‘Plan 2028 liep uit de hand’

Interview André Bolhuis

Voorzitter sportkoepel NOC*NSF

„Iedereen ging aan de haal met Olympisch Plan 2028.”

André Bolhuis hoopt nog steeds de Olympische Spelen naar Nederland te kunnen halen. „Het boek is niet gesloten.” Foto ANP

Olympische Spelen in Nederland? André Bolhuis zou niets liever willen. Maar de weg er naartoe maakt de voorzitter van sportkoepel NOC*NSF – indachtig het mislukte Olympisch Plan 2028 – uitermate huiverig. „Er bestaat een groot gevaar dat je opnieuw iets losmaakt dat volledig de lucht invliegt.”

Herinner Bolhuis (68) aan de recente pogingen de Zomerspelen van 2028 – honderd jaar na ‘Amsterdam’ – naar Nederland te halen en de stoom komt uit zijn oren. Olympisch Vuur, de organisatie waaraan NOC*NSF de olympische voorbereidingen had uitbesteed, heeft volgens hem slecht werk geleverd. Letterlijk: „Het is volledig uit de hand gelopen.”

Zo, die kan Camiel Eurlings in zijn zak steken, want het IOC-lid was de laatste voorzitter van Olympisch Vuur. Zelfs de voormalige minister heeft niet kunnen voorkomen, dat VVD en PvdA bij de kabinetsformatie een dikke streep door ‘2028’ zetten. De reden: onverantwoord duur.

Niet vrij te pleiten

Maar ook Bolhuis is niet vrij te pleiten. Hij was, zij het interim, Eurlings’ voorganger bij Olympisch Vuur, na het opstappen van voorzitter Ivo Opstelten, die minister werd. Ook Bolhuis heeft niet kunnen voorkomen, dat iedereen zich met de olympische plannen ging bemoeien.

Bolhuis droeg in zekere zin een dolende organisatie over aan Eurlings, van wie hij op krachtig ingrijpen had gehoopt. Dat bleek een illusie, want Eurlings kon weinig tijd vrijmaken; hij was te druk met zijn werkzaamheden bij KLM en als uithangbord van Olympisch Vuur onzichtbaar. In Monaco, waar Bolhuis als gast de hervormingsvergadering van het IOC bijwoonde, zei hij over ‘2028’: „Ik vond het een onbeheersbaar moloch worden.”

In retrospectief oordeelt Bolhuis dat NOC*NSF het Olympisch Plan te vroeg heeft aangejaagd. De gedachte om Nederland eerst op ‘olympisch niveau’ te brengen om dan in 2016 te besluiten over de eventuele kandidatuur van een stad liep helemaal mis.

Het land veranderde al gauw in een olympisch debatcentrum, waar alle belanghebbenden hun hokjes streng bewaakten en voortdurend met elkaar in de clinch lagen. Het gevolg: NOC*NSF raakte de regie kwijt.

Dutch Approach

Bolhuis zag dat lijdzaam aan. Mooi die zogeheten Dutch Approach, maar hij had het gevoel in volle sprint aan een marathon te zijn begonnen – „en dan val je op een goed moment dood neer”. De politiek bemoeide zich ermee en Amsterdam en Rotterdam vochten elkaar de tent uit om kandidaatsstad te worden. Zijn conclusie nu: „We hebben het plan niet kunnen managen, niet kunnen terugbrengen tot de basisprincipes.”

Een van zijn ergernissen betrof het haalbaarheidsonderzoek dat minister Edith Schippers (VVD) van Sport had laten uitvoeren en wat haar bij het Kamerdebat op een motie van wantrouwen van de SP en de Partij van de Dieren kwam te staan. Nog getergd: „Ik kon er met mijn verstand niet bij. Wordt er een peperduur rapport gemaakt over de hoge kosten zonder iets te melden over de inkomsten. Vervolgens zegt iedereen: weg met die Spelen. We hebben het Olympisch Plan 2028 veel te groot laten worden; iedereen ging ermee aan de haal.”

Gevechtssituatie

Olympische Spelen verblinden, dat is Bolhuis’ verklaring. Als Nederland nog eens serieuze belangstelling aan de dag legt, is het volgens hem duidelijk dat het Randstad Spelen moeten worden. „Maar wij raakten met Amsterdam en Rotterdam in een gevechtssituatie, terwijl die steden hoe dan ook moesten samenwerken.”

Ondanks alles is het olympische boek niet gesloten, zegt Bolhuis in Monaco, waar de versobering van de Spelen hem nieuwe hoop hebben gegeven, zelfs voor een kandidatuur voor 2028. Hij wil het juiste moment kiezen. „Stel je wilt in dat jaar de Spelen, dan moet je zaken doen in 2021, het jaar waarin de keus wordt gemaakt. We hebben nog zeven jaar. Waar praten we nu dan over?”

Tot die tijd houdt Bolhuis bij voorkeur zijn mond. „Op dit moment vind ik een discussie niet zinvol. Het maakt veel los en wij bij NOC*NSF verspelen er alleen maar energie mee. Als wij gaan nadenken over Olympische Spelen moet dat in kleine kring gebeuren en een totaal ander tijdframe worden gemaakt.” En dan lachend: „Ik heb wel iets in mijn hoofd.”