vrouwen, die niet wisten van elkaars bestaan. Hij sprak nooit over zichzelf, hij weigerde om uit te leggen wat hij met zijn werk bedoelde.

„Het belangrijkste personage in de film, dat niet zelf in de film voorkomt, is zijn moeder. Zijn moeder was zwaar gestoord, om het maar even ouderwets te zeggen. Zij moest worden opgenomen. Dat was enorm schaamtevol voor Turner. Ze was soms wreed tegenover haar zoon. Turner heeft zijn zus verloren op jonge leeftijd. Zijn moeder moet hem het gevoel hebben gegeven dat het verkeerde kind was overleden. Daar zat volgens mij de kern van zijn pijn, maar die pijn heeft hem ook zijn enorme gedrevenheid gegeven. Turner is als kind begonnen met tekenen en hij is daar nooit meer mee opgehouden. Tot op de dag van zijn dood is hij doorgegaan met tekenen. Dat was een dwangmatige handeling, die hem hielp om de pijn die in hem zat te kunnen verdragen.

„Die pijn was zijn motor. Dat is ook bepalend geweest voor zijn relatie met vrouwen, voor zijn relatie met zijn vader die eigenlijk de rol van zijn moeder in zijn leven heeft overgenomen, totdat hij op latere leeftijd zijn hospita, mevrouw Booth, ontmoette. Zij kreeg uiteindelijk de rol in zijn leven die zijn moeder had moeten spelen. Zo zie ik hem, al blijft dat allemaal speculatief. Als een ware Victoriaan sprak Turner nooit over zijn gevoelens. Voor zover hij zijn gevoelens uitte, deed hij dat alleen door te briesen, te grommen en te brommen.”